Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `meest`

  1. beter kleine meester dan grote knecht (=liever een bescheiden zelfstandige dan een grote knecht bij een baas)
  2. die de minste tanden hebben, kauwen het meest (=de domste mensen voeren gewoonlijk het hoogste woord.)
  3. een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest. (=(doch dat nooit op zal dagen. Zo heeft men meer te dragen, dan God te dragen geeft. Nic. Beets))
  4. ervaring is de beste leermeester. (=van datgene dat je zelf hebt meegemaakt leer je het meeste)
  5. het kwaad loont zijn meester (=wie kwaad doet, kwaad ontmoet)
  6. het oog van de meester maakt het paard vet. (=het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt)
  7. Hij heeft de meeste aardappelen al gegeten (=Hij heeft al veel meegemaakt)
  8. Hij heeft de meeste aardappelen al gegeten (=hij leeft al heel erg lang)
  9. met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten. (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak.)
  10. ondervinding is de beste leermeester. (=door iets zelf mee te maken of te oefenen leert men het snelst)
  11. schelen zijn de mooisten niet, maar ze worden wel het meest aangekeken. (=als relativerend antwoord wanneer men zegt dat ze het niets kan schelen.)
  12. schraalhans is hier keukenmeester. (=weinig te eten hebben)
  13. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest. (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan.)
  14. zachte heelmeesters maken stinkende wonden (=sommige problemen kunnen niet met zachtheid opgelost worden)
  15. zijn meester gevonden hebben (=iemand gevonden hebben die beter is, het beter doet)

39 betekenissen bevatten `meest`

  1. alle waar naar hun geld zijn (=als een product duurder is, is het meestal van betere kwaliteit)
  2. als 't schip zinkt dan zinkt ook de lading. (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt.)
  3. wie het dichtst bij het vuur zit, warmt zich het meest. (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan.)
  4. gissen doet missen. (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  5. wat het huis verliest, brengt het weer terug. (=als men iets in huis zoek maakt, komt het meestal vanzelf weer tevoorschijn.)
  6. bij die twee heeft zij de broek aan. (=bij dat echtpaar neemt de vrouw de meeste beslissingen.)
  7. die haring braadt niet. (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken.)
  8. dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
  9. de krenten uit de pap halen. (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk.)
  10. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep.)
  11. fris gewaagd is half gewonnen (=de moedigste heeft de meeste kansen om iets te winnen)
  12. uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  13. wiens brood men eet diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  14. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend. (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd.)
  15. ergens de angel uit trekken. (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken.)
  16. door de bank genomen. (=gemiddeld; meestal; gewoonlijk.)
  17. mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
  18. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt. (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  19. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond. (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  20. een brutaal mens heeft de halve wereld. (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
  21. iemand of iets de baas zijn. (=iemand of iets kunnen overmeesteren.)
  22. tel uit je winst (=kijken waar je het meeste voordeel bij hebt.)
  23. zijn verdiende loon krijgen (=krijgen wat hem toekomt (meestal iets slecht))
  24. je in je kaart laten kijken. (=meestal onopzettelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen.)
  25. hongerige luizen bijten scherp (=met de arme mensen heeft men de meeste last)
  26. magere luizen bijten scherp (=met de armsten heb je de meeste last)
  27. het puntje van een scherpe pen is 't felste wapen dat ik ken. (=met een kritisch woord kan het meest worden bereikt.)
  28. met grote heren is het kwaad kersen eten (=met hoge heren verlies je meestal)
  29. na wat gepimpel, is de geest wat simpel. (=na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest)
  30. een gek kan meer vragen dan honderd wijzen kunnen beantwoorden (=op gekke of onverwachte vragen weet men meestal het antwoord niet)
  31. lekker is maar één vinger lang. (=oppervlakkige genoegens geven ook maar een betrekkelijke voldoening. / leuke dingen duren meestal maar erg kort)
  32. van hand tot tand leven. (=uitsluitend in de meest elementaire levensbehoeften kunnen voorzien. / Het verdiende meteen weer uitgeven.)
  33. ervaring is de beste leermeester. (=van datgene dat je zelf hebt meegemaakt leer je het meeste)
  34. ex cathedra (=volgens uitspraak van het hoogste gezag (meestal de paus))
  35. met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten. (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak.)
  36. weinig armslag hebben (=weinig ruimte hebben om uit te breiden of weinig mogelijkheden hebben, meestal in geld uitgedrukt)
  37. zijn ogen in zijn zak hebben (=zelfs het meest opzichtige niet zien)
  38. een kater hebben (=zich beroerd en vervelend voelen (meestal na te veel alcohol))
  39. het water loopt altijd naar de zee (=zij die al het meest hebben, krijgen ook het meeste)

Het dialectenwoordenboek kent 35 spreekwoorden met `meest`

  1. Twents: Zikzölf priezn is ongepast, mer schaadn döt 't meesttieds nich (=Zichzelf prijzen is ongepast, maar schaden doet het meestal niet)
  2. Westerkwartiers: nije meester, nije regels (=nieuwe meester, nieuwe leermethodes)
  3. Twents: Um de whiel geet wa good (=meestal gaat het goed)
  4. Munsterbilzen - Minsters: de meester hochte pik op mich (=de leraar mocht me niet)
  5. Epers: (De meeste mensen gaan dood in bed) gekscherend gezegd als iemand aangeeft naar bed te gaan. (=Op berre goat de meeste mens'n doohd)
  6. Tilburgs: wellek wèèf vèn de gè ut lèkkerste (=welke vrouw spreekt jou het meeste aan)
  7. Westerkwartiers: 't oog van de meester moakt 't peerd vet (=als de baas aanwezig is wordt er harder gewerkt)
  8. Epers: de dûvel drit altied op de grootste hoop (=De rijken worden het meest bevoordeeld)
  9. Sevenums: dreijende wink is stande waer (=als de wind op de dag vaak draait, dan blijft het meestal vast weer)
  10. Oudenbosch: ijis ut beste peert van stal (=hij doet het meest zijn best)
  11. Oudenbosch: daor zitte we niejom te sprienge (=dat hebben we niet het meest nodig)
  12. Bilzers: Wo de kop vergit, moette de been besniete. (=Het zijn de knechten die moeten opdraaien voor de fouten van de meester.)
  13. Munsterbilzen - Minsters: baeter klene meester as graute knaech (=wees je eigen baas)
  14. Iepers: ennet de moere en de buk van'tgeld / twoater lopt oal noar de zee (=over iemand die meestal geluk heeft met financiële transacties)
  15. Steins: 'n vleegende krauw vunk mië dan ein zittende (=iemand die op veel plaatsen komt, krijgt meestal ook vanalles)
  16. Bilzers: ént bèd sterve de meeste minse (=ik zou niet zo vroeg in het bed kruipen)
  17. Munsterbilzen - Minsters: ènt bèd sterve de meeste laaj (=waarom ga je zo vroeg naar bed ?)
  18. Lokers: Gruuete stelen en kleine stelen, moaur de gruuete stelen tmieest (=Groten stelen en kleinen stelen, maar de groten stelen het meest)
  19. Tilburgs: van fèène rèège èn fèèn mêense wòr de ut miste nat. (=door fijne regen en fijne mensen word je het meest bedonderd)
  20. Munsterbilzen - Minsters: de meeste eekele hange on ne boom (=hier lopen nogal wat eikels rond !)
  21. Twents: 't leaven is as 'n keenderhèèmd, mest'ntieds te kort (=het leven is als een kinderhemdje, meestal te kort)
  22. Susters: Un vleegende krej vunk ut meiste (=Als je overal komt, krijg je het meeste)
  23. Lokers: den domsten boer ee de dikste petetten (=Domme mensen hebben het meeste geluk)
  24. Gents: kgo ue ne schup in uwen intpot geve, dade al schraavend vuurtluupt (=iemand fysiek bedreigen (meestal grappig bedoeld))
  25. West-Vlaams: De weirld is ne grwote zwienebak, en die meest sloebert ee meest! Verwant met: de stoetste wezels zuupen de grootste eiers. (=Egoisme volkswijsheid)
  26. Eys: Der duvel sjiet ömmer óp ter groeëtste hoop (=De rijken krijgen altijd het meest)
  27. Weerts: d'n duûvel schitj altieëd op de groeëtste houp (=iemand die het al goed gaat, wordt er meestal nog beter van)
  28. Munsterbilzen - Minsters: ént laeve moeste henneg get meppe konne inkassiëre (=als bokser heb je de meeste kansen op slagen)
  29. Tilburgs: de klomp öthaole (=cadeaus van sinterklaas ophalen bij familie of kennissen. (meestal voor de kinderen en kleinkinderen))
  30. Kinrooi: Te min hart maaktj meistal misbruuk van teveul hart! (=Te weinig hart maakt meestal misbruik van te veel hart!)
  31. Steins: Dao verhang ich mich veur (=Daar ben ik hartstikke gek op (meestal lekker eten))
  32. Tilburgs: nòr de miste van de liste fiste is ie meej gewist (=naar de meeste van de laatste feesten is hij mee geweest)
  33. Giethoorns: Die ef de meeste eerpels wel al op (=Die is al oud)
  34. Oudenbosch: komme ze goed / pakte gij oew prijze?oeneer issut inkurve/inmaande? oelaot issut klokke zette; zijn zal afgesloge? en wanneer worre ze gelicht (p.v.de Postduif bij Willem Vermeulen en Gerrit Goos)? 1948-1964 Fenkelstraat-Varkensmarkt-Polderstraat-Stoofstraat resp.Joh.Hoppenbrouwers,Joh.van Loon,Theo Ambagts,Cees Jongenelen-Janus meesters-Piet Daas,Rinus meesters-Koos Keij. Zijndur deur(gekomme) ? ; Speulde gij vites of fond;nest of op weduwschap?;issur dadeentje van de vlucht?daor steektur eentje;ze valle bedicht;nou komme ze gestee-rt af;en daor gao dun eul klad;wiejeet dun eurste gespeult?witte gij wie dun oed op aar?; tis un zwaore vlucht gewiest;zebbe draot gat;op de fond edde weinig waaivluchte;aardur veul mee?;eddok gepoeld?; aardur ok int konkoers staon of aarde ze alleen vor de vereniging mee?;aarderok vol staon ?;;Fenske witte gij dun uitslag vant konkoers? is dun lijst er al? oe laot zijn de prijze naf?. (=duivensport)
  35. Rillaars: z'n devoeëre doen (=zijn plicht doen (meestal - hoewel niet uitsluitend - wordt de mannelijke echtelijke plicht bedoeld, bv.: Z' hij t'm loate zitte, 'm zal z'n devoeëre nie goe gedoan hemme zekers.))

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen