Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


20 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ouwe`

  1. dat brengt leven in de brouwerij (=dat maakt het minder saai)
  2. dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten. (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring).)
  3. de handen uit de mouwen steken (=aan de slag gaan en aanpakken)
  4. een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
  5. het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
  6. het levenslicht aanschouwen/zien. (=geboren worden.)
  7. huizen bouwen op (=veel vertrouwen hebben in)
  8. huizen op iemand kunnen bouwen (=sterk op iemand kunnen vertrouwen)
  9. iets op de keper beschouwen (=iets nauwkeurig bekijken)
  10. kastelen in de lucht bouwen (=zich illusies maken)
  11. leven in de brouwerij brengen (=waar het rustig is activiteit brengen, meer vrolijkheid en drukte inbrengen)
  12. met de linkerhand trouwen (=huwen met een vrouw van lagere adelstand)
  13. ook de ceders van Libanon worden afgehouwen (=ook heilige dingen vergaan.)
  14. op de garf/garve bouwen (=land bebouwen met betaling van de pacht met een deel van de oogst)
  15. op de keper beschouwen (=nauwkeurig onderzoeken)
  16. op zand bouwen (=zich op niets baseren)
  17. vertrouwen komt te voet en gaat te paard. (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen.)
  18. zijn hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken)
  19. zijn ogen vertrouwen (=geloven wat men ziet)
  20. zijn tabernakelen bouwen (=zich vestigen met het doel lang te blijven)

35 betekenissen bevatten `ouwe`

  1. ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen)
  2. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  3. zijn hart uitstorten (=bij iemand alles (in vertrouwen) vertellen over de moeilijkheden)
  4. als de vis goedkoop is stinkt ze (=de herkomst ergens van is niet te vertrouwen)
  5. door de bril van een ander zien. (=de mening van een ander blind vertrouwen)
  6. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  7. over lijken gaan. (=doordouwen zonder oog voor ethiek of moraal.)
  8. als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huichelaar is niet te vertrouwen)
  9. uit de grond stampen (=erg snel iets opbouwen)
  10. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van 'n meisje dat liever niet wil trouwen)
  11. hij zal mijn koffer niet kruien (=hem zal ik mijn zaken niet toevertrouwen)
  12. vertrouwen komt te voet en gaat te paard. (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen.)
  13. (iets) staat op losse schroeven. (=het is onzeker, er valt niet op te bouwen.)
  14. hij is niet zuiver op de graat (=hij is niet te vertrouwen)
  15. met iemand te diep in zee gaan (=iemand al te ver vertrouwen)
  16. zo zeker als de bank (=iemand die in alles te vertrouwen is)
  17. iemand met de nek aankijken (=iemand niet als volwaardig beschouwen)
  18. het op iemand niet begrepen hebben (=iemand niet vertrouwen)
  19. iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan)
  20. ergens als een berg tegen opzien. (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid.)
  21. iets met argusogen bekijken. (=iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden.)
  22. op de garf/garve bouwen (=land bebouwen met betaling van de pacht met een deel van de oogst)
  23. ten voeten uit (=letterlijk: de volledige gestalte is afgebeeld; figuurlijk: een getrouwe persoonsbeschrijving.)
  24. een goed geloof en een kurken ziel dan drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
  25. met een goed geloof en een kurken ziel drijft men de zee over (=met vertrouwen en optimisme kan men alles aan)
  26. als een feniks uit zijn as herrijzen (=na de totale vernietiging opnieuw opbouwen)
  27. op iemands schouders staan (=op andermans werk voortbouwen)
  28. van bruiloft komt bruiloft. (=op een bruiloft kunnen twee mensen elkaar leren kennen die dan weer gaan trouwen)
  29. op iemand staat kunnen maken (=op iemand kunnen vertrouwen/rekenen)
  30. met voeten treden (=overtreden, niet opvolgen / onbehouwen te werk gaan.)
  31. om de kracht van het anker te voelen moet men de storm trotseren. (=pas als men iets ernstig meemaakt, weet men op wie men kan vertrouwen)
  32. witte paarden hebben veel stro nodig. (=pronkzieke vrouwen kosten veel geld.)
  33. huizen op iemand kunnen bouwen (=sterk op iemand kunnen vertrouwen)
  34. huizen bouwen op (=veel vertrouwen hebben in)
  35. ze achter de ellebogen hebben (=zich anders voordoen dan wie die is en niet te vertrouwen zijn)

Het dialectenwoordenboek kent 54 spreekwoorden met `ouwe`

  1. Oudenbosch: ouwenbosch dialect (=Oudenbosch dialect)
  2. Roosendaals: ouwet gaonde (=aan de gang houden)
  3. Zeeuws: jeneihen jakkes ouwen (=afzijdig)
  4. Zaans: Oud, oud, de duvel is oud - en ze moer nag ouwer (=Over oud worden)
  5. Neerpelts: ouwen oewtlèg is goe, mè ouwe poejer dugt nie! (=Goed geprobeerd, maar ik trap er niet in.)
  6. Arendonks: get spuirrie inew ouwere (=je moet uw oren wassen)
  7. Zeeuws: ouwe jonge kaerel (=ongetrouwde man)
  8. Westerkwartiers: schoon schip moak'n (=alle ouwe troep opruimen)
  9. Poperings: die oede scheure stoat in brande (=die ouwe man is verliefd)
  10. Zaltbommels: ik he mun ouwelui netjes oan het end gebrocht (=ik heb mijn vader/moeder in hun laatste levensfase verzorgt)
  11. Zeeuws: t uusje bi de schuure ouwen (=bij elkaar houden)
  12. Zeeuws: je mo de ratn ant spek zie te ouwen (=flemen)
  13. Zeeuws: ouwe jongens krentebroead (=makkers)
  14. Venrays: halt ouwe moel! (=houd je mond!)
  15. Zaans: De kindere staan teuge de ouwers op - as de glazewassers teuge de rame (=Die jeugd van tegenwoordig toch.......)
  16. Gouda: Tobbe tobbe mettet bootje naar ouwewater (=Tobben met het bootje naar Oudewater)
  17. Oudenbosch: da motte uittut ligt ouwe (=dat moet in het donker bewaard worden)
  18. Bosch: gij lekt op oewen ouwe (=jij lijkt op je vader)
  19. Liwwadders: de ouwe moalen (an 'e Hollanderdyk) (=lompen en oud papier inleverpunt)
  20. Oudenbosch: we zulle nut mar ne keer te goet ouwe (=niets te danken)
  21. Amsterdams: optieven ouwe graftak (=wegwezen bejaarde!)
  22. Amsterdams: ouwe grijze postduif (=Oude vrouw)
  23. Sint-Lenaarts: Zedde gij op ouwe kop gevalle? (=Ben je gek?)
  24. Overpelts: in ouwe nakse stoan (=in uw blootje staan)
  25. Zeeuws: je trok un hezicht van ouwe lapn (=je kijkt sip)
  26. Tilburgs: vòrse brôojkes meej aawe kèès. (=verse broodjes met ouwe kaas)
  27. West-Vlaams: Goa je nui feitelijk agauwe uien bek ouwen?? (=Wil je nu eindelijk zwijgen?)
  28. Zeeuws: ai tnie ouwen kan dan lit j tme vaaln (=k kan tniet houden)
  29. Roois (Sint-Oedenrode): Twaor alles bras.. (=Het was allemaal ouwe troep..)
  30. Marine jargon (veelal Maleis): tempo dulu (=goeie ouwe tijd)
  31. Harlingers: gaan naar dien ouwe moer (=ga naar je oude moeder)
  32. Oudenbosch: de duvels ouwe kermis in d el (=er wordt veel lawaai gemaakt)
  33. Bosch: Motte gij zitte ouwe (=Wilt u zitten mevrouw/ meneer)
  34. Oudenbosch: de duvels ouwe kermis in del (=ze maken er een janboel van)
  35. Oudenbosch: d n jonge is nog aarger dan d n ouwe (=zoon overtreft vader negatief)
  36. Zunderts: nun ouwe pap rentenier (=iemand die met weinig geld probeert rond te komen met zo weinig mogelijk werk)
  37. Bosch: Hou ouwe bekkis dicht (=hou je mond eens)
  38. Zaans: Wat dochte jullie, ouwe knolle (paarden) moete eerst of? (=Wanneer de jeugd niet even wil helpen)
  39. Oudenbosch: meej oew eul ebbe en ouwe (=met alles wat je hebt)
  40. Oudenbosch: oppun ouwe fiets mottut lere (=ruim leeftijdsverschil tussen vrouw en man)
  41. Rotterdams: ouwe dibus (=trouwe kameraad ( wordt vaak van honden gezegd))
  42. Zaans: Zo groos as 'n ouwe aap (=Zo trots als een pauw)
  43. Huizers: Gien ouwe mórs vangen mót loës koren (=Een kenner laat zich niet beetnemen)
  44. Rotterdams: ik heb de duvel en ze ouwe moer al gehad (=ik heb alles al meegemaakt)
  45. Zeeuws: ie is van n duvel en zn ouwe moer noh nie benauwd (=niet bang uit gevallen)
  46. Urkers: Je zaklings ouwe! (=Hoe kom je daar bij!)
  47. Liwwadders: ut regent ouwe wieven en hânspaken (=het regent pijpestelen)
  48. Rotterdams: Izzal op ze ouwe gewig (=Is al een tijdje dood)
  49. Oudenbosch: nou kunde d n ouwe wel verzuipe (=leve de pasgeborene)
  50. Hulsters (NL): Al op un ouwejaorsavend, toen sloogh dun bakker zun waif, al mee un ete knuppel de velle van eur laif, ut waif dat wou nie soreke, de knuppel, die wouw nie breken, de knuppen, die brek ut waif, da sprak, o, wa rara dingen zain dat. wa zullewe dun bak (=liedje met Oudjaar)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen