Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `boek`

  1. andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
  2. buiten zijn boekje gaan (=meer doen dan toegelaten)
  3. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. 'zijn gezicht spreekt boekdelen')
  4. dat staat niet in zijn woordenboek (=dat kent hij niet, daar doet hij niet aan mee, heeft hij nog nooit van gehoord)
  5. de boeken sluiten (=ermee stoppen - bankroet gaan)
  6. een gesloten boek (=iets wat niet te doorgronden is)
  7. geluk is de kunst een boeket te maken van de bloemen waar je bij kunt (=gelukkig leven met de gegeven mogelijkheden/beperkingen)
  8. goed te boek staan (=een goede reputatie hebben)
  9. hij is een open boek voor mij (=ik doorzie zijn karakter volledig)
  10. in het verdomboekje staan (=geen goed meer kunnen doen)
  11. met de neus in de boeken zitten (=veel lezen)
  12. over iemand een boekje opendoen (=informatie over iemand geven, waarvan diegene niet wil dat het bekend wordt)
  13. volgens het boekje (=overeenkomstig de theorie of overeenkomstig de voorschriften)

5 betekenissen bevatten `boek`

  1. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. 'zijn gezicht spreekt boekdelen')
  2. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  3. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  4. ellebogenwerk (=succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken)
  5. letters eten (=veel boekenwetenschap opdoen)

Het dialectenwoordenboek kent 38 spreekwoorden met `boek`

  1. West-Vlaams: zin oanzichte spreekt boekdjiln (=zijn gezicht spreekt boekdelen)
  2. Munsterbilzen - Minsters: de boekhaager zoet èn de rats (=de boekhouder zat in moeilijke papieren)
  3. Veurns: z'n oog'n zein olles (=zijn ogen spraken boekdelen)
  4. Oudenbosch: alles uit de schuif betaole (=geen boekhouding voeren)
  5. Harelbeeks: me doen de boek'n toe (=we sluiten af)
  6. Bilzers: e sjaun bikske (=een mooi boekje)
  7. Vlijtingens: Duuch het biekske mer woppe (=doe het boekje maar open)
  8. Bilzers: wae kak hét moetseg boekke (=als het moet, moet het maar)
  9. Westerkwartiers: we zall'n de boek'n d'r es op noasloag'n (=wij gaan dit navorsen)
  10. Roois (Sint-Oedenrode): Ze kèke as de hènne van Bèst, as de boekent op is. (=Ze kijken beteuterd.)
  11. Sint-Niklaas: euren boek (=haar boek...)
  12. Munsterbilzen - Minsters: hae loep iëveral met zene knêppel te stoeffe (=de agent ging zijn boekje te buiten)
  13. Genneps: Alles op zienen tied en boekende koe.k ien d'n herfst (=alles op zijn tijd)
  14. Lichtervelds: zn oanzichte sprak boekdièèln (=je kon het aan zijn gezicht zien)
  15. Munsterbilzen - Minsters: wae kak hèt, moet zich boeke (=je kunt niet eeuwig blijven uitstellen)
  16. Boekels: Wel.... (=Is dat zo)
  17. Bilzers: ne sjaune boek (=een mooi boek)
  18. Sint-Niklaas: kè minnen boek uit (=mijn boek is uitgelezen)
  19. Boekels: skon (=mooi he)
  20. Veurns: stakelangde bluven (=geen vooruitgang boeken)
  21. Boekels: de romkar vaoren (=de melkwagen rijden)
  22. Overmeers: nen boek koarten (=een kaartspel)
  23. Westerkwartiers: die stij ien 'n kwoad daglicht (=die staat slecht te boek)
  24. Booms: nen boek mé een stoaf koffersool (=een boek met een harde kaft)
  25. Boekels: hôlde gé de toffel efkes op (=dek jij de tafel even)
  26. Boekels: hij keek dur de glaas (=hij keek door het venster)
  27. Boekels: da staolt d'er nie op (=dat lijkt er niet op)
  28. Liwwadders: uut e boeken (=heel erg moe)
  29. Sallands: die ef 'n boek met botten (=die is zwanger)
  30. Gents: op iemandsen boek stoan (=ingeschreven zijn)
  31. Giethoorns: de boek op de lieste zetten (=Te veel te hebben gegeten)
  32. Oudenbosch: we zulle nut op dun boek schrijve (=de betaling volgt later)
  33. Mestreechs: twie han op eine boek (=twee handen op een buik)
  34. Sint-Katelijne-Waver: Mee de gaat naa den boek gaan (=Met de geit naar de bok gaan)
  35. Twents: He hef zik lillik in 'n boek betten (=Zijn opzet is mislukt ( hij heeft zichzelf in de buik gebeten))
  36. Zeeuws: Iemand van den boek doen (=Aangeven op het gemeentehuis dat iemand is overleden)
  37. Bilzers: t kump nie aut zen eege broek, mér t steed toch op zene boek (=een onecht kind hebben)
  38. Klemskerks: in 't dek lign: gezegd van zaken die stilgevallen zijn, die geen voortgang boeken. Bv. Doordat ik met mijn been in de plaaster zit, ligt mijn verbouwing voorlopig in 't dek. (=in 't dek liggen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen