Spreekwoorden met `benen`

Zoek

14 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `benen`

  1. benen maken (=(haastig) weggaan)
  2. de benen nemen (=er vandoor gaan)
  3. het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen (=wie in weelde leeft moet oppassen om niet op het slechte pad te raken)
  4. leugens hebben korte benen (=met liegen kom je niet ver)
  5. met beide benen op de grond staan (=een realist zijn)
  6. met de benen buiten hangen (=gezegd als het erg druk is)
  7. met de benenwagen (=te voet)
  8. nog niet op eigen benen kunnen staan (=nog niet zichzelf volledig zelfstandig kunnen redden)
  9. op de achterste benen/poten staan (=zeer verontwaardigd of boos zijn.)
  10. op eigen benen staan (=voor jezelf zorgen; geen hulp nodig hebben)
  11. op je laatste benen lopen (=bijna niet meer kunnen van vermoeidheid)
  12. paarden vallen ook al hebben zij vier benen. (=iedereen maakt fouten)
  13. pap in de benen hebben (=de benen willen niet meer vooruit)
  14. zijn kop is zwaarder dan zijn benen (=hij is dronken (of erg moe))

Eén betekenis bevat `benen`

  1. pap in de benen hebben (=de benen willen niet meer vooruit)

50 dialectgezegden bevatten `benen`

  1. 'R tuusenuit naaie. ''Hij naait er van tuuse'' of ''Hij naait 'm'' (=De benen nemen (weg vluchten) ) (Waalwijks)
  2. 't liekt wel of je mit twee benen in één kous lopen. (=je schiet niet echt op.) (Putters)
  3. Aa ei flanelle bieëne (=Hij heeft geen kracht in zijn benen (wielrennen) ) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  4. amaaj, daaj hètter eksternès haug hange (=begot, die heeft nogal eens lange benen) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. as 't vur niet is loûpe ze de benen van onder older gat (=als het gratis is komt iedereen er op af) (Sint-Niklaas)
  6. aste grütter wils tene dan daste bès, geeste ne kër dür zen been zakke (=doe je nooit groter voor dan je bent, je benen kunnen die weelde niet dragen) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. bloem'n op zèn bieënen èmmen (=bloemen op de benen hebben - de benen zijn rood geblakerd van bij de stoof te zitten of rood van de kou) (Meers)
  8. daaj hèt batse tot aoên hër kont (=ze heeft lange benen) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. daaj hèt hër eksternès haug hange, mér hër wolke hange get leig (=ze heeft lange benen maar slaphangende borsten) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. dae hèttet zitte (=hij heeft het spek aan zijn benen) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. dae kintj gein bein mieër bekinne (=hij kan niet meer op z’n benen staan) (Heitsers)
  12. dat in skiere rikkepöste (=mooie benen) (Twents)
  13. De benen bi'j een aander onder de tafel steken (=Uit het ouderlijk huis vertrekken) (Giethoorns)
  14. De benen uut d'aoken lopen (=Druk bezig wezen) (Giethoorns)
  15. De benen uut d'aoken lopen (=Druk bezig zijn) (Giethoorns)
  16. de benen van onder zè gat lopen (=er vaart achter zetten om iets in orde te kijgen) (Sint-Niklaas)
  17. de benen van onder zè lijf (gat) lopen (=zeer veel moeite doen voor iets) (Sint-Niklaas)
  18. de bieën'n vanonder zè gat luëpen (=de benen van onder zijn gat lopen zich terdege inspannen om iets te bekomen) (Meers)
  19. de briks zën paute op dat gëvriër (=je breekt je benen op die bevroren grond) (Munsterbilzen - Minsters)
  20. Dê eul èkster woeind oëg. (=vrouw met lange benen) (merchtems)
  21. de klevetter opgaon (=viervoets de benen nemen) (Oudenbosch)
  22. de würm zoete al ènt hoot (=de kreupele liep op zijn laatste benen) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. delfs blauwe benen krijgen (=wachten) (Rotterdams)
  24. Den dag da ze mé maain biene no de notches zulle smaaite (=De dag dat ze met mijn benen naar de nootjes zullen gooien) (Brussels)
  25. den ekst' r zit ooge (=een vrouw met lange benen) (Iepers)
  26. Die hee nogal poeuten ongder heure pisbak (=Een vrouw met lange, mooie benen) (Turnhouts)
  27. Die hee noggal poewten onder heure pisbak (=Die heeft lange benen (vrouw ) ) (turnhouts)
  28. Die okster wuent hueg. letterlijk vertaald: het nest van de ekster zit hoog... (=zij heeft lange benen) (Vrasens)
  29. diej is goe verzien van woare en pwoate (=een vrouw die goed voorzien is van borsten en benen) (Brechts)
  30. Dur dej her poeten kunder e vèrreke doortrekken (=Ze heeft o- benen) (Koersels)
  31. è ang mè zèn tremen uit 't bedden (=zijn benen hangen uit het bed) (Sint-Niklaas)
  32. eer ekster woeint oeig (=ze heeft lange benen) (Aalsters)
  33. Eer ekster woejnt eugh (=Ze heeft lange benen) (Ninoofs)
  34. eir ekster woentj oeig (=ze heeft lange benen) (Aalsters)
  35. ekster: Dèi eel ekster woeint oeëk oeëg (=Een meisje met lange benen) (Lebbeeks)
  36. ët toppunt van dërf : ne plissen-agent tieëge zën been pisse', en vroeëge of ët werm ès (=het toppunt van durf : een politie-agent tegen zijn benen plassen en vragen of het warm is) (Munsterbilzen - Minsters)
  37. eur nakster zit ooghe (=een mooie vrouw met lange benen) (Brugs)
  38. eur nen astre weunt oîge (=die vrouw heeft lange benen) (kortemarks)
  39. eur nn astre weunt oîge (=ze heeft lange benen) (Lichtervelds)
  40. euren ekster weunt hoge (=ze heeft lange benen) (West-Vlaams)
  41. euren eksternest hangt uuge in den buum (=ze heeft lange benen) (Gents)
  42. euren okster weunt ooëge, zulle (=ze heeft zeer lange benen) (Waregems)
  43. firme puuten onder diene pisbak ein (=knappe benen hebben) (Gents)
  44. flanelle bieëne hemme (=geen kracht in de benen hebben) (winksels)
  45. ge keunt er een virken deurejaag'n (=kromme benen) (Zelzaats)
  46. ge kuntt zien aon z n lope ij loptur naor (=hij heeft iets aan zijn benen) (Oudenbosch)
  47. ge moesjn gezien emmen, me zenne stjeit in ze gat (=je moest hem gezien hebben, met zijn staart tussen zijn benen) (Liedekerks)
  48. gie, me joe lange skinkels (=jij, met je lange benen) (Wevelgems)
  49. graotes sinnema (=ze zit met haar benen gespreid) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. Hi-j valt van de benen.de benen gaon em onder 't gat weg (=Hij valt) (Giethoorns)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen