Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ouders`

  1. brede schouders hebben (=veel kunnen verdragen)
  2. de schouders eronder zetten (=zich voor iets inspannen)
  3. de schouders ophalen (=er zich niets van aantrekken - er niets over willen weten)
  4. op iemands schouders staan (=op andermans werk voortbouwen)

7 betekenissen bevatten `ouders`

  1. Aan de veren kent men de vogel (=1: Aan iemands uiterlijk (verzorging / kleding) kan men zijn karakter afleiden. 2: Kinderen lijken vaak op hun ouders)
  2. aan de vruchten kent men de boom (=aan de nakomelingen kent men de ouders)
  3. zo vader, zo zoon (of: Zo moeder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)
  4. de appel valt niet ver van de stam/boom (=kinderen lijken vaak op de ouders )
  5. het ei wil wijzer zijn dan de kip (=kinderen willen wijzer zijn dan de ouders)
  6. uit de pot van Egypte eten (=nog thuis eten bij de ouders die voor je zorgen)
  7. wie naar zijn moeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)

Het dialectenwoordenboek kent 15 spreekwoorden met `ouders`

  1. Liessents: Bessem hebbe (=Alleen thuis zijn zonder ouders)
  2. Noorderkempisch: Van wie zijde gai jeentje (=Wie zijn jou ouders)
  3. Zottegems: mijn broere ,zustere en èërs (=mijn broer , zuster en ouders)
  4. Betuws: vanwie zai de gai dr een (=wie zijn je ouders)
  5. Kerkdriels: van wie zijde gij d'r ene? (=wie zijn jouw ouders?)
  6. West-Vlaams: men ouders slapen beneden he (=zal het gaan?)
  7. Bilzers: hae maugter sondes al bénne (=hij mag al bij de ouders van zijn verloofde komen)
  8. Weerts: Ze gaon altiêd op 't aod kaar aan (=Kinderen gaan graag naar hun ouders)
  9. Munsterbilzen - Minsters: waaj vër nog joenk worre moeste vër èn de bës on de deense waajers ganse zek foenkelhoot, sjots en denneknüp gon raope (=in onze jeugdjaren moesten we van onze ouders heel wat zakken kleinhout, boomschors en dennenappels gaan rapen)
  10. Munsterbilzen - Minsters: tèssen blamaasj vër zen aars vêr ze zau te verniëke (=het is een belediging voor je ouders om hen zo voor de gek te houden)
  11. Weerts: as de wichter groeët zeen, doon zeuj de aojers nao béd (=kinderen zorgen later voor hun ouders)
  12. Munsterbilzen - Minsters: van aajle koeëme aajle (=domme ouders, domme kinderen)
  13. Hoeilaart: Weens menneke zerre ga (=Wie zijn uw ouders)
  14. brabants: we hebben bessem (=onze ouders zijn niet thuis)
  15. Urkers: Van wie bin jie er iene dan (=Wie zijn je ouders)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen