Spreekwoorden met `genen`

Zoek

Eén spreekwoord bevat `genen`

  1. als honden konden bidden zou het kluiven regenen (=als is een niet ter zake doende opmerking)

4 betekenissen bevatten `genen`

  1. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  2. de duivel schijt altijd op de grootste hoop (=het ongeluk treft meestal degenen die al in moeilijkheden verkeren.)
  3. iets door het oog van de schaar halen (=materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk zaken toe-eigenen)
  4. het bier is niet voor de ganzen gebrouwen. (=niet iets verspillen aan degenen die het niet waarderen)

32 dialectgezegden bevatten `genen`

  1. (z) oë es ni op ze gat gedoëpt (=Zij / hij is genen dommerik) (Moorsel)
  2. aij haf gênen asum! (=hij reageerde helemaal niet.) (Hulsters (NL))
  3. asdaaj hërre kop oppe vêrke stond, oet niemes genen heedkeis mei (=die is zo lelijk als de nacht) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. da trèk op genen aaën örgël (=dat trekt nergens op) (Munsterbilzen - Minsters)
  5. daaj deed genen rotten doef (=zij doet helemaal niets !) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. daaj deed van den heilen daog genen doef (=zij doet de ganse dag niets) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. dae hèt gene roje duit én zën maol (=die heeft genen euro op zak) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. das genen kal (=zoiets zeg je niet, dat is zever) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. das genen uil (=hij is niet dom) (Sint-Niklaas)
  10. dat trèk op genen ërgël (=dat trekt nergens op) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. de bès genen iëzël aste niks kins, de bès toch nen iëzël aste niks leire wilts (=met wat goede wil blijf je geen ezel) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. dich hëbs genen tëlëfao naudig! (=je spreekt te luid aan de telefoon!) (Munsterbilzen - Minsters)
  13. doë geet genen haon noë kraeë (=daar hoor je nooit nog van) (Bilzers)
  14. doë kan genen hond zeeke of... (=bij het geringste......) (Munsterbilzen - Minsters)
  15. doë kraeët genen haon hiën (=dat vergeet iedereen) (Bilzers)
  16. doë kraeët genen haon hiën (=dat is gauw vergeten) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. doë kraet genen haojn noë (=daar wordt geen gevolg aan gegeven) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. doë kraet genen haon hiën (=daar gaat niemand op reageren) (Munsterbilzen - Minsters)
  19. dor kreijt génen hoan hénnen (=Daar neemt niemand aanstoot aan) (Lommels)
  20. e eit genen naugel ve o ze gat te krabben (=hij is arm) (Liedekerks)
  21. genen doef doen (=geen slag uitvoeren) (Munsterbilzen - Minsters)
  22. genen enen (=geen enkele) (Sint-Niklaas)
  23. genen hoërzak doen (=niets uitrichten) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. genen puit te biechten hebben (=niets in te brengen hebben) (Graauws)
  25. he genen nagel voe zen gat te krabben (=heeft geen geld) (Bachten de kupes)
  26. Ie è gènen noagel oom in zin gat te skarten. (=Hij heeft geen cent, hij is heel arm.) (Zwevegems)
  27. kak of genen kak de pot op (=zin of geen zin je moet het doen) (Sint-Niklaas)
  28. Klaogers hèmme genen noed, stóffers gee broed. (=Klagers hebben geen nood, pochers geen brood.) (Genker)
  29. mèt alleen mér op te loer te ligge, vings te genen haos (=je moet handelen en niet aarzelen) (Munsterbilzen - Minsters)
  30. pak nen aandre waaj ter ès, doë ès genen aandre (=in de liefde ben je niet kieskeurig) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. vastelaovëd, aaë gek-aon de zolder hink et spek-aon de zolder hink te wos-kèster hëbste genen dos (=bedellied voor vastenavond) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. ze aas uuk van genen oaze gepoept (=ze is een beetje traag) (Aspers)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen