Spreekwoorden met `ong`

Zoek


79 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ong`

  1. aap wat heb je mooie jongen (=sarcastische opmerking over iemand die wat al te trots is op iets)
  2. aap wat heb je mooie jongen spelen (=overdreven vriendelijk zijn)
  3. al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
  4. alsof er een engeltje over je tong piest (=iets lekker vinden)
  5. ars longo vita brevis (=de kunst blijft lang en het leven is kort) (Latijn)
  6. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  7. bokkensprongen maken (=van het een op het ander springen - zotte sprongen maken)
  8. buig de boom als hij jong is (=goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
  9. de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelende klusjes opknappen)
  10. de jongste schepen wijst het vonnis (=de kinderen willen het het best weten)
  11. de mijn is verkeerd gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
  12. de tongen losmaken (=aanleiding geven tot gepraat)
  13. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  14. een fluwelen tong hebben (=met gladde woorden mensen kunnen overtuigen)
  15. een geluk bij een ongeluk (=terwijl iets mis gaat, gaat iets anders goed)
  16. een gladde tong hebben (=goed kunnen praten, het goed kunnen uitleggen)
  17. een haastige hond werpt blinde jongen. (=te snel of impulsief handelen heeft slechte gevolgen)
  18. een kat in het donker/nauw maakt rare sprongen (=in een benarde situatie doet men vreemde dingen)
  19. een kort liedje is gauw gezongen (=het onaangename gaat snel genoeg voorbij)
  20. een losse tong hebben (=te veel babbelen)
  21. een ongeletterde boer (=weinig geleerd persoon)
  22. een ongelikte beer (=een onbeschofterik)
  23. een ongelovige Thomas zijn (=nooit iets geloven)
  24. een ongeluk begaan (=zodanig kwaad zijn dat er `n ongeluk van komt)
  25. een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  26. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  27. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  28. een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besluit)
  29. een sprong in het diepe wagen (=een risico nemen en iets nieuws proberen.)
  30. een tong als een scheermes (=gezegd van iemand die venijnig uithaalt met woorden)
  31. er een kleine jongen bij zijn (=er niet aan kunnen tippen)
  32. geen bokkensprongen kunnen maken (=weinig geld hebben om extra dingen te kunnen kopen)
  33. geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
  34. goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vlotte prater)
  35. het achterste van je tong (niet) laten zien (=zich (niet) meteen laten kennen; (n)iets verbergen)
  36. het dunkt elke uil dat zijn jong een valke is. (=iedereen is trots op zijn kinderen)
  37. het ene ongeluk kan niet op het andere wachten. (=ongeluk komt zelden alleen)
  38. het ene ongeluk roept het ander. (=ongeluk komt zelden alleen)
  39. het hart op de tong dragen (=direct zeggen wat iemand denkt, ongeacht of dat slim is of niet)
  40. het hart op de tong hebben. (=zeggen wat je er van vindt)
  41. het liedje is uitgezongen (=het is afgelopen)
  42. het takje buigen als het nog jong is (=goede gewoonten leert men het beste op jonge leeftijd aan)
  43. honger als een paard hebben (=veel trek in eten hebben.)
  44. honger is de beste kok/saus (=wanneer men honger heeft, smaakt alles goed)
  45. honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, smaakt alles)
  46. hongerige luizen bijten scherp (=met de arme mensen heeft men de meeste last)
  47. iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
  48. iemand ongezouten de waarheid zeggen (=onverbloemd de waarheid zeggen, eerlijk zeggen waar het op staat)
  49. iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
  50. ik wil hogerop, zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)

109 betekenissen bevatten `ong`

  1. uitlekken (=als iets ongewenst publiekelijk bekend wordt)
  2. een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  3. die in het voorjaar niet zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je sparen voor je eigen oude dag)
  4. wie gekheid zaait zal dwaasheid oogsten. (=als je ongebruikelijke dingen doet krijg je ook ongebruikelijke resultaten)
  5. honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, smaakt alles)
  6. wie veel begeert veel ontbeert (=altijd meer willen maakt ongelukkig)
  7. aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
  8. aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
  9. jongens van Jan de Witt (=dappere jongens zijn)
  10. dat mag met een krijtje aan de balk (=dat is een ongewone gebeurtenis)
  11. zoals de ouden zongen piepen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)
  12. de jongste ezel moet het pak dragen (=de jongste moet de vervelende klusjes opknappen)
  13. Hansje in de kelder. (=de ongeboren baby)
  14. het hart op de tong dragen (=direct zeggen wat iemand denkt, ongeacht of dat slim is of niet)
  15. een ongeluk zit in een klein hoekje (=door een kleine fout kunnen gemakkelijk erg nare ongelukken gebeuren)
  16. voorkomen is beter dan genezen (=door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen)
  17. uit de heup schieten (=een discussie ingaan met een ongenuanceerde argumentatie)
  18. eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  19. het achtste wereldwonder (=een ongelooflijk prachtig iets)
  20. een ongeluk komt te paard en gaat te voet (=een ongeluk is snel gebeurd, maar de gevolgen slepen lang aan)
  21. de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zich daadwerkelijk voordoet)
  22. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  23. iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
  24. Poolse landdag (=een wilde, ongeregelde bijeenkomst)
  25. ergens geen kwaad kunnen doen. (=een zeer positieve reputatie hebben ongeacht wat je doet)
  26. de muren hebben oren (=er kan ongewenst worden meegeluisterd door anderen)
  27. aardappelbloed hebben (=er ongezond uitzien)
  28. ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwachten hebben)
  29. te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken)
  30. je ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)
  31. dood gaan we allemaal. (=gezegd als je iets ongezonds doet)
  32. buig de boom als hij jong is (=goede gewoonten kunnen het beste al jong worden aangeleerd)
  33. het takje buigen als het nog jong is (=goede gewoonten leert men het beste op jonge leeftijd aan)
  34. een Homerisch gelach (=harde en gemene lach om het ongeluk, de mislukking of de handicap van tegenstrevers.)
  35. heb het hart eens (=heb de moed om dat te doen. (Eigenlijk: als je dat doet, zal ik je ongenadig straffen))
  36. zo fris als een hoentje (=heel fris, nog erg jong)
  37. zo hongerig als een kerkrat/kerkmuis (=heel hongerig zijn)
  38. kijken alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=heel ongelukkig kijken)
  39. er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal niets mankeren na een ongeluk)
  40. kruit noch lood hebben (=helemaal ongewapend zijn)
  41. de een scheert schapen, de ander varkens (=het is ongelijk verdeeld in de wereld)
  42. het is zusje en broertje (=het is zo ongeveer hetzelfde)
  43. de bijl aan de wortel leggen (=het kwaad in de oorsprong trachten uit te roeien)
  44. het moet zo tussen neus en lippen gebeuren (=het moet bijna ongemerkt gebeuren)
  45. de duivel schijt altijd op de grootste hoop (=het ongeluk treft meestal degenen die al in moeilijkheden verkeren.)
  46. op een houtje bijten (=honger hebben)
  47. de beren zien dansen (=honger hebben)
  48. een mot in de maag hebben (=honger lijden)
  49. lang vasten is geen brood sparen. (=honger lijden is niet hetzelfde als geld besparen)
  50. iemand die behoorlijk kan uitpakken (=iemand die ongeremd zijn toorn kan uiten)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen