smakken

werkw.
Uitspraak:  [ˈsmɑkə(n)]
Vervoegingen:  smakte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesmakt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) met veel geluid eten
Voorbeeld:  `Zit niet zo te smakken.`

2) hard vallen of hard gooien
Voorbeelden:  `Hij smakte met zijn fiets tegen de grond.`,
`je schoenen in de hoek smakken`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gooien klappen kletteren knallen kwakken neerkwakken opschrokken slingeren slobberen smakkend eten smijten snorren vies eten

Spreekwoorden en zegswijzen
• koffen en smakken zijn waterbakken (=dat soort dingen kan veel doorstaan)
Naar de spreekwoorden

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik smakte, heb gesmakt), werpen, neerploffen, neerkomen. ~, ow. de lippen tegen elkander s...
  2. een vies geluid maken, door met je mond open te kauwen vb: zit niet zo te smakken! plotseling hard vallen vb: Onno smakte met zijn fiets tegen de grond het ergens neersmi...
  3. 1) Dreunen 2) Fletsen 3) Gooien 4) Hard vallen 5) Hard zoenen 6) Hoorbaar eten 7) Klappen 8) Kletteren 9) Knallen 10) Kwakken 11) Lastig nevenverschijnsel bij het kauwen ...
  4. de koers wijzigen, het roer omgooien.
  5. klappend geluid met lippen maken - Jaar van herkomst: 1624 (WNT ) smijten - Jaar van herkomst: 1450 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
smakken (smijten; hoorbaar eten)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `smakken`.