Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

Eén spreekwoord bevat `stoep`

  1. ieder moet zijn eigen stoep schoonvegen (=ieder moet zijn eigen problemen oplossen - zich afvragen of hij zelf schuldig is)

Het dialectenwoordenboek kent 11 spreekwoorden met `stoep`

  1. Sallands: de stoepe keer'n (=de stoep vegen)
  2. Bocholtz: schproonk (=stoep)
  3. Harlingers: niet vanne gelestientsjes ofgaan (=op de stoep blijven)
  4. Puurs: planschier (=stoep)
  5. Epers: de blauwe stoepe opgoan (=trouwen)
  6. Mechels (NL): Op gen pavei (=Op de stoep)
  7. Harlingers: niet vanne gellestientsjes ofkomme (=niet van de stoep af gaan)
  8. Aarschots: Ik hem braa kaa oep de braa (=Ik heb het zeer koud op de stoep)
  9. Melseels: ei pakt stoep (=hij grijpt er naast)
  10. Walshoutems: De skalei moet gekied wodde. (=De stoep moet geveegd worden)
  11. Munsterbilzen - Minsters: mèt ne stêk bau een versjet wor op vastgebonne, stoepde vër de vèsse èn de biëk (=we spitsten de vissen uit de beek op een vork die vastgemaakt was op een lange stok)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen