brommen

werkw.
Uitspraak:  [ˈbrɔmə(n)]
Vervoegingen:  bromde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebromd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) een laag geluid maken
Voorbeeld:  `bromvlieg`

2) mopperen
Voorbeeld:  `De toeschouwers bromden: 'weer geen doelpunten gezien'.`

3) op een bromfiets rijden
Voorbeeld:  `Als jongens bromden we daar 's winters heen.`

4) in de gevangenis zitten
Voorbeeld:  `twee jaar moeten brommen voor iets dat je niet gedaan hebt`
Synoniem:  zitten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gevangen zitten gonzen kankeren klagen knorren mompelen mopperen morren mummelen murmelen over iets mopperen pruttelen ruisen zitten zoemen

Intensiveringen
Hoe kun je brommen krachtiger uitdrukken?
brommen als een beer;

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik bromde, heb gebromd), een dof of grommend (meestal onaangenaam) geluid geven (met de stem, met een speeltuig);...
  2. 1) Babbelen 2) Berengeluid 3) Dierengeluid 4) Gevangen zitten 5) Gevangenzitten 6) Gonzen 7) Grommen 8) Kankeren 9) Klagen 10) Kneuteren 11) Kniezen 12) Knorren 13) Knutt...
  3. in de laatste kilometers de sprint voorbereiden
  4. iets zeggen omdat je ontevreden bent vb: je mag niet zo op hem brommen hoor! Synoniem: mopperen onduidelijk en laag praten vb: hij bromt maar een beetje nu hij de baard i...
  5. laag en dof geluid maken Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. brommen (een grommend geluid maken)
  2. brommen (gevangen zitten)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `brommen`.