bevrijden

werkw.
Uitspraak:  [bəˈvrɛidə(n)]
Vervoegingen:  bevrijdde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft bevrijd (volt.deelw.)

de vrijheid (terug)geven
Voorbeelden:  `De brandweer bevrijdde de chauffeur uit het wrak.`,
`zich bevrijden van de onderdrukking`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afhelpen banen emanciperen in vrijheid stellen kiesrecht loslaten losmaken onttrekken ontzetten van de boeien ontdoen verlossen vrijlaten vrijmaken vrijvechten gevangennemen (antoniem)

Taaladvies
Schrijf je iemand bevrijden met ei of ij? Zie iemand bevrijden / iemand bevreiden

6 definities op Encyclo
  • vrijmaken Jaar van herkomst: 1351-1400 (HWS )
  • •iemand of een bevolking van gevangenschap of onderdrukking verlossen.
  • pand- en hypotheekrecht: niet langer ergens juridisch aan gebonden zijn. Bijv. ~ van de hypotheek, waardoor het huis vr ...
  • zorgen dat iemand niet meer gevangen is vb: hij bevrijdde het konijn uit zijn hok Synoniem: verlossen Tegenstellingen: arresteren inrekenen oppakken
  • behoeden
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    bevrijden (verlossen)