Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


80 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `late`

  1. iets uit het hoofd laten (=het vaste voornemen hebben om iets na te laten, iets niet doen)
  2. in de lucht laten vliegen (=laten ontploffen)
  3. in zijn hemd laten staan (=voor schut laten staan)
  4. in zijn sop gaar laten koken (=zijn kritiek en protesten negeren)
  5. late haver komt ook op (=het is niet omdat iets laat komt, dat het niet goed zou zijn)
  6. laten waaien (=verwaarlozen, zich er niets van aantrekken)
  7. laten we elkaar geen mietje noemen (=laten we precies zeggen hoe we denken over de ander)
  8. leven en laten leven (=iemand of iets z'n gang laten gaan en niet mee bemoeien)
  9. op zich laten zitten (=aanvaarden zonder tegenstand)
  10. ruw laten stikken (=aan zijn lot overlaten)
  11. te wensen overlaten (=niet geheel voldoen)
  12. van de bok (laten) dromen (=een pak slaag (laten) krijgen)
  13. van God en alle mensen verlaten (=afgelegen; stil)
  14. van zijn veren laten (=van zijn eer kwijtraken)
  15. verstek laten gaan (=niet komen opdagen)
  16. we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
  17. zich de kaas niet van het brood laten eten (=zich de voordelen niet zomaar laten afpakken)
  18. zich de kaas van het brood laten eten (=zich laten ontnemen waarop men recht heeft)
  19. zich de wet niet voor laten schrijven (=geen bevelen accepteren van een ander)
  20. zich iets laten aanleunen (=zich iets laten welgevallen)
  21. zich in de kaart laten kijken (=meestal onopzettelijk een ander inzicht geven in je bedoelingen)
  22. zich laten kennen (=het (al te vroeg) opgeven)
  23. zich laten kisten (=het (al te vroeg) opgeven)
  24. zich niet laten kennen (=het niet te vlug opgeven)
  25. zijn hielen laten zien (=weggaan)
  26. zijn kinderen in het wild laten opgroeien (=zijn kinderen geen (of een slechte) opvoeding geven)
  27. Zijn licht ergens op laten schijnen (=Iets duidelijk maken)
  28. zijn oren laten hangen (=depressief zijn, het opgeven)
  29. zijn rolletje laten aflopen (=volop genieten)
  30. zijn tanden laten zien (=tonen dat men niet bang is, van zich afbijten; stevig uitvaren; streng zijn)

126 betekenissen bevatten `late`

  1. iemand in zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
  2. iemand om een boodschap sturen (=iemand een opdracht laten uitvoeren)
  3. iemand de stuipen op het lijf jagen (=iemand erg laten schrikken en/of bang maken)
  4. iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
  5. iemand laten barsten (=iemand helemaal niet helpen, aan zijn lot overlaten)
  6. iemand iets in het oor fluisteren (=iemand iets zachtjes zeggen, heimelijk laten weten)
  7. iemand klein krijgen (=iemand laten merken dat je hem aankunt, over iemand de baas zijn en diegene tot gehoorzaamheid dwingen)
  8. leven en laten leven (=iemand of iets z'n gang laten gaan en niet mee bemoeien)
  9. iemand een poot uitdraaien (=iemand te veel laten betalen)
  10. iemand het vel over de oren halen (=iemand te veel laten betalen)
  11. iemand villen (=iemand te veel laten betalen / Iemand afpersen)
  12. iemand voor het naadgaren zetten (=iemand voor de schulden laten opdraaien)
  13. iemand van het kastje naar de muur sturen (=iemand voor niets heen en weer laten lopen)
  14. iemand het gat van de deur wijzen (=iemand zeggen dat die het pand moet verlaten of iemand wegsturen)
  15. Iemand de vrije teugel laten. (=Iemand zijn eigen gang laten gaan)
  16. iemands voetveeg zijn (=iemands slaaf zijn (zich alles moeten laten welgevallen))
  17. zijn gal spuwen/uitbraken (=iets afkeuren en dat duidelijk laten merken)
  18. iets op zijn beloop laten (=iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je ingrijpt)
  19. goedkoop is duurkoop (=iets goedkoops kan later kosten veroorzaken, bijvoorbeeld door slechte werking, reparaties of onderhoud)
  20. iets blauw blauw laten (=iets maar laten voor wat het is, er niet meer over praten)
  21. uitstel van executie (=iets onaangenaams wordt tijdelijk uitgesteld later gaat dit toch nog gebeuren)
  22. beter voorkomen dan genezen (=je kan beter iets voortijdig voorkomen dan er later de gevolgen van inzien)
  23. Wie pleit om een paard, behoudt de staart. (=Je kunt beter wat toegeven, dan het tot een duur en langslepende kwestie te laten komen)
  24. bezoek en vis blijven drie dagen fris (=je moet geen gasten te lang laten logeren want dan ga je je aan hun gewoonten ergeren)
  25. wat hansje niet leert zal hans nooit weten (=je moet het eerst leren om het later te kunnen)
  26. een zwarte kat krabt niet (=je moet je niet laten leiden door je angsten)
  27. het hoofd koel houden (=kalm blijven, zich niet door de spanning laten meeslepen)
  28. ergens lucht aan geven (=laten blijken)
  29. een lang gezicht trekken/zetten (=laten merken dat men niet tevreden is)
  30. in de lucht laten vliegen (=laten ontploffen)
  31. te kennen geven (=laten verstaan)
  32. laten we elkaar geen mietje noemen (=laten we precies zeggen hoe we denken over de ander)
  33. god betere het (=laten we vooral hopen van niet)
  34. in de meuk staan (=laten weken om zacht te worden)
  35. je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
  36. glashard liegen (=liegen zonder er iets van in zijn houding te laten merken)
  37. liever lui dan moe (=liever niet werken, het liever aan anderen overlaten)
  38. buiten zijn boekje gaan (=meer doen dan toegelaten)
  39. meer pijlen op zijn boog hebben (=meer kunnen dan reeds laten zien)
  40. zijn licht niet onder de korenmaat zetten (=meespreken, je mening geven en laten merken dat je er iets van weet)
  41. geld dat stom is, maakt recht wat krom is (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten)
  42. de lont in het kruit werpen (=mensen laten loskomen, opstoken)
  43. iets dat krom is recht proberen te praten (=met praten proberen een fout iets goeds te laten lijken)
  44. Eerst even uitbuiken. (=Na een flinke maaltijd het eten laten zakken.)
  45. geen teken van leven meer geven (=niets meer van zich laten horen)
  46. met de noorderzon vertrekken (=onaangekondigd vertrekken en niets meer van zich laten horen)
  47. twee linkerhanden hebben (=onhandig zijn, werk altijd laten mislukken)
  48. de ogen voor iets sluiten (=oogluikend toelaten)
  49. elkaar vliegen afvangen (=op onbeduidende details elkaar beconcurreren dan wel duidelijk willen laten uitkomen dat men zelf gelijk heeft en de ander niet)
  50. schoon schip maken (=schulden betalen, de boel opruimen, na ruzie/problemen samen er uit komen en het verleden laten rusten)

Het dialectenwoordenboek kent 194 spreekwoorden met `late`

  1. Hasselts: én perdél loaten (=in de steek laten)
  2. West-Vlaams: in plan loat'n (=in de steek laten.)
  3. Heerlens: loate geweade (=met rust laten)
  4. Munsterbilzen - Minsters: zene gank lotte gon (=laten doen)
  5. Munsterbilzen - Minsters: e speetsje gaeve (=laten inslapen)
  6. Westerkwartiers: loat'n ze asjeblieft ophoebel'n (=laten ze alstublieft verdwijnen)
  7. Munsterbilzen - Minsters: zich aut zen tent lotte lokke (=zich laten uitdagen)
  8. Rotterdams: Je aige late doorblaffe (=Geslachtsgemeenschap (vrouw))
  9. Merenaars: zen mougd lotte kiejeren (=een boer laten)
  10. Sint-Niklaas: e mes loate wetten (=een mes laten slijpen)
  11. Walshoutems: ne veist loate (=Een scheet laten)
  12. Waaslands: een padde doodtrappen (=een windje laten)
  13. Oudenbosch: stroojke trekke (=het toeval laten beslissen)
  14. Merkems: er de brui aan geven (=het laten afweten)
  15. Sint-Niklaas: iemand stropen (=iemand teveel laten betalen)
  16. Munsterbilzen - Minsters: iemes lotte sjildere (=iemand lang laten wachten)
  17. Munsterbilzen - Minsters: protse (=scheet laten vliegen)
  18. Hams: Oun beir uitloaten (=U laten gaan)
  19. Munsterbilzen - Minsters: èn zen koets lotte zitte (=zich laten afzetten)
  20. Weerts: as de wichter groeët zeen, doon zeuj de aojers nao béd (=kinderen zorgen later voor hun ouders)
  21. Westerkwartiers: jong leerd, old doan (=zoals met het jong leerde doet men het later)
  22. Zottegems: Tes uure van poliese (=Het is al late avond en tijd om naar huis of bed te gaan)
  23. Westfries: Zachies late zitte en hard bij weglope (=Zo moet het maar)
  24. Wolvertem: kzalem es zjuzeke late zien (=zal hem eens liggen hebben)
  25. Westerkwartiers: dat komt meddertied wel an bod (=dat komt later wel aan de orde)
  26. Waregems: stroeitje trekk'n (=het lot laten spelen (in spel en sport))
  27. Westlands: Ik stook niet voor 't hele Wesland (=Deur open laten staan)
  28. Weerts: d'r eine op zien zök laote kui-jere (=een windje laten)
  29. Merenaars: in zen ol koteren (=ie mand niet gerust laten, aanporren)
  30. Westerkwartiers: dat hemm'n ze legg'n loat'n (=liggen - dat hebben ze laten liggen)
  31. Munsterbilzen - Minsters: lotte aonviele bau et op steet (=laten voelen wat de bedoeling is)
  32. Achterhoeks: lao'w mekare geen mietje neumen (=laten we elkaar niets wijs maken)
  33. Genneps: Zich óp de kop laote schiete (=Over zich heen laten lopen)
  34. Twents: in de lap laot'n hang'n (=op zijn beloop laten)
  35. Hulsters (NL): mee oe laoten leuren (=zich voor de gek laten houden)
  36. Munsterbilzen - Minsters: piepel zin vanne vlinderdasje (=zich laten strikken voor een strikje)
  37. Waregems: roezepetoeze (=alles door elkaar geschud (toeval laten spelen))
  38. Iepers: Boergondje laeten waai'n (=De zaken op hun beloop laten)
  39. Oudenbosch: touw brood mot eurst op (=dochters in volgorde van leeftijd laten trouwen)
  40. Sint-Niklaas: veel zjaar ein (ne zjaarman) (=laten merken dat men rijk is)
  41. Bilzers: vür de kaar lotte spanne (=laten overreden om mee te doen)
  42. Evergems: een weekmeere mee 'n teste zop (=Een waterige wind (scheet) laten)
  43. Heusdens: geudder mich no gerust lutte (=ga je me nu gerust laten)
  44. Veurns: Loat'n 't is, besten ol (=Het blauwblauw laten is nog het berste)
  45. Mestreechs: diech neet de kies vaan dien bontram laote ete (=je niet laten bedotten)
  46. Lichtervelds: ge moe jn oar ofdoen (=je moet je haar laten knippen)
  47. Bilzers: zennen toêr lotte sjiete (=zijn kans voorbij laten gaan)
  48. Oudenbosch: d r eentje op sokke laote (=zachtjes een scheet laten)
  49. Munsterbilzen - Minsters: iemes blaaj maoke mètten doj mèsj (=zich gemakkelijk laten afschepen)
  50. Mestreechs: aandere veur ut keerke spanne (=anderen het werk laten doen)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen