Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


3 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gezegd`

  1. dat is makkelijker gezegd dan gedaan (=het valt in de praktijk nog niet mee)
  2. eens gezegd, blijft gezegd (=als iemand iets belooft moet die dat ook uitvoeren)
  3. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)

37 betekenissen bevatten `gezegd`

  1. iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
  2. het heen en weer krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  3. thuis is in je schuur (=dit wordt gezegd als je weinig thuis bent)
  4. de pan uit vliegen (=erg snel stijgen (inz. gezegd over prijzen))
  5. het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
  6. over de koppen kunnen lopen (=gezegd als er veel volk is)
  7. achterom is kermis (=gezegd bij biljart als 'n bal rakelings achter een andere door loopt)
  8. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van 'n meisje dat liever niet wil trouwen)
  9. beer op sokken (=gezegd van een dik, plomp persoon)
  10. het regent bakstenen (=gezegd van een hevige hagelbui)
  11. goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vlotte prater)
  12. Hollands welvaren (=gezegd van een zeer gezond uitziend persoon)
  13. iets in zijn holle kies kunnen stoppen (=gezegd van eten : het is de moeite niet, het is te weinig)
  14. zo komt het luie zweet eruit (=gezegd van iemand die hard werkt)
  15. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  16. de maan komt al door de bomen/wolken (=gezegd van iemand die kaal begint te worden)
  17. een tong als een scheermes (=gezegd van iemand die venijnig uithaalt met woorden)
  18. alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
  19. in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
  20. het oude liedje (=het al zo vaak gebeurde of gezegde)
  21. het is de toon die de muziek maakt (=het gaat om de manier waarop iets gezegd wordt)
  22. niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
  23. het hoge woord is er uit (=het onaangename is gezegd)
  24. het harde woord moet eruit (=het onaangename moet gezegd worden)
  25. hij zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms zegt)
  26. een open deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
  27. zijn oren niet geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kunnen geloven)
  28. van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
  29. de wind van voren krijgen (=kritiek krijgen, direct gezegd worden wat er mis is)
  30. zijn mond voorbij praten (=meer zeggen dan dat er gezegd mag worden en/of het verklappen van een geheim)
  31. sit venia verbo (=met toelating gezegd)
  32. ergens op inhaken (=reageren op iets dat gezegd is en daar verder op doorgaan)
  33. hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
  34. een garnaal heeft ook een hoofd (=schertsend gezegd van een kind dat koppig aan zijn mening vasthoudt)
  35. de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
  36. stoot je hielen niet (=wordt gezegd tegen een grote lomperd)
  37. recht voor zijn raap (=zonder omwegen gezegd)

Het dialectenwoordenboek kent 24887 spreekwoorden met `gezegd`

  1. Texels: Fon jow horses kè je ollien maar hóófdkéés of lampioene make (=gezegd van iemand die heel dom is)
  2. Westfries: Roôie vale binne donderstrale! (=gezegd over roodharigen)
  3. brabants: hedde gij da gezeet gehad (=heb jij dat gezegd)
  4. Brugs: ken niejt hezeid (=ik heb niets gezegd)
  5. Bilzers: mét zene mond, ja (=rapper gezegd dan gedaan)
  6. Lovendegems: 't es verloren gezeid (=vergeefs gezegd)
  7. Budels: zoe gezigd ,zoe gedaon (=zo gezegd,zo gedaan)
  8. Sittards: Dat höbs doe taege geine gek gezag (=Dat is niet aan dovemansoren gezegd)
  9. Munsterbilzen - Minsters: mèt zene mond, ja !!! (=rap gezegd, maar niet gedaan !)
  10. Riemsts: reit oot gezeit (=eerlijk gezegd)
  11. Waregems: ge+kuintre+ne+puint+an+zoagn (=je+zult+het+niet+beter+kunnen+(niet+overtreffen)(uitdagend+gezegd))
  12. Overpelts: hei hit 'm de levieten gelézen (=hij heeft hem de waarheid gezegd)
  13. Tilburgs: ik hèb et em nòg zôo gezeej gehad! (=ik heb het hem nog zó gezegd.!)
  14. Zalks: woarumme ei'j mien det niet ezegd (=waarom heb je mij dat niet gezegd)
  15. Antwerps: Alexaander,alles veur maai en niks veur een aander (=wordt gezegd tegen een egoist)
  16. Steins: Bès doe in de kirk gebaore !! (=wordt gezegd tegen iemand die altijd de deur achter zich open laat)
  17. herenthouts: khemmet'em gezei (=ik heb het hem gezegd)
  18. Harelbeeks: keet u gezei (=ik heb het u gezegd)
  19. werviks: wukèk gezei (=wat heb ik gezegd?)
  20. Bilzers: viër ên aater gezaag (=vlakaf gezegd)
  21. Dinthers: wie hi da gezeet (=Wie heeft dat gezegd)
  22. Rijsoords: Zôô gezaaid, zôô gedaen (=Zo gezegd, zo gedaan)
  23. Munsterbilzen - Minsters: de moes goed tësse de laantsjes konne laeze (=luister goed naar wat er gezegd wordt, maar nog meer naar wat er niet gezegd wordt)
  24. Steins: Doe höbs good kalle !! (=Dat is makkelijk gezegd)
  25. Munsterbilzen - Minsters: mét aander wieëd (=anders gezegd)
  26. Lochristis: en doirmee ponton (=en daarmee is het laatste gezegd)
  27. Maldegems: koant gezejd! (=ik had het gezegd!)
  28. West-Vlaams: wuk ej gezeit (=wat heb je gezegd)
  29. Antwerps: Wasseitem? (=Wat heeft hij gezegd ?)
  30. Utrechts: We leve nouw in de goeje ouwe tijd van de toekoms (=Dit wordt gezegd wanneer iemand over vroeger begint)
  31. Venloos: hesse dors, laop naor Hors, dao steit ein hundje, det piest dich in 't mundje. (=Ik heb dorst.. dan werd tegen kind gezegd)
  32. Westfries: Skêle benne de mooiste niet, en mooie skêle benne der niet! (=gezegd over scheelkijkers)
  33. Wetters: Hij hee zijnen neuze veurbij geklapt (=Hij heeft te veel gezegd)
  34. Bergs: Ek et oe nie gezeed (=heb ik het je niet gezegd)
  35. Westerkwartiers: da's makkel'ker zeit dan doan (=dat is sneller gezegd dan gedaan)
  36. Steins: `t book is òmgedrage (=Wordt gezegd als iemand te laat komt.)
  37. Eindhovens: De hettie zelluf gezeed gehad (=Dat heeft hij zelf gezegd)
  38. Liessents: da heb ik tog gezeed (=Dat heb ik toch gezegd)
  39. Valkenswaards: Da mag best us gezeed worre (=Het mag eens gezegd worden)
  40. Tilburgs: heettie dè ècht gezeej gehad (=heeft hij dat werkelijk gezegd)
  41. Zeeuws: Sukerpee praet altied mee (=gezegd tegen iemand die ongevraagd meepraat)
  42. Zwevegems: Pertil... (=Wordt honend gezegd over een mannelijk persoon.)
  43. Betuws: wa hâk ou gezeed (=wat heb ik je gezegd)
  44. Sint-Niklaas: wa(d) en ze gezeet? (=wat hebben ze gezegd?)
  45. Klemskerks: 't go mollejoengn braakn: 't gaat zo meteen stortregenen (gezegd als de hemel helemaal zwart ziet, zoals voor een onweer) (='t Gaat mollejongen braken)
  46. Epers: (De meeste mensen gaan dood in bed) gekscherend gezegd als iemand aangeeft naar bed te gaan. (=Op berre goat de meeste mens'n doohd)
  47. Ursels: wordt gezegd tegen iemand waarvan men denkt dat hij geen deftige job zal vinden (=wa gaade later worden strontraper achter den trein)
  48. Klemskerks: zo plat of e zesse: helemaal plat, vooral gezegd van iets wat platgeslagen of op de weg platgereden is (=zo plat als een zes)
  49. Klemskerks: Zoe'j nu gi' mieërn zeeëkng?: zou je nu niet doodvallen? gezegd bij een grote tegenvaller (=Zou je nu geen mieren zeiken?)
  50. Westfries: De baker had er gien skuld an. (=gezegd als iemand op hoge leeftijd is overleden.)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen