Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

17 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Vissen`

  1. achter het net Vissen (=pech hebben, net een gelegenheid missen)
  2. Achter het net Vissen (=Een kans missen)
  3. de grote Vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
  4. grote Vissen scheuren het net (=hooggeplaatste personen worden niet zo gemakkelijk gestraft)
  5. hij heeft een schollekop (Vissenkop) (=hij heeft een boeventronie)
  6. Hij vangt Vissen met zijn handen (=Hij profiteert van andermans werk)
  7. in troebel water is het goed Vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
  8. in zulk water vangt men zulke Vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  9. in zulke vijvers vangt men zulke Vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
  10. met een gouden hengel Vissen (=door bedrog zijn doel halen)
  11. met hem kun je gaan Vissen (=een prettig persoon in de omgang)
  12. naar iets Vissen (=iets trachten te achterhalen)
  13. tussen de mazen (van het net) Vissen (=creatief te werk gaan)
  14. Vissen hebben een goed leven (=het gelag niet betalen)
  15. Vissenbloed hebben (=koudbloedig zijn, weinig gevoel hebben, niet gauw koud hebben)
  16. voor een vissers deur Vissen (=vergeefse moeite doen)
  17. wie `s nachts gaat Vissen moet overdag zijn netten drogen (=Wie te veel heeft gedronken is de volgende dag niets waard)

3 betekenissen bevatten `Vissen`

  1. visnamig (=daar is het goed Vissen, er zit daar veel vis)
  2. haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste Vissen voor je gezondheid)
  3. geef een man een vis dan heeft hij die dag te eten (=je kunt iemand beter leren Vissen dan heeft hij z`n leven lang vis te eten)

Het dialectenwoordenboek kent 8 spreekwoorden met `Vissen`

  1. Gents: ij goa goan Vissen (=hij gaat Vissen)
  2. Zaans: je legge te vlook (=wanneer de dobber bij het Vissen nog niet rechtop staat)
  3. Gronings: Achter het net Vissen - 'n oape ien de kont kiek'n (=(opmerking))
  4. Lummens: Ich mot nog pieringen vange om goén te veschen (=Ik moet nog pieren vangen om te gaan Vissen.)
  5. Nunspeets: A-j 's avens Vissen willen, mu-j 's mannens de netten dreugen (=Tijdig je regelingen treffen)
  6. Schijndels: Peuren (=Vissen met een tros pieren)
  7. Evergems: 'k goa goan viss'n in de vijvre (=ik ga Vissen in de vijver)
  8. Munsterbilzen - Minsters: mèt ne stêk bau een versjet wor op vastgebonne, stoepde vër de vèsse èn de biëk (=we spitsten de Vissen uit de beek op een vork die vastgemaakt was op een lange stok)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen