Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `drink`

  1. een stuk in de kraag drinken (=zich dronken drinken)
  2. er verdrinken er meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol)
  3. Eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=Eten en drinken blijven levensbehoeften.)
  4. Eten en drinken is geen beroep / ambacht. (=Werken is noodzakelijk om te kunnen leven.)
  5. Het leven is meer dan eten en drinken. (=Alleen eten en drinken vult geen leven.)
  6. iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
  7. Men kan een paard wel in het water trekken, maar niet dwingen dat het drinkt. (=Je moet iemand niet dwingen, zelfs niet tot iets leuks)
  8. verdrinken eer men water gezien heeft (=mislukken voordat het begonnen is)

27 betekenissen bevatten `drink`

  1. aan de fep zijn (=(overmatig) drinken)
  2. Het leven is meer dan eten en drinken. (=Alleen eten en drinken vult geen leven.)
  3. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdrinken er altijd mensen)
  4. de kan aanspreken (=drinken)
  5. op de lappen (=een beetje opgeknapt - op stap om te drinken)
  6. een loden pijp hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdrinken)
  7. er verdrinken er meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol)
  8. zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) drinken)
  9. van je buik een afgod maken (=erg veel geld uitgeven aan lekker eten en drinken)
  10. Eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=Eten en drinken blijven levensbehoeften.)
  11. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  12. zijn natje en zijn droogje lusten (=graag eten en drinken)
  13. het glaasje op zijn kant zetten (=het glas uitdrinken)
  14. het vaatje op zijn kant zetten (=het vat leegmaken (uitdrinken))
  15. Hij jaagt alles door het halsgat. (=Hij maakt alles op aan eten en drinken.)
  16. iemand de voeten spoelen (=iemand doen verdrinken / in zee verdrinken)
  17. iets onder de kurk hebben (=iets te drinken hebben)
  18. Hij maakt van zijn buik een afgod. (=Lekker eten en drinken vindt hij belangrijk.)
  19. De darmen zalven. (=Lekker eten en drinken.)
  20. de gebraden haan uithangen (=op onverantwoordelijke wijze erg veel geld uitgeven aan met name lekker eten en drinken)
  21. op een droogje zitten (=op visite zijn en niks te eten of drinken krijgen)
  22. aan de pimpel zijn (=sterkedrank drinken)
  23. te diep in het glaasje kijken (=te veel alcohol drinken en daardoor erg dronken zijn)
  24. een fles de nek breken (=uitdrinken)
  25. aan de zwier zijn (=uitgaan, drinken)
  26. het is niet voor de ganzen gemaakt (=we kunnen het maar beter uitdrinken)
  27. een stuk in de kraag drinken (=zich dronken drinken)

Het dialectenwoordenboek kent 109 spreekwoorden met `drink`

  1. Aalsters: zat en zwetzat (=twee drinkebroers)
  2. Tilburgs: drinkeme nòg en gaawke (=drinken we nog een afzakkertje)
  3. Waregems: me drink'n ip ne goen oflöep (=we drinken op een goed resultaat)
  4. Sint-Laureins: waer is mein pulle (=waar is mijn drinkbus)
  5. Astens: de muk loate drinke (=plassen)
  6. Steins: Dae höb ich ònger de taofel gezaope (=van iemand winnen bij een (bier) drinkwedstrijd)
  7. Sint-Katelijne-Waver: Mee nen bidon naa twerk (=Met een drinkbus gaan werken)
  8. Lichtervelds: jeet e droîge leevre (=hij drinkt veel)
  9. Kortemarks: jeet e droîge leevre (=hij drinkt veel)
  10. Westerkwartiers: zien geut lijt goed (=hij drinkt vlot op)
  11. Venloos: aan de maagt heure kant drinke (=aan de verkeerde kant van het kopje koffie/thee drinken)
  12. Deinzes: J'èj uuk gruten dust zunne (=Iemand die snel drinkt)
  13. Heerlens: dea zuupt wie ee moehzeloak (=iemand die veel drinkt)
  14. Bilzers: Eten en drinke es den have kos (=hebben we nog wat in huis ?)
  15. Westfries: die lust 't as de poes melk (=iemand die te veel drinkt)
  16. Genneps: den moet mar bij de schutterij (=Van iemand die niet drinkt)
  17. Hasselts: Hieë zeûp de baan vanne ton aaf (=Hij drinkt als een tempelier)
  18. Westerkwartiers: zien geut lijt goed (=hij drinkt in een rap tempo)
  19. Harelbeeks: J'ee nogool ne drwugge leevre (=Hij drinkt graag alcohol)
  20. Hams: des uk een kaffébuzze (=iemand die veel koffie drinkt)
  21. Westels: voaze schelle (=bier drinken)
  22. Munsterbilzen - Minsters: snakke noët einde--drinke (=smachten naar het einde-naar drank)
  23. Kerkraads: zich 'lazarus' drinken (=zich styn drinken)
  24. Hams: iënen schellen (=pintje drinken)
  25. Ninoofs: op iemand zan kap drinken (=Op andermans kosten drinken)
  26. Tilburgs: sèns dèttie niemir rokt, zöptie. (=sinds hij niet meer rookt, drinkt hij te veel.)
  27. Steins: hae zup wie eine karhèings (=hij drinkt veel)
  28. westlands: un bodumpie leggêh (=bier drinken)
  29. Sint-Niklaas: zabberen (=slordig drinken)
  30. Zeeuws: nie zo vee drinken t is aal me pis uut (=veel drinken)
  31. Astens: Tanke da't Heurst en Brult (=Enorm veel bier drinken)
  32. Munsterbilzen - Minsters: èn zene gieles slon (=eten/drinken(oneerbiedig bedoeld))
  33. Westerkwartiers: 'n neut kroak'n (=een borrel drinken)
  34. Brabants: dur eene gaon vatten (=een borrel gaan drinken)
  35. Mestreechs: iemes un rib oet zoepe (=drinken en niet betalen)
  36. Lopiks: een bakkie pleur doen (=een kopje koffie drinken)
  37. Sint-Niklaas: toeteren (=uit de fles drinken)
  38. Munsterbilzen - Minsters: zich vergiet zaupe (=zich lazarus drinken)
  39. Brees: Zoepen tot vè kroepen (=Erg veel drinken)
  40. Rotterdams: Effe een bakkie doen (=Koffie drinken)
  41. Sint-Lenaarts: Ni janke, mer tanke. (=Niet klagen, maar drinken.)
  42. Bilzers: de penszak authange (=overdadig eten en drinken)
  43. Gents: santee ! (=op je gezondheid ! (bij drinken))
  44. Koersels: in deij koffie zieder scherpenheuvel ooch (=slappe koffie drinken)
  45. Sliedrechts: giet in 't beun (=snel iets op moeten drinken)
  46. Zeeuws: dorst als het paard van bibbe (zierikzee) (=veel drinken)
  47. Veurns: è moend èn die past op olle gloaz'n (=veel drinken)
  48. Munsterbilzen - Minsters: zaupe waaj nen aae tempelier (=veel drinken)
  49. Veurns: in de zeupe zitt'n (=zwaar aan het drinken zijn)
  50. Munsterbilzen - Minsters: op (=drink er nog maar )



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen