Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


80 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `late`

  1. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  2. de bastaard van de graaf wordt later bisschop (=alleen hoge heren kunnen hun buitenechtelijke kinderen een toekomst bieden)
  3. de hakken laten zien (=zich uit de voeten maken)
  4. de horens laten zien (=zich vijandig tonen)
  5. de kerk in het midden laten (=bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden)
  6. de kogel door de kerk laten gaan (=de beslissing nemen)
  7. de lip laten hangen (=de moed opgeven, pruilen)
  8. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)
  9. de rode haan laten kraaien (=iets in brand steken)
  10. de tanden laten zien (=zich heel erg fel verdedigen)
  11. de teugels laten vieren (=een minder streng beleid voeren)
  12. de vijl erover laten gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
  13. de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
  14. de wind niet door de hekken laten waaien (=elke gelegenheid te baat nemen)
  15. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  16. Denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=Je moet niet te veel denken)
  17. een ander liedje laten zingen (=mores leren, van gedacht doen veranderen)
  18. Een ei in het nest laten (=Iets op voorraad hebben)
  19. een flater slaan (=een nogal domme fout maken)
  20. een proefballonnetje oplaten (=Door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
  21. een veer (moeten) laten (=met minder genoegen moeten nemen)
  22. er een laten vliegen (=een wind laten)
  23. er geen gras over laten groeien (=onmiddellijk profiteren, uitvoeren)
  24. er geen spaan van heel laten (=iets compleet vernielen)
  25. genade voor recht laten gelden (=de straf kwijtschelden)
  26. gods water over gods akker laten lopen (=de dingen op hun beloop laten)
  27. het achterste van je tong (niet) laten zien (=zich (niet) meteen laten kennen; (n)iets verbergen)
  28. het een eind uit de broek laten hangen (=royaal zijn)
  29. het er niet bij laten zitten (=niet opgeven)
  30. het hoofd laten hangen (=treurig zijn - het opgeven)
  31. het huisje bij het schuurtje houden/laten (=geen onnodige uitgaven doen)
  32. het kastje bij het muurtje laten blijven (=de dingen niet gaan overdrijven)
  33. Het kippenei grijpen en het ganzenei laten lopen (=Een verkeerde keuze maken)
  34. het maar in het midden laten (=niet argumenteren)
  35. Het veulen laten draven. (=Gaan plassen)
  36. het zinkende schip verlaten (=ervandoor gaan als de zaak misgaat)
  37. hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
  38. iemand de hielen laten zien (=inhalen of beter presteren dan de ander)
  39. Iemand de vrije teugel laten. (=Iemand zijn eigen gang laten gaan)
  40. iemand in zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand aan zijn lot overlaten (iemand die iets niet goed gedaan heeft))
  41. iemand in zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
  42. iemand laten barsten (=iemand helemaal niet helpen, aan zijn lot overlaten)
  43. iemand links laten liggen (=doen alsof iemand er niet is, niet bemoeien met iemand)
  44. iets blauw blauw laten (=iets maar laten voor wat het is, er niet meer over praten)
  45. iets langs je (koude) kleren af laten glijden (=ergens niets van aan trekken)
  46. iets laten zwemmen (=er geen aandacht meer aan besteden)
  47. iets links laten liggen (=ergens geen aandacht aan geven)
  48. iets niet koud laten worden (=ergens onmiddellijk op ingaan)
  49. iets op zijn beloop laten (=iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je ingrijpt)
  50. iets over z'n kant laten gaan (=zich nergens iets van aantrekken)

126 betekenissen bevatten `late`

  1. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  2. iemand scheef aankijken (=aan iemand zijn afkeuring laten blijken)
  3. ruw laten stikken (=aan zijn lot overlaten)
  4. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  5. het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
  6. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  7. zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil)
  8. iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen)
  9. gezelligheid kent geen tijd (=als het gezellig is, is het niet erg als het wat later wordt)
  10. als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
  11. jong te paard, oud te voet (=als je in je jeugd erg wordt verwend, krijg je het later erg moeilijk)
  12. met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden)
  13. van leer trekken (=beginnen met vechten, duidelijk laten merken dat iets als vervelend ervaren wordt)
  14. de boer op gaan (=de (niet-fysieke) markt opgaan om iets te verkopen / verdwalen / de stad verlaten)
  15. in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
  16. in de kerk geboren zijn (=de deur open laten staan)
  17. gods water over gods akker laten lopen (=de dingen op hun beloop laten)
  18. de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
  19. roet in het eten gooien (=de pret bederven of een plan laten mislukken)
  20. de baars vergallen (=de zaak laten mislukken)
  21. zoete broodjes bakken (=dingen zeggen om een goede indruk achter te laten bij mensen met invloed)
  22. De bezem uitsteken (=Doen en laten wat men wil als de baas of leidinggevende er niet is)
  23. zich uit de markt prijzen (=door eigen toedoen laten anderen diegene links liggen)
  24. zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=door het baseren van een beslissing (bv aankoop) op basis van hoeveel iets kost, levert dit later juist extra problemen en kosten met zich mee zodat iemand duurder uit is)
  25. alle hoop de bodem in (laten) slaan (=door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben)
  26. het paard van Troje binnenhalen (=door onnadenkendheid of onnozelheid de vijand toelaten)
  27. zichzelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  28. Eet vis, als er vis is. (=Een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  29. iets in petto houden (=een mededeling voor later bewaren)
  30. iemand het voordeel van de twijfel gunnen (=een onzekere factor voor hem zo gunstig mogelijk laten meetellen)
  31. een paar mensen optrommelen (=een paar mensen laten komen)
  32. van de bok (laten) dromen (=een pak slaag (laten) krijgen)
  33. er een laten vliegen (=een wind laten)
  34. doorgestoken kaart (=er is heel duidelijk iets mis! Hier is getracht om iemand te laten geloven dat er bij toeval iets gebeurt, terwijl het in feite van tevoren gearrangeerd is)
  35. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  36. zuur opbreken (=ergens mee in moeilijkheden komen (later))
  37. zijn ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen)
  38. in ere houden (=goed onderhouden, niet laten voorbijgaan)
  39. zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)
  40. de vingers jeuken hem (=het bijna niet kunnen laten er op los te slaan)
  41. door de zure appel (heen)bijten (=het onaangename doen of over zich heen laten gaan)
  42. iets naar zijn hand zetten (=het precies (laten) doen zoals hij wil)
  43. iets uit het hoofd laten (=het vaste voornemen hebben om iets na te laten, iets niet doen)
  44. hij is in Rome geweest, maar heeft de Paus gemist (=hij heeft het belangrijkste laten schieten)
  45. ergens een handje van hebben (=hinderlijke gewoonte, als iemand de kans ergens toe ziet die ook nemen, een ander het werk laten doen)
  46. iemand uit bed lichten (=iemand 's nachts laten opstaan)
  47. iemand in zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand aan zijn lot overlaten (iemand die iets niet goed gedaan heeft))
  48. De hete aardappel doorspelen (=Iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
  49. iemand op het matje roepen (=iemand bij zich laten komen en om uitleg vragen waarom iets zo gedaan is)
  50. iemand iets in de mond geven (=iemand de mening van een ander laten geven in plaats van de eigen mening)

Het dialectenwoordenboek kent 194 spreekwoorden met `late`

  1. Westerkwartiers: dat wer weer nachtwaark (=dat is weer een latertje geworden)
  2. Poperings: toet in droai (=tot later)
  3. Bilzers: Tot strak of dan! (=Tot later!)
  4. Texels: Ik hèèw de feugel over 't net late vliêge (=Ik heb de kans voorbij laten gaan)
  5. Westfries: Dat komt deermee (=Dat komt later wel)
  6. Waregems: tot één d'n droi, to no ne keêr (=tot later)
  7. Antwerps: 'kem eur alle oeke van de slopkamer late zieng (=ik he haar alle hoeken van de kamer laten zien, wilde sex gehad)
  8. Zichers: lotte gejadde (=laten geworden)
  9. Brugs: goat te kadeele (=laten verloederen)
  10. Eesjdens: De koater kumpt loater. (=De kater komt later.)
  11. Westerkwartiers: ze kenn'n 't niet loat'n (=laten - zij kunnen het niet laten)
  12. Antwerps: verlore late goan (=verspillen)
  13. Evergems: 't Sal nen lembeeksen word'n (=Het zal een late avond worden)
  14. Leefdaals: wroak is ne plât dasse kait üp diene (=wraak komt later wel)
  15. Zwevegems: zwevegem is ontstaan met de heer Swaba ergens bij onze oude belgen.... daarbij kwam het huis en gebied van Swaba genaamd: Swabagheim en het latere Sweveghem en nu Zwevegem. (=(opmerking))
  16. Oudenbosch: da zien we tege dieje tijd wel (=dat zien we later wel)
  17. Oudenbosch: we zulle nut op dun boek schrijve (=de betaling volgt later)
  18. Waregems: ge zij loat' an (=je bent later dan normaal)
  19. Sint-Katelijne-Waver: Strontraper achter den elektieken traan (=Wat ga je later worden .?)
  20. Zunderts: navururen (=na vier uur/later op de dag)
  21. Rotterdams: Ben geen mof (=Werk uit je handen laten nemen, laten overnemen)
  22. Munsterbilzen - Minsters: éne lotte vliege (='n windje laten)
  23. Kortrijks: ne puf loat'n (=een boer laten)
  24. Merenaars: zen skelf valt in (=een boer laten)
  25. Wetters: de komplementen van mijnen eetzak (=een grote boer laten)
  26. Sint-Niklaas: ene loate vliegen (=een wind laten)
  27. Munsterbilzen - Minsters: zen daus oëpe zètte (=een windje laten)
  28. Vejels: iene puitje lappe (=Iemand laten struikelen)
  29. Antwerps: hetscheufke geve (=iemand niet binnen laten)
  30. Bilzers: èn perdêl lotte (=in de steek laten)
  31. kortemarks: in plan loatn (=in de steek laten)
  32. Genneps: Duu.t hin (=Leven en laten leven)
  33. Antwerps: nie in men rapen schaaten (=mij gerust laten)
  34. Munsterbilzen - Minsters: zich lotte loempe (=zijn kaas laten afnemen)
  35. Westerkwartiers: op 'e klomp speul'n (=zich laten gelden)
  36. Brugs: me moage sloat ip (=een boer laten)
  37. Dendermonds: 't stof van tussen a kluete bloeze (=Een scheet laten)
  38. Brugs: mun dilte stuukt in (=een boer laten)
  39. Sint-Niklaas: iemand grust loaten (=iemand met rust laten)
  40. Munsterbilzen - Minsters: gene krimp gaeve (=niets laten merken)
  41. Leuvens: oe kebbere (=u laten gelden)
  42. Munsterbilzen - Minsters: lotte gewieëne (=zijn gang laten gaan)
  43. Munsterbilzen - Minsters: zich lotte nije (=zich bijna laten smeken)
  44. Venloos: Bisse in de kerk gebaore? (=Deur open laten staan)
  45. Sint-Niklaas: zijne mutten loate keren (=een boer laten)
  46. Laag-Keppels: Trap 'm maar an (=laten we fietsen)
  47. Merkems: zijn kat sturen (=het laten afweten)
  48. Budels: iemud loaten geweren (=iemand in zijn waarde laten)
  49. Heerlens: get sjangig make (=iets laten bederven)
  50. Merenaars: iet alfstiejert lotte liggen (=iets onafgewerkt laten liggen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen