rijden

werkw.
Uitspraak:  [ˈrɛidə(n)]
Vervoegingen:  reed (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gereden (volt.deelw.)

1) voortbewegen op wielen
Voorbeelden:  `langzaam rijden`,
`autorijden`,
`in twee dagen naar Madrid rijden`

2) voortbewegen op een rijdier
Voorbeelden:  `paardrijden`,
`Als kind heb ik wel eens op een olifant gereden in de dierentuin.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
autorijden berijden besturen karren schaatsen vervoeren

Spreekwoorden en zegswijzen
rijden en omzien (=verderdoen maar ook opletten)
• op zijn stokpaard rijden (=altijd weer over hetzelfde klagen)
• op de stang rijden (=scherp controleren)
• op dat mes kun je naar Keulen rijden (=dat mes is erg bot.)
• met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de 'witte perdekies' (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
Toon alle 10 spreekwoorden die rijden bevatten

Taaladvies
  1. D / dt: (tegenwoordige tijd) Is het u rijd of u rijdt?
  2. Hard / snel (te - rijden): Wat is juist: < i>U rijdt te hard< /i> of < i>U rijdt te snel< /i>?


Intensiveringen
Hoe kun je rijden krachtiger uitdrukken?
je het snot voor de ogen rijden; rijden als een kanon;

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik reed, ben of heb gereden), zich te paard of in eenig voertuig van de eene plaats naar...
  2. vooruit komen vb: deze auto kan niet meer rijden in een voertuig vervoeren vb: kun jij mij naar huis rijden? besturen van een auto vb: ? Synoniemen: autorijden chaufferen
  3. • [erga] zich verplaatsen met behulp van een voertuig. • [ov] iemand met een voertuig ergens heen brengen. •zich voortbewegen op een rijdier (bijv. een paard).
  4. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Rijden``] De kavallerist moet in het rijden, zoowel afzonderlijk als in het gelid onderwezen worden. Het onderrigt van den enkelen ...
  5. Voor ankerafgemeerd in langsscheepse richting heen en weer bewegen. Zie ook Afrijden.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op rijden:
aanrijdenafrijdenautorijdenberijdenbestrijdenbevrijdenbinnenrijdendoodrijdendoorrijdenhardloopwedstrijdeninrijdeninterlandwedstrijdenkwalificatiewedstrijdenmeerijdenspookrijdenomrijdenomverrijdenoprijdenoverrijdenoverschrijden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
rijden (zich voortbewegen m.b.v. een rijdier of voertuig)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `rijden` kennen.