snorren

werkw.
Verbuigingen:  snorde
Verbuigingen:  gesnord

1) enz.

2) tweede betekenisomschrijving.
Voorbeeld:  `Zin met het snorren in de tweede betekenis erin.`

3) zich snorrend voortbewegen
Voorbeeld:  `Hij kwam om de hoek gesnord.`

4) zich op een snorfiets voortbewegen
Voorbeeld:  `Ik ben maar naar huis gesnord.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
brommen kletteren knevels knorren opzoeken ronken slingeren smakken snorbaarden uitkijken uitzien zagen zoeken

6 definities op Encyclo
  1. inerg een snorrend geluid produceren. •zich snorrend voortbewegen. • erga zich op een snorfiets voortbewegen. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  2. een zacht, brommend geluid maken vb: de gaskachel snort gezellig
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. gelijkvloeiend (ik snorde, heb of ben gesnord), een sissend -, scherp geluid geven; de pijl snorde van den boog; het -de spinnewi...
  4. 1) Betrappen 2) Brommen 3) Een brommend geluid maken 4) Een bruisend geluid geven 5) Een zacht brommend geluid geven 6) Geluid van een mug 7) Geluid van een spinnewiel 8)...
  5. woord uit 1812, uitleg bij teksten van E.J. Potgieter (1808 - 1875) snel bewegen met een suizend geluid.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op snorren:
hangsnorrenopsnorrenzeiksnorren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. snorren (een brommend geluid maken)
  2. snorren (los werk zoeken)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `snorren`.