Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `leugen`

  1. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  2. al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt ze wel (=leugens komen altijd uit)
  3. een leugentje om bestwil (=een leugen met een goede bedoeling)
  4. leugens hebben korte benen (=met een leugen schiet iemand niets op, na verloop van tijd komt de waarheid altijd naar buiten)
  5. van leugens aaneenhangen (=altijd maar liegen)

5 betekenissen bevatten `leugen`

  1. aan zijn eerste leugen niet gebarsten en voor zijn tweede niet opgehangen zijn (=een grote leugenaar zijn)
  2. eerlijk duurt het langst (=een leugen komt op den duur altijd uit, maar de waarheid blijft altijd waar)
  3. een leugentje om bestwil (=een leugen met een goede bedoeling)
  4. al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt ze wel (=leugens komen altijd uit)
  5. leugens hebben korte benen (=met een leugen schiet iemand niets op, na verloop van tijd komt de waarheid altijd naar buiten)

Het dialectenwoordenboek kent 19 spreekwoorden met `leugen`

  1. Bilzers: Da's geloëge! Dat liegste! (=Dat is een leugen!)
  2. Twents: Van heurn zeggen komt völle löggens (=van horen zeggen komen vele leugens)
  3. Bilzers: men naoës iëk (=ik hoor hier leugens vertellen)
  4. Drents: leugens hebt körte bienties (=Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel)
  5. Ronsisch: hie ka lieghen lijnk e pierd scheiten (=Een grote leugenaar)
  6. Sint-Niklaas: een leugenas (=een vrouw die liegt)
  7. Sint-Niklaas: leugenjeir, gè gô recht nor 'd aal (=leugenaar, gij gaat recht naar de hel)
  8. Zeeuws: ie lieg of attut e drukt sti (=leugenaar)
  9. Lokers: deur de maunde vaulen (=betrapt worden op een leugen)
  10. Zuuns: gaile zet zeikest van de vosseplaain (alias de Basteleusstraat waar vroeger veel bewoners van de Brussels oude markt kwamen wonen) (=dat zijn bedriegers, leugenaars)
  11. turnhouts: iemaand bleuskes waaismoake (=iemand onzin/leugens vertellen)
  12. Sallands: De luengne giet net as 'n kröppeln op krukkn. (=De leugen gaat als een kreupele op krukken.)
  13. Munsterbilzen - Minsters: alle foetelkes koëmen aut, al bringen et de kraeë noë baute (=al gaat de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel)
  14. Turnhouts: aai mokt em bleuskes waais (=iemand onzin/leugens vertellen)
  15. Mols: liege dagge zwet zie (=grove leugens vertellen)
  16. Zeeuws: ie is nie van zn lessen llaatste] e bossen (=leugenaar)
  17. Bilzers: men tweide vroo woster al zoe snel vandür datze men iëste nog haet éngehold (=al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel)
  18. Bilzers: liëges hûbbe kotte been (=al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel)
  19. Kinrooi: Es te de waorheid vertèls hoofs te gein leuges te ónthaoje! (=Wanneer je de waarheid vertelt hoef je geen leugens te onthouden!)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen