Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

18 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `schot`

  1. al zijn kruit verschoten hebben (=geen verdere oplossingen meer weten - niet meer verder kunnen)
  2. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
  3. buiten schot blijven (=niet worden aangetast)
  4. De admiraal heeft geschoten. (=De gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
  5. de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
  6. een schot voor de boeg (=een uitspraak of vraag als eerste aanzet tot een gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  7. elk schot is geen eendvogel (=niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol)
  8. er zit geen schot in de zaak (=het gaat niet vooruit)
  9. het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
  10. in het schot vallen (=precies tijdens het startschot vertrekken)
  11. in zijn wiek geschoten zijn (=zich beledigd voelen)
  12. men moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
  13. niet geschoten is altijd mis (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
  14. schot en lot betalen (=zijn burgerplicht naar behoren vervullen)
  15. schots en scheef zijn/staan (=ongeordend door elkaar heen)
  16. wie een varken is moet in het schot (=wie voor het ongeluk geboren is, hoeft geen geluk te verwachten)
  17. Wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=Het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
  18. zijn kruit verschoten hebben (=uitgeput zijn, niets meer kunnen doen)

3 betekenissen bevatten `schot`

  1. een schot voor de boeg (=een uitspraak of vraag als eerste aanzet tot een gesprek of discussie (eigenlijk: een waarschuwingsschot))
  2. in het schot vallen (=precies tijdens het startschot vertrekken)
  3. roep geen mosselen voordat ze aan de wal zijn (=verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is)

Het dialectenwoordenboek kent 17 spreekwoorden met `schot`

  1. Waregems: 't stoa paraplu (=schots en scheef)
  2. Genneps: schoeks en schijf (=schots en scheef)
  3. Liedekerks: Zwiejep in'oak (=Hart schot in de bovenhoek)
  4. Oudenbosch: dan kunde nie schiete denk (=elk schot was raak)
  5. Genneps: Goe.d op scheut zien (=schot in zitten)
  6. Liwwadders: skots en skeef (=schots en scheef, rommelig door elkaar)
  7. Zeeuws: een schotje voe schieten (=een stokje voor steken)
  8. Bilzers: het kaefke èn z'n oog gesjoëte (=een schot in de roos)
  9. Westerkwartiers: schot ien 'e roos (=voltreffer)
  10. Munsterbilzen - Minsters: hae hèt al ze kraut versjoeëte (=de jager ziet er geen schot meer in te krijgen)
  11. Twents: 't kump zo trage as biej nen osn de melk (=er zit geen schot in de zaak)
  12. Westerkwartiers: niet elk schot is 'n eendvogel (=niet iedere poging is raak)
  13. Munsterbilzen - Minsters: sjiete mèt losse flodders geet niks autmaoke (=er kwam maar geen schot in de zaak van de wapenlevering)
  14. Westerkwartiers: elk schot is gien eendvogel (=niet elke poging lukt)
  15. Sint-Niklaas: da bier is precies schotelwoater (=dat bier heeft een flauwe, slechte smaak)
  16. Westerkwartiers: hij ston buut'n schot (=hij stond op een veilig plekje)
  17. Rotterdams: met kop en schotel boven de rest uitsteken (=met kop en schouders boven de rest uitsteken)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen