Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

10 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `span`

  1. de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
  2. de kroon spannen (=het hoogtepunt vormen)
  3. de ossen achter de ploeg spannen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  4. de paarden achter de wagen spannen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  5. een mooi span voor een bokkenwagen (=een zonderling koppel)
  6. het paard achter de wagen spannen (=iets nutteloos doen of verkeerd aanpakken)
  7. Het paard achter de wagen spannen. (=De zaak verkeerd aanpakken)
  8. in het gareel spannen (=aan het werk zetten)
  9. men moet de snaren niet te sterk spannen (=je moet niet al te streng zijn, niet al te veel eisen)
  10. op gespannen voet (zijn) (=moeilijk met elkaar omgaan, ruzie)

23 betekenissen bevatten `span`

  1. Stoom afblazen (=afreageren van emoties of spanningen)
  2. op zijn zenuwen leven (=bijna overspannen geraken)
  3. De druk is van ketel (=de grootste spanning is voorbij)
  4. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
  5. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  6. het is olie op het vuur (=een reeds zeer gespannen situatie wordt door 1 extra gebeurtenis of opmerking tot een uitbarsting gebracht)
  7. het vuur uit de sloffen lopen (=een uiterste inspanning leveren door hard te lopen)
  8. voor de kat zijn viool iets hebben gedaan (=een zinloze inspanning hebben geleverd)
  9. beter hard geblazen dan de mond gebrand (=het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordigheid of luiheid iets fout gaat)
  10. Een mens is geen aardappel (=Iedereen heeft zo nu en dan behoefte aan ontspanning)
  11. aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
  12. Aan een dood paard trekken. (=Je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
  13. het hoofd koel houden (=kalm blijven, zich niet door de spanning laten meeslepen)
  14. de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
  15. een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspannen)
  16. zonder strijd, geen overwinning (=na grote inspanning wordt succes pas bereikt)
  17. op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
  18. op zijn gemak zijn (=ontspannen zijn)
  19. gaar zijn (=uitgeput zijn, met name na geestelijke inspanning, bijvoorbeeld een hele dag vergaderen)
  20. de kont tegen de krib gooien (=weerspannig zijn)
  21. een zweetje op iets halen (=zich ergens fel voor inspannen)
  22. alles op alles zetten (=zich tot het uiterste inspannen om iets te bereiken)
  23. de schouders eronder zetten (=zich voor iets inspannen)

Het dialectenwoordenboek kent 27 spreekwoorden met `span`

  1. Tilburgs: ut za dur krulle (=het zal er spannen)
  2. Sint-Niklaas: ze trekken ôn éé zeel (=ze spannen samen)
  3. Tilburgs: naaw naaw ut ur (=nu gaat het spannen)
  4. venloos: span herres! (=kijk!)
  5. Luyksgestels: 't zal urum haauwe (=het zal erom spannen)
  6. Munsterbilzen - Minsters: t pieëd aater de kaar spanne (=het verkeerd aanpakken)
  7. Westerkwartiers: moak es 'n vuust !! (=span je eens extra in !!)
  8. Roeselaars: tkampt sei de bulte en se lag vanonderen (=spannende strijd)
  9. Helenaveens: Stùt 'r stroom op? (=Staat er spanning op?)
  10. Westerkwartiers: 't peerd achter de woag'n spann'n (=de zaak verkeerd aanpakken)
  11. Westerkwartiers: 't ies is brook'n (=de spanning is er af)
  12. Lovendegems: De kadde zit in dorloge (=Er is spanning in de reletie)
  13. Venloos: span herres [= bargoens] (=kijk daar)
  14. Deventers: span is (=Kijk dan)
  15. Bilzers: vür de kaar lotte spanne (=laten overreden om mee te doen)
  16. Mestreechs: aandere veur ut keerke spanne (=anderen het werk laten doen)
  17. Bilzers: aander vër zen kaar spanne (=anderen voor zich laten werken)
  18. Sint-Niklaas: een zoag spannen (=neiging tot zeuren)
  19. Lebbeeks: kas: A kas opfrètt'n (=In spanning zitten / je ergeren)
  20. Munsterbilzen - Minsters: vrümde minse vër zen kaar spanne (=zijn zaakjes laten oplossen door buitenstaanders)
  21. Westerkwartiers: loat dij niet veur 't karke spann'n (=laat je dat karwei niet aanpraten)
  22. Venloos: zeuk dao maar eine andere onnozele hals veur (=voor dat karretje laat ik mij niet spannen)
  23. Munsterbilzen - Minsters: zen stöp zin dörgeslaoge (=een electricien die niet tegen spanning kan)
  24. Bilzers: vae moeten os mér zien te behélpe, zaagte boer, en hae spande zen vroo én de ploeg (=In geval van nood mag en moet iedereen dopen)
  25. Munsterbilzen - Minsters: daaj kan würke waaj e piëd, zaagte boer, en hae spande ze wijf vür de kaar (=van de nood een deugd maken)
  26. Deventers: span die keumes (=kijk eens hoe hij er uit ziet!(gezicht))
  27. Lokers: De konijnen zijn oan de kiekesdroad aunt knougen (=Het reliëf van die vrouw haar tepels is goed te zien door haar spannende bloes)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen