22 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kap`
- aan alle kapelletjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
- allemans neus is geen kapstok. (=je moet niet alles aan iedereen vertellen.)
- de kap aan de haag hangen (=het voor gezien houden)
- de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
- de kap op de tuin werpen (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- de kap/sluier/habijt aannemen (=in een klooster gaan)
- een onzevader bidden in alle kapelletjes (=in alle cafés langsgaan)
- er zijn kapers op de kust (=er zijn er die willen meeprofiteren)
- geen twee kapiteins op één schip (=er moet maar één persoon de leiding hebben, anders gaat het niet goed)
- gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/krijgen een gelijke behandeling)
- het zijn niet allen monniken die kappen dragen (=schijn bedriegt, je kunt je in mensen vergissen)
- je anker kappen/lichten (=er met spoed vandoor gaan)
- je kap over de haag hangen (=uittreden uit klooster of priesterschap)
- je maag wel aan de kapstok kunnen hangen. (=in moeilijke financiële omstandigheden verkeren waardoor men weinig eten kan kopen.)
- kap en keuvel (=de hele boel)
- niet kapot zijn van (=niet veel op hebben met)
- twee hoofden onder een kaproen (=ze werken samen, ze denken er hetzelfde over)
- twee hoofden onder een kaproen zijn (=het altijd met elkaar eens zijn)
- twee zotten onder één kaproen (=een gek is zelden alleen)
- van de kapittelstok likken (=ervan lusten)
- waar de klok luidt, daar is een kapel. (=geruchten hebben vaak een kern van waarheid)
8 betekenissen bevatten `kap`
- alles kort en klein slaan (=de hele inboedel kapot slaan)
- als niet komt tot iet dan is het allemans verdriet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
- als niet komt tot iet kent iet zichzelf niet (=een `parvenu` heeft dikwijls kapsones)
- stukken maken (=een grote indruk maken , veel kapot maken)
- een aardige stuiver/duit (=een mooi kapitaal)
- het is naar de maan (=het is kapot)
- tot moes slaan (=iets helemaal kapot slaan)
- naar de Filistijnen (=reddeloos verloren / kapot)
29 dialectgezegden bevatten `kap`
- 'kzijn weg (=Ik kap ermee) (Bergs)
- Aa zit altaad oep maan kap (=Hij werkt het altijd uit op mij) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- de kap over d’aug smijten (=uit de geestelijke stand treden) (Meers)
- eindstaosë ! (=gedaan, ik kap ermee) (Munsterbilzen - Minsters)
- iemëd op zëne kap zitte (=alles op iemand uitwerken) (Munsterbilzen - Minsters)
- kap nah, sgè ùit, kappe, latûh, niesoahe! (=schei uit) (Haags)
- kap: Op zijn kap oëtgaun (=Op zijn kosten uitgaan) (Lebbeeks)
- kap: Op zijn kap zitt'n (=Op hem afgeven) (Lebbeeks)
- Kom in en kap oech doâl (=Kom binnen en zet u.) (Walshoutems)
- kom in en zet oech / kap oech daol (=Kom binnen en ga zitten) (Walshoutems)
- op andermans kap leven (=op andermans kosten leven) (Hulsters (NL))
- op de kap van (=op de rekening van...op de kosten van) (Sint-Niklaas)
- op iemand zan kap drinken (=Op andermans kosten drinken) (Ninoofs)
- op iemand zijn kap zitten (=kwaad zijn op, of kwaad spreken over iemand) (Sint-Niklaas)
- op iemêd zêne kap laeve (=profiteren van een ander zijn zweet) (Munsterbilzen - Minsters)
- op iemëd zëne kap zitte (=het uitwerken op iemand) (Munsterbilzen - Minsters)
- op nen aandre zëne kap (=op kosten van een ander) (Munsterbilzen - Minsters)
- op nen aandre zene kap (maoël) laeve (=op iemands zakken leven) (Bilzers)
- op zèen / eur kap zitten (=op hem / haar afgeven) (Wichels)
- op zèn kap lèiven (=op iemands kosten leven) (Meers)
- op zèn kap zitt'n (=op iemand afgeven, achter de rug spreken) (Meers)
- tès haaj alle hondsgezeek get, de maaus tich nie verriere op ze zittën op zënë kap (=hier is het altijd wat, je kan je niet verroeren of ze weten je te vinden) (Munsterbilzen - Minsters)
- tis ne kap van mn ieln (=het is een kleine moeite) (kortemarks)
- twai oender ien kap (=Twee onder een kap huizen.) (Volendams)
- un kap freze (=een deel omploegen) (westlands)
- ut uis is onder de kap (=het huis is klaar t / m het dak) (Oudenbosch)
- ze eed eur kap over de wjeir gesmeten (=een kloosterlinge die terug naar de wereld gaat) (Sint-Niklaas)
- ze zot' n an de kap (=ze waren aan het vechten) (Waregems)
- ze/ae ee eur/zèen kap over d'oag geruuëd/geroeëd (=die non / pater is uitgetreden) (Wichels)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen