Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zoveel`

  1. hij heeft net zoveel geld in de buidel als een jood spek in de kast (=hij is straatarm)
  2. van iets zoveel verstand hebben als een koe van saffraan eten (=ergens geen verstand van hebben)
  3. zoveel geven om iets als een boer om een kers (=er totaal niets om geven)
  4. zoveel hoofden, zoveel zinnen (=iedereen heeft een eigen mening waarbij men moeilijk samen tot een oplossing kan komen)

9 betekenissen bevatten `zoveel`

  1. wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zoveel geeft zoveel je kunt, dan kan niemand je iets verwijten)
  2. hij is over het paard getild (=hij heeft te veel eigendunk of heeft een naar karakter, doordat hij zoveel geprezen of verwend is)
  3. als katten muizen, mauwen ze niet (=wanneer je aan het eten bent, praat je niet zoveel)
  4. een Pyrrhusoverwinning behalen (=winnen wat zoveel heeft gekost dat je de volgende ronde niet meer aan kan)
  5. naar zijn meug eten (=zoveel eten als men lust)
  6. geen kip meer kunnen zeggen (=zoveel hebben gegeten dat je niets meer kan eten. Volkomen verzadigd)
  7. quantum libet (=zoveel men wil)
  8. binnen zijn (=zoveel verdiend hebben dat iemand niet meer hoeft te werken)
  9. in goede dorpen zijn/geraken (=zoveel verdiend hebben dat iemand niet meer hoeft te werken)

Het dialectenwoordenboek kent 19 spreekwoorden met `zoveel`

  1. Sint-Niklaas: iemand gerieven (=iemand zoveel geven als hij nodig heeft)
  2. Leefdaals: allô (=uitdrukking die zoveel betekent als 'ga weg' 'laat mij met rust')
  3. Westerkwartiers: zunnerkloas is wel goed moar niet gek (=zoveel mag je nou ook weer niet vragen)
  4. Sint-Niklaas: das zoveel as pist er ies tegen (=het helpt niet)
  5. Lebbeeks: kakkemoiskes: Ge moeit er zoeëveel kakkemoiskes ni over verkoeëpen (=Je moet er zoveel tierlantijntjes niet over maken)
  6. Brugs: a volanté (=zoveel als je wil)
  7. Moorsel: Me dobbel kroët schroëven (=Nog zoveel aanrekenen)
  8. Sint-Niklaas: keppukkik geen ezelken da gaalt schit zulle (=ik heb zoveel geld niet hé)
  9. Vechtdals: dat schöt 't de leste tied ter nog wel bi-j in (=daar is tegenwoordig niet zoveel tijd meer voor)
  10. Zeeuws: bin je klootn a nat aje nog gin vis (=zoveel moeite voor niets)
  11. Munsterbilzen - Minsters: aste viël zups, laefste nie lang, mèr de zies wol alles draajdobbel (=drinken halveert je leven, maar je ziet dubbel zoveel)
  12. Tilburgs: hè hò zunèège ongaans gegeete (=hij had zoveel gegeten dat hij misselijk werd)
  13. Antwerps: ge moet ni zoë van oewen théoater moake (=Je moet niet zoveel drukte maken)
  14. Sevenums: zich erges aan taege aete (=zoveel van iets eten dat je er tegenzin aan hebt)
  15. Lebbeeks: tralala: Ge moeit er zoeëveel tralala ni over mauken (=Je moet er zoveel tierlantijntjes niet over maken)
  16. Munsterbilzen - Minsters: ziet mèr daste nie bos ! (=eet niet zoveel, seffens barst je nog !)
  17. Munsterbilzen - Minsters: daajdoech zoe lëlëk dat ich mekan sjrik krieëg (=ze maakte zoveel opstand dat ik er van schrok)
  18. Rotterdams: Als, als de ene chinees, de andere niet had gekeest, dan ware er nooit zoveel chineze geweest. (=Als)
  19. Munsterbilzen - Minsters: ich kannem nie laaje en doevër gon ich altijd èn e biëgske rond em (=ik kan hem niet verdragen en daarom mijd ik hem zoveel mogelijk)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen