Spreekwoorden met `goo`

Zoek

42 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `goo`

  1. als het varken zat is, gooit het de bak om. (=gezegd als iemand geen dankbaarheid toont)
  2. als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
  3. de boel erbij neergooien (=ermee stoppen)
  4. de kont tegen de krib gooien (=weerspannig zijn)
  5. de troffel in de kalkbak gooien (=zijn beroep opgeven en van zijn rente gaan leven)
  6. dertien ogen gooien (=onmogelijk veel geluk hebben)
  7. een bliek (spiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
  8. een knuppel in het hoenderhok gooien (=opschudding veroorzaken)
  9. een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
  10. een visje uitgooien (=proberen of ergens belangstelling voor bestaat)
  11. er een balletje over opgooien (=er voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  12. er een gooi naar doen (=een kans wagen of iets proberen te raden)
  13. er met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  14. geld in het water gooien (=geld verspillen)
  15. geld over de balk gooien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
  16. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  17. gooi het maar in je pet (=er komt niks van in)
  18. het kind met het badwater weggooien (=samen met het slechte ook het goede wegdoen)
  19. het op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
  20. het over een andere boeg gooien (=het anders aanpakken)
  21. het roer omgooien (=het op een heel andere manier proberen)
  22. hoge ogen gooien (=een goede kans maken op iets)
  23. iemand iets voor de voeten gooien (=iemand met iets confronteren)
  24. iets ertegenaan gooien (=ergens geld aan uitgeven)
  25. iets in de groep gooien (=iets in een groep bespreken)
  26. in de goot (=in de zware problemen)
  27. in het diepe gegooid worden (=in een baan aan het werk moeten zonder ingewerkt te worden)
  28. je eigen glazen ingooien (=het voor zichzelf bederven)
  29. je fortuin te grabbel gooien (=geld verspillen)
  30. je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
  31. kruis of munt gooien (=ervoor loten)
  32. met de muts naar iets gooien (=ergens geen zorg aan besteden / er een slag naar slaan, ernaar raden)
  33. met de pet naar iets gooien (=niet echt moeite voor iets doen, zonder inzicht schatten)
  34. met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
  35. naar het hoofd gooien/slingeren (=scherpe verwijten maken)
  36. olie op de golven gieten/gooien (=de gemoederen kalmeren)
  37. olie op het vuur gooien (=een situatie verergeren)
  38. over de balk gooien (=onnodig geld uitgeven voor zaken die niet nodig zijn)
  39. roet in het eten gooien (=de pret bederven of een plan laten mislukken)
  40. te grabbel gooien (=zomaar weggooien, opofferen)
  41. uit de goot opgeraapt (=van erg lage afkomst)
  42. wie in een glazen huis woont moet niet met stenen gooien (=wie schuldig is, moet zich niet laten opmerken)

Eén betekenis bevat `goo`

  1. te grabbel gooien (=zomaar weggooien, opofferen)

11 dialectgezegden bevatten `goo`

  1. e goo verke mag alles (=ik eet alles even graag) (Brussels)
  2. ging goo doeve op gen daak han. (WT) (=Zich niet zo lekker voelen) (Mechels (NL))
  3. goo taan maoke vannen iëzël nog gee piëd (=omdat je veel geld hebt word je nog geen beter mens) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. goo verzeen van uure en puute (=een vrouw met prominente vrouwelijke kenmerken) (Brussels)
  5. ik goo ne sandwisjz mei een tirret eite (=ik ga vrijen mannelijk) (tervurens)
  6. ik goo ne servolaa mei twi noikkes eite (=ik ga vrijen vrouwelijk) (tervurens)
  7. Ing goo blutsj. (WT) (=Een goedzak) (Mechels (NL))
  8. kuit en goo (t) (=rap en goed gedaan) (tervurens)
  9. no t'hoiske goe, noo de koeur goo (=naar het toilet gaan) (Overijses)
  10. op aa bakkes goo (=totale affront of op uw gezicht vallen) (tervurens)
  11. Tgoe goo weij weire, de zwolme vleege uug (=het zal goed weer worden, de zwaluwen vliegen hoog) (Lembeeks)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen