Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `brug`

  1. dat is een brug te ver (=dat is te hoog gegrepen)
  2. de bietenbrug opgaan (=falen, ten onder gaan, zwaar verliezen)
  3. hij is op het glazen bruggetje geweest (=hij is in doodsgevaar geweest, op het nippertje ontsnapt)
  4. hij kan praten als brugman (=hij kan makkelijk met veel woorden een min of meer overtuigend verhaal afsteken)
  5. je moet geen 'hei' roepen voordat je de brug over bent (=vreugde over een goede afloop is pas toepasselijk als er niets meer verkeerd kan gaan)
  6. over de brug komen (=veel geld moeten betalen)
  7. praten als brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)

Eén betekenis bevat `brug`

  1. er kan nog een kabeljauw onderdoor (=er is ruimte genoeg (brug, speling))

Het dialectenwoordenboek kent 175 spreekwoorden met `brug`

  1. Liwwadders: ut klompke fulle (=bruggeld betalen)
  2. Bilzers: Dae z'ne vaom hoêf ooch ni gesnië (=Die kan praten als brugman)
  3. Sallands: Skriever zien brugge (=de brug van Schrijver)
  4. Klazienaveens: noar de brugge goan (=naar de winkel gaan)
  5. Liwwadders: de brug is dicht (=de brug is open)
  6. Brugs: ollemolle toope (=allemaal samen)
  7. Brugs: u stik in zen kloaten (=dronken)
  8. Brugs: de petatten afgietn (=plassen)
  9. Brugs: neffest de pot pissn (=vreemdgaan)
  10. Brugs: titmi (=volgens mij)
  11. Flakkees: das un aande over de brugge (=Dat is ver weg)
  12. Brugs: De kakkeliere hebben (=Diarree hebben)
  13. Brugs: ist ol? (=is dit alles?)
  14. Brugs: goat te kadeele (=laten verloederen)
  15. Brugs: no Zjuul (=naar het toilet)
  16. Brugs: u twoarsen el (=ergens anders)
  17. Brugs: zjuust ik en gie (=alleen jij en ik)
  18. Brugs: 't zien klaps tegen den vaak (='t is allemaal tevergeefs)
  19. Brugs: Oldajzegtziejzelve (=de pot verwijt de ketel)
  20. Brugs: mo joengene toch (=maar jongen toch)
  21. Brugs: de katte zit in d' arloze (=er heerst onenigheid)
  22. Brugs: un dok up jen lucht (=een slag in je gezicht)
  23. Brugs: e schreemersmestjie (=een armzalige begrafenis)
  24. Brugs: mun dilte stuukt in (=een boer laten)
  25. Brugs: u moagere sprietink (=een magere man / vrouw)
  26. Brugs: 't is gin klute wèèrd (=het is niets waard)
  27. Brugs: 'twas nen 'oere (=het was een prostitue)
  28. Brugs: j'ielt em vaste an de numeroos van d'uuzen (=hij was stomdronken)
  29. Brugs: poeptjie boven d' èèrde (=hij is klein van gestalte)
  30. Brugs: me zen klieken en zen klakken (=holderdebolder)
  31. Brugs: pulle geeven (=snel rijden/ervoor gaan)
  32. Brugs: Je passèèrt lik de Schelde (=Hij gaat onverstoorbaar door)
  33. Brugs: va je gat maken (=zich druk maken)
  34. Brugs: j'is ip zu muule gestuukt (=hij is gevalen)
  35. Brugs: u stroentroaper achter den tring, medun mangde zoender gat (=een nietsnut)
  36. Brugs: 'k stoeng mè me muule vul tangden (=ik was verbaasd)
  37. Brugs: j'is duur de comprenuur (=hij is moeilijk te begrijpen)
  38. Westerkwartiers: hij moet over de brug komm'n (=hij moet zijn rekeningen betalen)
  39. Brugs: 'n blankenbergse rekenienge (=een rekening die maar niet afgesloten geraakt)
  40. Brugs: je stoat do te kiekken lik un uul up un ankergat (=dwaas (onbegrijpend) toekijken)
  41. Brugs: 't plafong van de mart schilderen (=een nutteloos werk doen)
  42. Brugs: tis voe je bie nere te lehhen (=het is om je te besterven)
  43. Brugs: je mag zen antjes kussen (=hij mag van geluk spreken)
  44. Brugs: je ziet un uutgezeekten (=je bent een sluwe vos)
  45. Brugs: je wort in zun hemde gezet (=de waarheid komt altijd uit)
  46. Brugs: j'is in ze gat genepen (=hij is gestoord)
  47. Brugs: j'is steeg van afgaan (=hij is gierig)
  48. Brugs: j'eet ogen up zin gat (=hij merkt alles op)
  49. Brugs: de bree veertiene (=het breed hebben)
  50. Brugs: t'i gin avance (=het heeft geen zin)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen