Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

17 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `stellen`

  1. aan de kaak stellen (=het 'verkeerde' hekelen of bekend maken)
  2. aan iets paal en perk stellen (=er een definitief einde aan maken)
  3. de wet stellen (=zijn wil opleggen)
  4. ergens paal en perk aan stellen. (=orde op zaken stellen)
  5. iemand de wet stellen (=iemand iets opdragen te doen)
  6. iemand op de proef stellen (=iemand testen om te zien of die te vertrouwen is of het aan kan)
  7. iemand ter aarde bestellen. (=iemand begraven.)
  8. iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat niet in orde is)
  9. in de schaduw stellen (=het beter doen dan een ander, iemand overtreffen)
  10. in de waagschaal stellen (=groot risico nemen)
  11. in gebreke stellen (=officieel stellen dat de taak niet naar behoren is uitgevoerd)
  12. in het ongelijk stellen (=ongelijk geven)
  13. op de hoogte stellen (=informeren)
  14. paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
  15. prijs stellen op (=weten te waarderen, graag willen)
  16. zich blootstellen aan (=in aanraking komen met)
  17. zijn leven in de waagschaal stellen (=actie ondernemen waarbij het eigen leven in gevaar kwam)

31 betekenissen bevatten `stellen`

  1. aan het lijntje hebben/houden (=aan de praat houden / beloven, maar steeds weer uitstellen)
  2. alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
  3. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  4. geen steen op de andere laten (=alles in het werk stellen)
  5. in een andere vorm gieten (=anders voorstellen)
  6. de puntjes op de i zetten (=de details erbij zetten - orde op zaken stellen)
  7. paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
  8. door vragen wordt men wijs. (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
  9. aan de beterhand (=genezend, herstellend)
  10. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  11. vragen staat/is vrij. (=iedereen heeft de gelegenheid om vragen te stellen)
  12. iemand een worst voorhouden. (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan.)
  13. iemand met een zwarte kool tekenen (=iemand erg ongunstig voorstellen)
  14. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  15. iets op de lange baan schuiven (=iets uitstellen)
  16. een vuist maken. (=krachtig opstellen.)
  17. op de lange baan schuiven (=langdurig uitstellen)
  18. aan de beterende hand zijn (=langzaam genezen, herstellen)
  19. de lat hoog leggen (=moeilijk haalbare doelen stellen)
  20. in gebreke stellen (=officieel stellen dat de taak niet naar behoren is uitgevoerd)
  21. de bal terugkaatsen. (=op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander.)
  22. ergens paal en perk aan stellen. (=orde op zaken stellen)
  23. het liedje van verlangen zingen (=proberen uit te stellen)
  24. bakzeil halen. (=toegeven dat je ongelijk hebt / aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed.)
  25. ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen)
  26. iets ter tafel brengen. (=voorstellen om iets te bespreken.)
  27. een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beetje aanstellen)
  28. de weg kwijt zijn. (=zich onhandig opstellen, onverstandige keuzes maken.)
  29. de hakken in het zand zetten. (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen.)
  30. een vreemde schaats rijden (=zich raar aanstellen)
  31. een rare schaats rijden (=zich raar aanstellen, lichtzinnig leven)

Het dialectenwoordenboek kent 7 spreekwoorden met `stellen`

  1. Mestreechs: geine ambras make (=niet aan stellen)
  2. Lichtervelds: je vroagt ei uut je gat (=hij blijft maar vragen stellen)
  3. Westerkwartiers: één oafkamm'n (=iemand in een kwaad daglicht stellen)
  4. Sint-Niklaas: iemand 't ei uit zè gat vroagen (=niet ophouden met aan iemand vragen te stellen)
  5. Sint-Niklaas: iemand pjaan mè een doo mus (=iemand met een niemendalletje tevreden willlen stellen)
  6. brabants: hek niks mee te stellen (=daar heb ik niks mee te maken)
  7. Westerkwartiers: 'n worst veurholl'n (=iets moois in het vooruitzicht stellen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen