oprijden

werkw.
Uitspraak:  ['ɔprɛidə(n)]
Vervoegingen:  reed op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is opgereden (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

op een bepaalde plaats komen door te rijden
Voorbeelden:  `de autosnelweg oprijden`,
`een kruispunt oprijden`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
eindje meerijden hemelvaart oprit opwaarts rijden stijging

2 definities op Encyclo
  1. Uit `De lagere vaktalen: De taal der hopkweekers` 1914 hetzelfde als opleggen, maar niet met een schop doch met een ‘ploeg’.
  2. 1) Hemelvaart 2) Oprit 3) Stijging
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `oprijden`.