Spreekwoorden met `dach`

Zoek

5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dach`

  1. de wens is de vader van de gedachte (=je gelooft iets, omdat je wil dat het zo is)
  2. één uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzichtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
  3. gedachten zijn tolvrij (=iedereen mag vrij denken wat diegene wil)
  4. op twee gedachten hinkelen/hinken (=moeilijk kunnen beslissen)
  5. twee zielen, één gedachte (=twee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben)

51 betekenissen bevatten `dach`

  1. bakkerskinderen eten oud brood. (=aan het vak dat men uitoefent, besteedt men in zijn directe omgeving weinig aandacht.)
  2. op de grote trom slaan (=aandacht proberen te krijgen voor diens zaak)
  3. aan iemands lippen hangen (=aandachtig luisteren)
  4. het oor scherpen/spitsen (=aandachtig luisteren)
  5. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  6. beter blooie Piet dan dooie Piet (=beter een aarzelend iemand dan iemand die ondoordacht handelt)
  7. wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard nog op hol raken. (=blijf altijd aandachtig en geconcentreerd)
  8. je kop erbij houden (=blijven opletten, aandacht vasthouden)
  9. veel bekijks hebben (=de aandacht trekken)
  10. in het oog springen/vallen (=de aandacht trekken)
  11. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
  12. die vlieger gaat niet op (=die gedachte gaat niet lukken)
  13. alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zich opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
  14. het sop is de kool niet waard (=een onderwerp is te onbelangrijk om er aandacht aan te geven)
  15. een onbekookt plan (hebben) (=een plan hebben waar niet goed over is nagedacht)
  16. veel gewrijf en geschrijf (=eindeloze gedachtewisselingen)
  17. er oog voor hebben (=er de waarde van inzien of aandacht voor hebben)
  18. iets laten zwemmen (=er geen aandacht meer aan besteden)
  19. daarmee is de kous af. (=er wordt geen aandacht meer aan gegeven)
  20. iets links laten liggen (=ergens geen aandacht aan geven)
  21. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  22. het komt uit zijn koker (=hij is degene die het heeft bedacht)
  23. iemand met de neus op de feiten drukken (=iemand iets zó onder de aandacht brengen, dat hij het niet langer kan negeren)
  24. iemand de ogen uitsteken (=iemand jaloers maken door de aandacht te vestigen op iets wat men heeft, en wat de ander ontbreekt)
  25. iemand in het zonnetje zetten (=iemand op positieve wijze aandacht geven, iemand eer bewijzen)
  26. een koekje van eigen deeg (=iets geven (of krijgen) wat oorspronkelijk bedacht is door degene die het krijgt (of geeft))
  27. een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
  28. naar de mutsaard rieken (=iets klopt zeer niet (mutsaard = brandstapel) / verdacht worden van ketterij)
  29. een gevoelige snaar raken (=iets ligt erg gevoelig bij iemand, belangstelling hebben voor een bepaald onderwerp en iemand die dan aandacht heeft ervoor)
  30. iets voor het voetlicht brengen (=iets onder de aandacht brengen)
  31. voor het voetlicht (=in de aandacht)
  32. je wel voor de kop kunnen slaan (=kwaad zijn op jezelf over het feit dat men ergens niet aan gedacht heeft)
  33. in grove lijnen (=met vooral aandacht voor de hoofdzaken)
  34. een ander liedje laten zingen (=mores leren, van gedacht doen veranderen)
  35. onder de loupe nemen (=nader bekijken, aandachtig bestuderen)
  36. onder ogen brengen (=onder de aandacht brengen)
  37. op de voorgrond staan (=onder de aandacht staan)
  38. op de voorgrond treden (=onder de aandacht treden)
  39. hals over kop (=ondoordacht snel)
  40. kop over bol (=ondoordacht snel)
  41. hol over bol (=ondoordacht snel)
  42. je er met jantje-van-leiden afmaken (=onzorgvuldig zijn en weinig aandacht aan het werk besteden)
  43. geen blad voor de mond nemen (=precies zeggen hoe er over iets gedacht wordt)
  44. met de Franse slag (=slordig, met weinig aandacht uitgevoerd)
  45. piae memoriae (=ter zalige nagedachtenis)
  46. een bocht nemen (=van gedachten veranderen)
  47. zacht gaan en verre zien. (=voorichtig en doordacht te werk gaan)
  48. een kronkel in je hersens hebben (=vreemde gedachtes hebben)
  49. los in de mond zijn (=zichzelf goed kunnen uitdrukken en gedachten kunnen verwoorden)
  50. van zijn hart geen moordkuil maken (=zijn gevoelens niet opkroppen / vrijuit zeggen wat je niet bevalt / eerlijk zeggen over hoe er over iets gedacht wordt)

3 dialectgezegden bevatten `dach`

  1. de sjoenste daag van m'n leve (=de mooiste dach uit mijn leefde) (Mestreechs)
  2. Hoe harrie da dach (=hoe had je je dat voorgesteld) (Vechtdals)
  3. Ik dach het niet (=Ik dacht het niet) (Hoogeveens)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen