5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `werkt`
- als de ragebol rust werkt de spin (=zonder onderhoud raakt `n huis (de omgeving) snel in verval)
- het werkt als haarlemmerolie (=iets dat overal voor te gebruiken is)
- wie in een boomgaard werkt mag er uit eten / van de druiven eten. (=voordeel halen uit je werk.)
- wie niet werkt zal niet eten (=wie niet werkt verdient de kost niet)
- wie werkt als een paard zal haver eten. (=hard werken is voor de meeste mensen geen garantie op een goed inkomen)
13 betekenissen bevatten `werkt`
- het zit in de pijplijn (=er wordt aan gewerkt)
- er de hand in gehad hebben (=eraan meegewerkt hebben, met raad of daad)
- het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden)
- zuur verdiende centen. (=geld waarvoor hard is gewerkt.)
- zo komt het luie zweet eruit (=gezegd van iemand die hard werkt)
- in de krop steken (=hinderen , onverwerkt zijn)
- met man en macht iets doen (=iedereen werkt hard mee)
- een jantje-secuur (=iemand die uiterst nauwgezet werkt)
- de dorsende os zult gij niet muilbanden (=iemand die voor je werkt moet je goed behandelen)
- goed gereedschap hangt onder een afdak. (=ik ben wel te dik maar mijn ‘gereedschap` (de penis) werkt nog goed.)
- in het diepe gegooid worden (=in een baan aan het werk moeten zonder ingewerkt te worden)
- wie niet werkt zal niet eten (=wie niet werkt verdient de kost niet)
- liggen de handen dan liggen de tanden (=wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)
50 dialectgezegden bevatten `werkt`
- 'n goed begun is 'n doalder weerd (=een goed begin werkt positief) (Westerkwartiers)
- 't foetert oe gin kant'n (=het werkt helemaal niet) (Wevelgems)
- 't komt bij hem hiel krekt (=hij werkt heel nauwgezet) (Westerkwartiers)
- 't Wèrkt oep moa sisteim (=Ik word er ongemakkelijk van) (Mechels (BE))
- 't wirkt op mijn tiene (=het werkt op mijn zenuwen) (Gents)
- 't wirkt op zijnn tieëns (=het werkt op zijn zenuwen) (Kaprijks)
- a skrauëfd'op den beroo (=hij werkt als bediende) (Ninoofs)
- Aa werkt baa den Ool in Jeut (=Hij werkt bij (busbouwer) Van Hool in Koningshooikt) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- Aa zit altaad oep maan kap (=Hij werkt het altijd uit op mij) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- an werkn eetn e broertje doîd (=hij werkt niet graag) (Kortemarks)
- aste smërgës opstees mètte hinne, doër den daog wërks waajë piëd en dan soëvës mieg bès waaj nen hond...dan bèste heil ziëkër ne loempën iëzël of stoem koer (=als vroeg op staat, dan hard werkt om s'avond dood te zijn, dan schat ik dat je een ezel of lompe koe zijt) (Munsterbilzen - Minsters)
- baa: Ei wèrrekt in den baa (=Hij werkt in een bouwbedrijf) (Lebbeeks)
- da d' angt maan voote n' oet (=het werkt op mijn zenuwen) (Brussels)
- da foetert niet, van gin kant'n (=dat werkt niet, op geen enkele manier) (Wevelgems)
- da gô vantsaalf (s) (=dat werkt (gaat) automatisch) (Sint-Niklaas)
- da ma(r)sjeer nie, 't affeseert nie (=dit werkt niet, het gaat niet vooruit) (Wichels)
- dae brèktj ouch geine sjöppesteel (=hij werkt niet hard) (Heitsers)
- dae geet seffës nog wottël sjiete (=als hij nog lang stilstaat / niet werkt gaat hij nog wortel schieten) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae gruje de haor oppe binnekantj vanne henj (=hij werkt niet hard) (Heitsers)
- dae hèt brierke daud aon wêrke (=hij werkt niet graag) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae hét pietsje den daud on wërke (=hij werkt niet graag) (Bilzers)
- dae löptj zich de bein ónger de vot oet (=hij doet heel erg z’n best; hij werkt heel hard) (Heitsers)
- dao kriegs se de krelkespis van (=dat werkt op je zenuwen) (Heitsers)
- das ene pot naot (=werkt onder hetzelfde hoedje) (Munsterbilzen - Minsters)
- das geet vraaj (=dat werkt wat stroef) (Munsterbilzen - Minsters)
- de bès zjus ne waandelende joed (=loop toch niet zo op en af, je werkt me op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
- de grotste klappers zyn de minste doenders (=wie veel praat werkt niet veel) (Kortemarks)
- de wërks mich op më wattër (=je werkt me op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
- déa werrekt bè den eezereweg (=hij werkt bij de nmbs) (Tiens)
- der zit wa jimmy op (=het werkt niet goed) (Overpelts)
- dien is ok liever leuj dan muug (=iemand die niet graag werkt) (Ransts)
- Dit wèrrek dus neet, eederein deit mer gèt! (=Dit werkt dus niet, iedereen doet maar wat!) (Mestreechs)
- Doe deis mich d'n doead aan (=Jij werkt enorm op mijn zenuwen) (Steins)
- doë kraajg ich de krêlkeszeek van (=een tandarts die op de zenuwen werkt) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë kraajg ich de ziëmele van! (=de tandartsdat werkt op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë kraajg ich ët van (=dat werkt me op mijn zenuwen) (Munsterbilzen - Minsters)
- doë kraajste de ziëmele van (=dat werkt op mijn zenuwen) (Bilzers)
- doeë kraajg ich de vliegende sjijt van (=dat werkt me danig op mijn heupen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dòr kôome ze opâaf, as vliege op unne stront (=dat werkt als een magneet) (Tilburgs)
- ei werkt tege de steiren op (=hij werkt zeer hard) (Sint-Niklaas)
- enne rowwen duuvel (=Iemand die niet netjes werkt) (Horster)
- enne rówwen duvel (=iemand die onnauwkeurig werkt) (Horster)
- et gie nemee (S*) of et marsjeirt nemee (S*) (=het werkt niet meer) (Sintrùins)
- flaue plezant'n (=iemand die op de zenuwen werkt) (Meers)
- ge zoot er de kramp in au kluuten van krijgen (=het werkt enorm op de zenuwen) (Wetters)
- gebbekes: Ik krijg er de gebbekes af (=Die (dat) werkt me op de heupen) (Lebbeeks)
- Gij hangt vierkant men klowete uit ze moat (=Je werkt op mijn zenuwen) (Geels)
- hai jagt mie n zwien in t ies (=hij werkt me tegen) (Gronings)
- He werkt oppe put (=Hij is bovengronds mijnwerker) (Koersels)
- heer houwt ziech ziene gielis vól friete (=hij werkt heel wat friete naar binnen) (Mestreechs)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen