Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

13 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `hooi`

  1. Als het hooi het paard volgt, dan wil het gegeten zijn. (=Huwbare meisjes moeten niet achter de vrijer aanlopen.)
  2. Als het hooi het paard volgt, dan wil het gegeten zijn. (=Als de vrijster achter haar geliefde aanloopt, wil zij te graag trouwen)
  3. De ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=Zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
  4. een mond als een hooischuur (=een grote of erg brutale mond)
  5. een naald in een hooiberg/hooimijt zoeken (=iets zoeken dat bijna niet te vinden is)
  6. een speld in de hooiberg zoeken (=iets onmogelijks proberen)
  7. een speld in een voer hooi zoeken (=een bijna onmogelijke opdracht uitvoeren)
  8. het hooi op de gaffel krijgen (=het wel gedaan krijgen)
  9. hooien als de zon schijnt (=van de gunstige gelegenheid gebruik maken)
  10. men moet hooien als de zon schijnt (=men moet de gelegenheid gebruiken als die zich voordoet)
  11. moet je heen hooien? (=heb je geen tijd?)
  12. te hooi en te gras (=zonder enige regelmaat of plan)
  13. te veel hooi op je vork nemen (=te veel werk aannemen, zodat je in moeilijkheden komt)

Eén betekenis bevat `hooi`

  1. meer laden dan men dragen kan (=te veel hooi op zijn vork nemen)

Het dialectenwoordenboek kent 23 spreekwoorden met `hooi`

  1. Overmeers: 'n botte hoei (=een pak hooi)
  2. West-Vlaams: Et da lam oai? Joat da lam et oai. Da lam et oai at da lam oai et (=Heeft dat lam hooi? Ja, dat lam heeft hooi. Dat lam heeft hooi als dat lam hooi heeft)
  3. Westerkwartiers: zoek'n noar 'n speld ien 'n hooibaarg (=moeilijk vindbaar iets)
  4. Hoekschewaards: mojje gaan hooiju (=heb je haast)
  5. betuws: Motte goan hooie? (=Heb je haast?)
  6. Urkers: ij et un bek as un hooischuur (=een grote mond hebben)
  7. Overmeers: nen opper hoeï (=een hoop hooi)
  8. Urkers: die et ok een bek as un hooischuur (=grote mond)
  9. Epers: Heuj an de kirre (=hooi op een rij)
  10. Sint-Lenaarts: pikkelen (=hooi op een driepikkel stapelen)
  11. Munsterbilzen - Minsters: de maus nauts teviël koën op zen miële doen (=neem nooit te veel hooi op je vork)
  12. Texels: Hei-je het hooi òn de róók? (=Is je vrouw in verwachting, heb je iemand zwanger gemaakt?)
  13. Urkers: so ui so fui (=te hooi en te gras)
  14. Ninoofs: au sketj euger as da za gat stoët (=Hij neemt teveel hooi op zijn vork)
  15. Ninoofs: au sketj euger as zauin gat stoët (=Hij neemt te veel hooi op zijn vork)
  16. Luyksgestels: hoiet nie dan kolle't (=Groeit het hooi niet dan groeit de kool)
  17. Hams: twit lam it oee en tzwert lam it ouver (=het witte lam eet hooi en het zwarte lam eet haver)
  18. Munsterbilzen - Minsters: de zwelmerkes bowe hun nès mèt drek en spiere stroj en hoj (=de zwaluwen bouwen hun nestje met modder en sprietjes stro of hooi)
  19. Zichers: dich geleifs dat de piepele hooi aîte (=wat ben je naief)
  20. Allefs: As ut hooi ut perd achterna komt, willut gevrete worre (=Zij wil een man)
  21. Westfries: die most 'n pik hooi luste (=mij is een andere mening toegedaan over die gast)
  22. Westerkwartiers: weert 't niet op 't hooi, dan weert 't wel op 't gras (=elk weertype is wel ergens goed voor)
  23. Westerkwartiers: wij huuv'm niet hen te hooi'n (=wij hebben geen haast)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen