Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pijn`

  1. een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspannen)
  2. iemand op de pijnbank leggen (=iemand het moeilijk maken en daarmee dwingen iets te doen)
  3. kunnen missen als kiespijn (=veel liever niet hebben)
  4. lachen als een boer met kiespijn (=lachen zonder echt blij te zijn)
  5. wie mooi wil zijn, moet pijn lijden (=voor schoonheid moet je wat over hebben)

10 betekenissen bevatten `pijn`

  1. eer is teer (=beledigd worden doet pijn)
  2. buurmans leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
  3. een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)
  4. tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt)
  5. zich geradbraakt voelen (=erg moe zijn en diverse pijnen hebben)
  6. door de ziel gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
  7. ergens de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
  8. de kronkel in de darm hebben (=hevige buikpijn (koliek) hebben)
  9. een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspannen)
  10. de tijd heelt alle wonden (=na lange tijd zal de pijn vanzelf over gaan)

Het dialectenwoordenboek kent 68 spreekwoorden met `pijn`

  1. Westerkwartiers: ze ging om elk wizzewaske noar dokter (=zij ging bij elk pijntje naar de arts)
  2. Drents: wat heun ofgaon (=op een pijnlijke manier iets kwijtraken)
  3. Wetters: een stijluuge (=een pijnlijke ontsteking aan het oog)
  4. IJmuidens: pijn in je leijer (=pijn in je lichaam)
  5. Sint-Niklaas: karoatentrekker (=hij die pijn voorwendt)
  6. Hansbeeks: 't doe zierre (=Het doet pijn)
  7. Bilzers: men hat krimpervan (=dat doet me pijn)
  8. Sint-Niklaas: me gat toe seer (=mijn achterwerk doet pijn)
  9. Gronings: pien in pens (=pijn in de buik)
  10. Munsterbilzen - Minsters: baukpaajn hëbbe (=pijn in het hart hebben)
  11. Zalks: Onmeundige zeerte he:m (=Vreselijk veel pijn hebben)
  12. Zeeuws: joekte is erger as piene (=pijn)
  13. Sint-Niklaas: karoten trekken (=pijn voorwenden)
  14. Sint-Niklaas: 't piekt een bitsjen (=het doet een beetje pijn)
  15. Munsterbilzen - Minsters: zen ziel autkotse (=braken tot het pijn doet)
  16. Liedekerks: kem zieje o men biejen (=Ik heb pijn aan men been)
  17. Sint-Niklaas: karoatentrekker (=pijn voorwenden)
  18. Sint-Katelijne-Waver: Zot zaan doe giê ziêr maar tjukt een bekke (=Gek zijn doet geen pijn maar)
  19. Sint-Niklaas: ei zie zènne pere nogal (=hij heeft veel pijn, ziet erg af)
  20. Westerkwartiers: dat haar veul voet'n ien 'e oarde (=dat ging met pijn en moeite)
  21. Ostêns: è je zeir ? (=heb je pijn?)
  22. Terneuzens: Jokte is erger as piene (=Jeuk is erger dan pijn)
  23. Opglabbeeks: pien aan miene strank (=pijn aan mijn zitvlak)
  24. Westerkwartiers: de pokkel dut mij zeer (=mijn lichaam doet pijn)
  25. Lichtervelds: je zie ze pêire (=hij lijdt veel pijn)
  26. Oudenbosch: doettut zo zeer ? (=heb je zo n pijn ?)
  27. Westerkwartiers: de pokkel dut mie zeer (=ik voel overal pijn)
  28. kortemarks: ofzien lik e peîrd (=veel pijn hebben)
  29. Sallands: Onmeundige zeerte he:m (=Vreselijk veel pijn hebben)
  30. Munsterbilzen - Minsters: paajn aont lepke (=doet het pijn)
  31. Waregems: jee em zieëredoan (=hij heeft zich bezeerd (pijn gedaan))
  32. Munsterbilzen - Minsters: kèëke ofste èn ne rik hings (=overdreven reageren op pijn)
  33. Antwerps: zot zen doe ni siër (=zot zijn doet geen pijn)
  34. Sint-Niklaas: ier kunde me doûdnijpen (=hier heb ik erg veel pijn)
  35. Bilzers: paajn ont lépke ? (=hebt ge u weer pijn gedaan ?)
  36. Sint-Niklaas: 'k zun op al eiligen roepen (=ik heb heel veel pijn...)
  37. Ostêns: oh geire meneire me tein doe zeir (=meneer mijn teen doet pijn)
  38. Lichtervelds: kee zièèr an de koakn van me gat (=mijn zitvlak doet pijn)
  39. Sint-Niklaas: zot zin doe geé zeer (=zot zijn doet geen pijn)
  40. Twents: As ie d`r ene zear wilt doon, mot ie 'n stoomp mes nemm'n (=Als je iemand pijn wilt doen, moet je een stomp mes nemen.)
  41. Munsterbilzen - Minsters: iemes tiëge zenen inkpot stampe totterv vanzelf begint te sjrijve (=iemand tegen zijn gat stampen tot hij van pijn over de grond kruipt)
  42. Tilburgs: schèène doe nie zeer èn schuppe hèddet hart nie ! (=schelden doet geen pijn, en schoppen durf je toch niet !)
  43. Sint-Niklaas: da toe neig zeer (=dat doet veel pijn)
  44. Temse: tu nijg zeer (=geweldig pijn hebben)
  45. Deinzes: Toe ziere (=Het doet pijn)
  46. Munsterbilzen - Minsters: opten ingel staute (=het (pijn-)punt aanraken)
  47. Munsterbilzen - Minsters: ze zien vliege (=pijn hebben)
  48. Westlands: pain in mn pens (=pijn in mijn buik)
  49. Aalsters: mé gat doe zjier (=mijn achterwerk doet pijn)
  50. Bilzers: tgraos én zjeruzelém zien groeje (=veel pijn hebben)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen