brommen

werkw.
Uitspraak:  [ˈbrɔmə(n)]
Vervoegingen:  bromde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gebromd (volt.deelw.)

1) een laag geluid maken
Voorbeeld:  `bromvlieg`

2) mopperen
Voorbeeld:  `De toeschouwers bromden: 'weer geen doelpunten gezien'.`

3) op een bromfiets rijden
Voorbeeld:  `Als jongens bromden we daar 's winters heen.`

4) in de gevangenis zitten
Voorbeeld:  `twee jaar moeten brommen voor iets dat je niet gedaan hebt`
Synoniem:  zitten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gevangen zitten gonzen kankeren klagen knorren mompelen mopperen morren mummelen murmelen over iets mopperen pruttelen ruisen zitten zoemen

Intensiveringen
Hoe kun je brommen krachtiger uitdrukken?
brommen als een beer;

3 definities op Encyclo
  • iets zeggen omdat je ontevreden bent vb: je mag niet zo op hem brommen hoor! Synoniem: mopperen onduidelijk en laag praten vb: hij bromt maar een beetje nu hij de baard i...
  • laag en dof geluid maken Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. )
  • 1) Babbelen 2) Berengeluid 3) Dierengeluid 4) Gevangen zitten 5) Gevangenzitten 6) Gonzen 7) Grommen 8) Kankeren 9) Klagen 10) Kneuteren 11) Kniezen 12) Knorren 13) Knutt...
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. brommen (een grommend geluid maken)
    2. brommen (gevangen zitten)