Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


57 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `orde`

  1. aan de orde van de dag zijn (=vaak voorkomen)
  2. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past. (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen.)
  3. als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak wordt gemakkelijk als je elkaar helpt)
  4. als een lam ter slachtbank geleid worden (=weerloos zijn)
  5. boeren en varkens worden knorrend vet. (=een boer die klaagt heeft daar wellicht geen reden toe.)
  6. dat staat niet in zijn woordenboek. (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord.)
  7. de leer veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het probleem niet aanpakken)
  8. de vermoorde onschuld spelen (=net doen alsof je van niets weet)
  9. de woorden uit de mond halen/nemen (=zeggen wat de ander ook net wou zeggen)
  10. doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden. (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
  11. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)
  12. eén gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. (=er zijn altijd wel vragen waar niemand het antwoord op weet)
  13. een harde dobber (zijn/worden) (=niet gemakkelijk (zijn/worden))
  14. een leven als een oordeel (=een verschikkelijk lawaai)
  15. een Salomonsoordeel vellen (=met een heel vraagstuk een zeer wijze en goede beslissing nemen)
  16. er over oordelen als een blinde over de kleuren (=erover oordelen zonder kennis van zaken)
  17. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  18. ergens geen woorden aan vuilmaken (=er niets eens over spreken)
  19. ergens heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
  20. gestolen kunnen worden (=van geen belang meer zijn - niet langer nodig zijn)
  21. gevleugelde woorden (=veel gebruikte uitdrukking)
  22. gezien mogen worden (=er goed uitzien)
  23. groen en geel voor de ogen worden (=duizelen en/of erg van schrikken)
  24. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt. (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren.)
  25. het zwaard aangorden (=(zich klaarmaken om) de strijd aan (te) binden)
  26. Hij is ridder te voet geworden (=zijn rijkdom is verdwenen)
  27. hij oordeelt als een blinde over kleuren. (=oordelen zonder enig inzicht.)
  28. iemand de woorden uit de mond halen. (=voor een ander spreken)
  29. iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
  30. iemand het voordeel van de twijfel gunnen. (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen.)
  31. iets niet koud laten worden (=ergens onmiddellijk op ingaan)
  32. in het diepe gegooid worden (=in een baan aan het werk moeten zonder ingewerkt te worden.)
  33. kinderen die vragen worden overgeslagen. (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd.)
  34. lieverkoekjes worden hier niet gebakken (=zin of geen zin, je moet het doen)
  35. met alle zonden van Israël beladen worden (=voor alles de schuld krijgen)
  36. met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten worden. (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
  37. met de noorderzon vertrekken (=onaangekondigd vertrekken en niets meer van zich laten horen)
  38. met een baksteen in de maag geboren worden. (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is.)
  39. met iemands woorden naar de markt gaan (=overal rondvertellen wat men elders horen zeggen heeft)
  40. naar zijn woorden zoeken (=niet goed meer weten wat te zeggen)
  41. ook de ceders van Libanon worden afgehouwen (=ook heilige dingen vergaan.)
  42. rood worden (=zich schamen)
  43. schelen zijn de mooisten niet, maar ze worden wel het meest aangekeken. (=als relativerend antwoord wanneer men zegt dat ze het niets kan schelen.)
  44. slapende rijk worden (=veel geld verdienen zonder er iets voor te moeten doen)
  45. van je à propos gebracht worden. (=in de war gebracht worden.)
  46. vieze varkens worden niet vet. (=wie overal vies van is, zal niet veel te eten krijgen.)
  47. voor geen geld of goede woorden (tot iets bereid zijn). (=niet bereid zijn tot iets, wat iemand ook ervoor biedt, en welke argumenten iemand ook naar voren brengt.)
  48. vorderen als een luis op een teerton (=erg moeizaam opschieten)
  49. Waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=Als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  50. woorden hebben (=ruzie of enigheid hebben)

281 betekenissen bevatten `orde`

  1. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  2. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  3. iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
  4. lik op stuk krijgen/geven. (=afgestraft worden/afstraffen)
  5. een blauwe scheen lopen (=afgewezen worden)
  6. een korf krijgen (=afgewezen worden)
  7. een blauwtje lopen (=afgewezen worden (in de liefde))
  8. de toets doorstaan (kunnen) (=alle antwoorden op vragen/problemen weten)
  9. boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
  10. de kust is veilig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt)
  11. in het donker zijn alle katten grijs/grauw. (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen.)
  12. men noemt geen koe bont, of er is een vlekje aan. (=als er allerlei vervelende dingen worden verteld is er vast wel iets van waar)
  13. niemand genoemd niemand geblameerd (=als er geen namen genoemd worden, wordt niemand gekwetst)
  14. aan een boom zo vol geladen, mist men een twee pruimpjes niet. (Naar Hieronymus van Alphen) (=als er van iets grote hoeveelheden zijn, kan er wel wat gemist worden.)
  15. dan moet de wal het schip maar keren (=als iemand niet vooraf rekening houdt met een naderend probleem, dan moet het probleem maar daadwerkelijk in volle omvang ontstaan, en dan alsnog worden opgelost.)
  16. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat. (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel.)
  17. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest. (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan.)
  18. die het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het best. (=als je ergens vlak bij bent heb je daar vaak meer voordeel van dan wanneer dat niet het geval is)
  19. ongevraagd, ongeweigerd. (=als je iets doet waarvoor geen toestemming is gevraagd kan het achteraf niet meer geweigerd worden omdat het al gebeurd is)
  20. als de zon een mestvaalt beschijnt, dan verspreidt deze een onaangename geur. (=als je met goede wil ergens te veel aandacht aan besteedt kan het verkeerd opgevat worden. / Met alle goede wil van de wereld kun je sommige zaken nog niet verbeteren.)
  21. Waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=Als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  22. wie zijn klomp breekt, schiet gemakkelijk uit zijn slof. (=als je wordt teleurgesteld, kun je gemakkelijk boos worden.)
  23. de appel wegdragen/winnen (=als schoonste erkend worden)
  24. altijd de kwade pier zijn (=altijd als de schuldige aangewezen worden)
  25. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  26. ten grave dalen (=begraven worden)
  27. iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat niet in orde is)
  28. aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
  29. op de bon gaan (=bekeurd worden)
  30. eer is teer. (=beledigd worden doet pijn)
  31. in de val lopen (=betrapt worden)
  32. tegen de lamp lopen (=betrapt/gesnapt worden)
  33. om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
  34. door de kluisgaten aan boord gekomen zijn (=bevelhebber worden na het doorlopen van alle lagere rangen)
  35. de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden)
  36. op een oor na gevild zijn (=bijna in orde zijn)
  37. in een goed blaadje staan (=bijzonder gewaardeerd worden)
  38. op de been blijven. (=blijven staan; niet ziek worden; niet verslagen worden.)
  39. zo rood worden als een kalkoense haan (=bloedrood worden (van schaamte))
  40. de gal loopt over (=boos worden)
  41. in de gordijnen klimmen (=boos worden)
  42. op je achterste benen gaan staan. (=boos worden; ergens fel tegen protesteren; het ergens helemaal niet mee eens zijn.)
  43. kinderen die vragen worden overgeslagen. (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd.)
  44. geen zuivere koffie zijn (=daar is iets niet in orde)
  45. daar zal wat zwaaien (=daar zal een hartig woordje gesproken worden)
  46. die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet gesproken worden)
  47. dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
  48. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  49. dat staat op de agenda. (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden.)
  50. dat is een bal voor open doel. (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden.)

Het dialectenwoordenboek kent 45 spreekwoorden met `orde`

  1. Waregems: skots en skeeëf (=slecht gestapeld, niet ordevol)
  2. Leefdaals: da komt precies oet een koei uir gat (=dat is precies niet ordelijk)
  3. Munsterbilzen - Minsters: arrozjiëre (=in orde brengen)
  4. Zelzaats: Alles goe in wel (=Alles in orde)
  5. Antwerps: 't Is in de sacoche ! (=Het is in orde)
  6. Turnhouts: Ti's in de sjekoos (=Het is in orde)
  7. Waregems: 't es in ordre (='t is in orde)
  8. Gents: 't spel ès èspe ! (=het is in orde)
  9. Munsterbilzen - Minsters: wat sjilter (=is er iets niet in orde)
  10. Genneps: Ien gèn goe.d vél stèèkè (=Nie goed in orde zijn)
  11. Sint-Katelijne-Waver: Tis in de zjakos (='t Is in orde)
  12. Tongers: dat keump èn de sjakoche (=dat komt in orde)
  13. Rotterdams: voor z'n rood koperen (=Het is klaar, is in orde)
  14. Ninoofs: de plank op en binnen (=Dat was vlug in orde)
  15. Antwerps: mé een bietje seffes (=dat komt wel in orde)
  16. Westerkwartiers: 't is dik veur 'n anner (=het is prima in orde)
  17. tervurens: tes in de sjakosj, tes gebakke (=het is in orde)
  18. Sint-Katelijne-Waver: Tis in de zjakos (=Het is in orde)
  19. Willebroeks: t es in de sakosj (=het is in orde)
  20. Munsterbilzen - Minsters: tès ammel èn de sakosj (=het is allemaal in orde)
  21. Bilzers: kleen krijge (=tot de orde roepen)
  22. Vlijtingens: Het keemp in de sjakos (=Het komt in orde)
  23. Deinzes: 't spel es espe (=Alles is in orde)
  24. Munsterbilzen - Minsters: tés én de sjekosj ! (=het is in orde !)
  25. Sint-Niklaas: er grust in zin (=denken dat alles in orde is)
  26. Waregems: ippeklèrd (opgeklaard) (=op orde gesteld, rommel verwijderd)
  27. Merenaars: voesj zedde goed (=voor de rest alles in orde)
  28. Bilzers: as t nie geet dan bok t mèr (='t komt wel in orde)
  29. Sint-Laureins: ot da maor goe komt (=als dat maar in orde komt)
  30. Weerts: Det stumtj wi-j elf en 'n mik (=Dat is volkomen in orde)
  31. Westerkwartiers: hij lopt met meul'ntjes (=hij is geestelijk niet in orde)
  32. Roermonds: van de ratte besjnuffeld (=niet helemaal 100% in orde zijn)
  33. Zaans: Un pin op de neus geve (=(Iemand) tot de orde roepen)
  34. Oudenbosch: diejebbe ze daorus goed bijgewerkt (=die is ernstig tot de orde geroepen)
  35. Westerkwartiers: dat komt meddertied wel an bod (=dat komt later wel aan de orde)
  36. Oudenbosch: die motte gij us op z n vesje tuffe (=die moet je eens tot de orde roepen)
  37. dordts: (Das) Kat in't bakkie (=Dat is in orde (klaar / gedaan) / Dat is gemakkelijk te doen)
  38. Oudenbosch: diejis daor un kirke goed onderaande genome (=die is ernstig tot de orde geroepen)
  39. Ossendrechts: Bende jelemaol betoeterd (=Inleiding om tot de orde geroepen te worden)
  40. Brakels: nond zijne stèst komter uuk en ij ènkt vanagter (=met geduld komt het wel in orde)
  41. Lebbeeks: sakkoës: 't Es in de sakkoës (='t Is klaar, geregeld, in orde)
  42. Lebbeeks: effen: 't Lèid op zijn effen (='t Ligt keurig op orde)
  43. Sint-Niklaas: de benen van onder zè gat lopen (=er vaart achter zetten om iets in orde te kijgen)
  44. Munsterbilzen - Minsters: tijd mok graos en zon mok hoj (=doe alles rustig aan en 't komt wel in orde)
  45. Munsterbilzen - Minsters: Ich hüb den Dikke Zjenderm nog dèk zien op te loop gon mèt zen aa kammenët as de waolen on Den Danmark (laoter Jaws) mèt e man of tein zen kammenet wolle ümgoeje (=Lachwekkend was vooral het optreden van Den Dikke (gendarme) om de orde te herstellen in de Danmark (van Twanneke van Zjeif); als de Waaltjes wervraak namen op zijn rijkswachtcamionette was hij rap verdwenen)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen