ronken

werkw.
Uitspraak:  [ˈrɔŋkə(n)]
Vervoegingen:  ronkte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geronkt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van een zware motor in werking) geluid voortbrengen
een toespraak met ronkende volzinnen  (een bombastische toespraak)
liggen te ronken  (slapen (en snurken))

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
brommen knorren slapen snorren zagen

4 definities op Encyclo
  1. een zwaar, brommend geluid maken vb: de motor stond te ronken voor het huis hard snurken vb: de man lag lekker te ronken op de bank
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik ronkte, heb geronkt), hevig snorken in diepen slaap. *...ER, m. (-s), *...STER, v. (-s), die ronkt. *...IN...
  3. 1) Brommen 2) Diep slapen 3) Gonzen 4) Hevig snurken 5) In diepe slaap liggen 6) Knorren 7) Ronkelen 8) Rullen 9) Slapen 10) Snorken 11) Snorren 12) Snurken 13) Zagen
  4. snorren Jaar van herkomst: 1220-1240 (CG II 1 Aiol )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op ronken:
afgedronkenbloemkoolstronkenboomstronkendronkeningedronkenkerststronkenkoffiegedronkenopgedronkenpronkenstomdronkentheegedronkentoegedronkenuitgedronkenzwijmeldronken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ronken (snorren)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `ronken`.