meerijden

werkw.
Uitspraak:  ['merɛidə(n)]
Vervoegingen:  reed mee (verl.tijd enkelv.)

1) samen met iemand anders een afstand rijdend afleggen, al dan niet als passagier
Vervoegingen:  is meegereden (volt.deelw.)
Voorbeelden:  `Als je via het station fietst, rijd ik een stukje met je mee.`,
`Kan ik morgenavond met jullie meerijden? Mijn auto is stuk.`

2) als passagier je bemoeien met het rijgedrag van de bestuurder
Vervoegingen:  heeft meegereden (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `Ik heb die tegenligger heus wel gezien; zit toch niet zo mee te rijden!`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Liften
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `meerijden` kennen.