Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `stand`

  1. aan het verstand brengen (=duidelijk maken)
  2. boerenverstand (=zonder scholing toch slim zijn)
  3. de vaan van de opstand planten (=`n opstand verwekken)
  4. er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er geen verstand van hebben)
  5. gezegende omstandigheden (=in verwachting)
  6. het verstand komt met de jaren (=naarmate je ouder wordt, word je wijzer en verstandiger)
  7. met het verstand van een garnaal (=erg weinig verstand, erg dom)
  8. mijn verstand staat er bij stil (=dat begrijp ik helemaal niet)
  9. van iets zoveel verstand hebben als een koe van saffraan eten (=ergens geen verstand van hebben)
  10. Verstand hebben van gekookt eten. (=Ergens verstand van hebben.)
  11. voor de drang der omstandigheden zwichten (=zich naar de omstandigheden schikken)
  12. zich op een afstand houden (=zich niet te veel met de zaak bemoeien)
  13. zijn verstand gebruiken (=het verstandig aanpakken)
  14. zijn woord gestand doen (=doen wat iemand beloofd heeft)

111 betekenissen bevatten `stand`

  1. de vaan van de opstand planten (=`n opstand verwekken)
  2. op zich laten zitten (=aanvaarden zonder tegenstand)
  3. als het voeten heeft (=als de omstandigheden gunstig zijn)
  4. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  5. maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand))
  6. nood breekt wet (=bij moeilijke omstandigheden is er meer geoorloofd)
  7. Groot bal op kleine aardappelen (=Boven zijn stand leven)
  8. dat is een ver-van-mijn-bed-show (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  9. achter de coulissen kijken (=de echte toestand zien (ontdekken))
  10. de wind waait uit een andere hoek (=de meningen/omstandigheden zijn veranderd)
  11. de kaart van het land kennen (=de omstandigheden kennen)
  12. de bordjes zijn verhangen (=de omstandigheden zijn veranderd)
  13. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  14. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  15. die is niet voor de poes (=die moet als tegenstander niet onderschat worden)
  16. niet door mensenhanden gebouwd (=door God of natuur tot stand gebracht)
  17. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  18. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdringt gezond verstand)
  19. de gekken krijgen de kaart (=dwaze en onverstandige mensen krijgen hun gelijk of ze dat hebben of niet)
  20. onder het mes zitten (=een examen hebben, in angstige omstandigheden zitten)
  21. samen onder een deken liggen (=een gezamenlijk standpunt innemen)
  22. een veeg uit de pan krijgen (=een klap incasseren / op zijn donder krijgen / een standje krijgen)
  23. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  24. een wig drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
  25. een wigge drijven tussen (=een splitsing of misverstand bewerken)
  26. iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
  27. iemand op de vingers tikken (=een standje geven, berispen)
  28. een bokking krijgen (=een standje krijgen)
  29. het op je boterham krijgen (=een stevig standje incasseren)
  30. ten hemel schreiend (=een toestand die zo erg is dat er eigenlijk direct iets aan gedaan zou moeten worden)
  31. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  32. er geen kaas van hebben gegeten (=er geen verstand van hebben)
  33. er verstand van hebben als een kraai van een zaterdag (=er geen verstand van hebben)
  34. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
  35. de wijsheid in pacht hebben (=erg verstandig zijn of althans doen alsof)
  36. met het verstand van een garnaal (=erg weinig verstand, erg dom)
  37. van iets zoveel verstand hebben als een koe van saffraan eten (=ergens geen verstand van hebben)
  38. ergens geen tittel of jota van afweten (=ergens geen verstand van hebben, ergens helemaal geen kennis van hebben)
  39. van Teeuwes nog Meeuwes weten (=ergens van helemaal geen verstand hebben)
  40. Verstand hebben van gekookt eten. (=Ergens verstand van hebben.)
  41. niet thuis zijn van (=geen verstand hebben van - niet willen weten van)
  42. ze alle vijf bij elkaar hebben (=goed bij zijn verstand zijn)
  43. geen voetbreed wijken (=hard op zijn standpunt blijven)
  44. het mes snijdt aan twee kanten (=het levert dubbel voordeel op (NL.) Er zijn niet alleen voordelen aan verbonden, je kan eender wat vanuit verschillende en zelfs tegengestelde standpunten bekijken (BE).)
  45. zijn verstand gebruiken (=het verstandig aanpakken)
  46. er mankeert iets in zijn bovenkamer (=hij is niet goed bij zijn verstand)
  47. hij heeft een klap van de molen gekregen (=hij is niet goed meer bij zijn verstand)
  48. de broodkruimels steken hem (=hij kan de welstand niet dragen)
  49. met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
  50. iemand een bokking geven (=iemand een standje geven)

Het dialectenwoordenboek kent 13 spreekwoorden met `stand`

  1. Venloos: De worm zaegenen (=standje geven)
  2. Westerkwartiers: één van ketoen geev'm (=iemand een standje geven)
  3. Gents: in stand èwe (=in stand houden)
  4. Westerkwartiers: dat ken gien stand holl'n (=dat kan geen stand houden)
  5. Gavers: Ik at hem vaste aan t,ges (=Hij houdt stand)
  6. Sevenums: dreijende wink is stande waer (=als de wind op de dag vaak draait, dan blijft het meestal vast weer)
  7. Twents: aj gin kop hebt, ku'j nig noar boet'n kiek'n (=boven je stand leven)
  8. Brakels: uger kakken dan da zij gat stoat (=Boven zijn stand leven)
  9. Liedekerks: hoeëger skoëtn as da ze gat staut (=boven zijn stand leven)
  10. Liemers: Wone achter in 't veurhuus en/of wone veur in 't achterhuus. (=Altijd op stand wonen.)
  11. Lichtervelds: je schyt oîgre dan da ze gat stoat (=hij leeft boven zijn stand)
  12. Iepers: droait em omme, der goa gin rotten frang uitvoal! (=van iemand die boven zijn stand leeft)
  13. Westerkwartiers: dat holt gien stand (=dat blijft niet bestaan)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen