Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


25 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `eind`

  1. aan het andere eind van de wereld (=heel ver weg)
  2. aan het eind van zijn Latijn zijn (=uitgeput zijn)
  3. aan het kortste eind trekken (=in de ongunstigste positie zijn / verliezen)
  4. aan het langste eind trekken (=in de voordeligste positie zijn)
  5. aan zijn eindje vasthouden (=zijn standpunt handhaven)
  6. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  7. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  8. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  9. dat loopt op zijn einde (=het is bijna afgelopen)
  10. de eindjes (niet) aan elkaar knopen (=(niet) rond komen (met z'n inkomen))
  11. De reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (=Geef niet op voor het doel geheel is bereikt)
  12. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  13. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  14. eind goed, al goed (=de tegenslagen zijn gauw vergeten als het goed afloopt)
  15. ergens een eind/punt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
  16. het bij het goede/rechte eind hebben (=gelijk hebben)
  17. het een eind uit de broek laten hangen (=royaal zijn)
  18. het eind zal de last dragen (=moeilijkheden en problemen komen vooral als het werk bijna af is)
  19. het einde kroont het werk (=het werk is pas goed gedaan als het klaar is)
  20. het einde van het liedje (=het einde van iets goeds)
  21. hij is aan het eind van zijn akker (=zijn geld is op)
  22. van heinde en verre (=van alle kanten, vanuit alle landen)
  23. wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
  24. zijn eindje wel kunnen halen (=genoeg (geld) hebben tot aan zijn dood)
  25. zo dom als het achtereind van een koe/varken (=erg dom)

46 betekenissen bevatten `eind`

  1. De kap aan de haag hangen (=1: Een beroep beëindigen. 2: Het voor gezien houden)
  2. er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan (=aan alles komt een einde)
  3. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  4. als de armoede binnenkomt vliegt de liefde het venster uit (=armoede betekent vaak het einde van vriendschappen en relaties)
  5. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  6. paal en perk stellen (=de grens leggen / een einde stellen aan)
  7. zijn beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist worden)
  8. de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden wordt uiteindelijk wel het doel bereikt)
  9. doorgaan tot het gaatje (=doorzetten tot het einde is bereikt)
  10. een dronken vrouw is een engel in bed (=drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand)
  11. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  12. een zwaluw maakt de lente niet (=een omstandigheid laat nog geen eindconclusie toe)
  13. het uitmaken (=een relatie beëindigen)
  14. ziek of ziekenhuis? (=eind aan discussie maken)
  15. zich het apezuur zoeken (=eindeloos zoeken)
  16. veel gewrijf en geschrijf (=eindeloze gedachtewisselingen)
  17. terminus ad quem (=eindpunt van de tijdsberekening)
  18. er een streep onder zetten (=er een eind aan maken, ermee stoppen)
  19. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  20. de alfa en omega (=het begin en het einde)
  21. lest best (=het beste van alles komt op het einde)
  22. het uitzingen (=het einde ervan afwachten, het volhouden)
  23. in zijn laatste schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
  24. het einde van het liedje (=het einde van iets goeds)
  25. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  26. ergens een streep onder zetten (=het stoppen, beëindigen)
  27. iemand een worst voorhouden (=iemand een voordeeltje in het vooruitzicht stellen, teneinde hem te bewegen ergens mee akkoord te gaan)
  28. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  29. van eeuwigheid tot amen duren (=iets duurt heel erg lang, er komt maar geen einde aan)
  30. als een nachtkaars uitgaan (=in een gestaag tempo minder worden en eindigen)
  31. wie het laatst lacht, lacht het best (=pas aan het einde kan je zien we gewonnen heeft)
  32. met een sisser aflopen (=probleem leek heel groot, maar viel uiteindelijk reuze mee)
  33. als David zijn volk telde verloor hij de strijd (=tel de winst pas uit bij het einde van de strijd)
  34. tot in lengte van dagen (=tot het einde der tijden)
  35. ad infinitum (=tot in het oneindige)
  36. ad calendas graecas (=tot in het oneindige uitstellen)
  37. per slot van rekening (=uiteindelijk)
  38. summa summarum (=uiteindelijk - tenslotte)
  39. zoals het handje thuis tost, tost het nergens (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis)
  40. van a tot z (=van het begin tot het einde /met alles erop en eraan)
  41. vele kleintjes maken een grote (=veel kleine stukjes leveren uiteindelijk ook een geheel op)
  42. (goed) begonnen is half gewonnen (=wat niet aangevangen wordt komt ook nooit af. / Wanneer het begin van iets goed is, is de kans groter dat het goed eindigt)
  43. wie het onderste uit de kan wil hebben die valt het lid op de neus (=wie altijd het uiterste wil, krijgt uiteindelijk niets)
  44. die wind zaait zal storm oogsten (=wie kwaad doet, zal er uiteindelijk zelf de gevolgen van dragen)
  45. hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)
  46. twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)

Het dialectenwoordenboek kent 131 spreekwoorden met `eind`

  1. Liwwadders: sappele (=de eindjes moeizaam aan elkaar knopen)
  2. Brabants: 't innigste goeie dah uit Rotterdam komt, is d'n trein naor eindhoven (=Het enige goede dat uit Rotterdam komt, is de trein naar eindhoven)
  3. Tilburgs: as we un èndje wijer zèèn. (=als we een eindje verder zijn.)
  4. Deinzes: vanessntens (=het volledige eind)
  5. Fries: Dat gedicht einiget mei in moaie sin. (=Dat gedicht eindigt met een mooie zin.)
  6. Oudenbosch: lop nie so vor me voete (=blijf een eindje bij mij uit de buurt)
  7. Sint-Niklaas: da zal op niet endigen gullèk Wannes zè wezen (=dat zal op niets eindigen)
  8. Wetters: ei moe scharten veur toe te kommen (=hij heeft het lastig om de eindjes aan elkaar te knopen)
  9. Mestreechs: op hawwe met drum dreije (=eindelijk de waarheid vertellen)
  10. Lokers: tschaup is de preut af (=Men is eindelijk begonnen)
  11. Eekloos: van ess'n t'ende (=van begin tot eind)
  12. Lichtervelds: jis tgat of (=hij is ten einde krachten)
  13. Terneuzens: van essen tennen (=van begin tot einde)
  14. Kortrijks: vaneskentens (=van begin tot einde, helemaal)
  15. Gents: ne guulen trok (=een gans eind)
  16. Waregems: zijne Frank es evoln (=hij heeft het eindelijk door)
  17. Gents: zijne frang es gevalle (=hij heeft het eindelijk gesnapt)
  18. Munsterbilzen - Minsters: snakke noët einde--drinke (=smachten naar het einde-naar drank)
  19. Olens: hij is vant stroat gerokt (=hij heeft eindelijk een partner)
  20. Westerkwartiers: 't enne is ien zicht (=het einde is in zicht)
  21. Veurns: 't ende nie zieën (=het einde niet zien)
  22. Kortrijks: jè tenn (=hij is op het einde krachten)
  23. Schijndels: olling tot tène toe (=helemaal tot het einde)
  24. Wuustwezel: oep t'scheiten van de mart (=op het einde)
  25. Eizels (Herzeels): vaniensteneind (=van begin tot einde)
  26. Tilburgs: zèè de himmòl lôopes (=heb je dat hele eind gelopen)
  27. Brugs: tegenan tende (=ergens op het einde)
  28. Ostêns: Tis zoender ende (=Er komt geen einde aan)
  29. Zwevegems: tenn'n oas'm zin (=ten einde adem zijn)
  30. Veurns: tende ze Latien zien (=ten einde raad zijn)
  31. Eindhovens: Tis toch wa ! (=Dat is erg !)
  32. Texels: an het labbere end (=aan het eind van zijn latijn)
  33. Oudenbosch: da waar un mis mee driejere (=er kwam geen eind aan)
  34. Kortrijks: van ensentens (ens tot ens) (=helemaal, over het hele eind)
  35. Zeeuws: van essen tennen (=van het begin tot het einde)
  36. Sint-Niklaas: op den duur woare ze toch takkort (=eindelijk waren ze dan toch akkoord)
  37. Aarschots: Ha's geland (=Hij is eindelijk thuisgekomen (nadat hij ergens blijven hangen is))
  38. Luyksgestels: 't is 'nen hillen treej (=het is een heel eind lopen)
  39. West-Vlaams: Goa je nui feitelijk agauwe uien bek ouwen?? (=Wil je nu eindelijk zwijgen?)
  40. Amsterdams: Over je einde (=Geweldig)
  41. Zwevegems: J'e tenn'n (=Hij is ten einde raad.)
  42. Brakels: tstopt gelijk een mande zonder gat (=een nietszeggend einde (van film))
  43. Oudenbosch: tot de lèsteman de zak opgeve (=tot het einde blijven)
  44. Brakels: ij got nie lenge ne mir trek'n (=zijn einde is in zicht)
  45. Hulsters (NL): onslieveneer is wir mee zain sloren (=heb ik eindelijk ook eens geluk)
  46. Munsterbilzen - Minsters: kom ès aut zene zeek ! (=sta eindelijk eens op uit bed!)
  47. Waregems: goat ier agauw' edoan zijn !! (=zal het hier eindelijk eens ophouden !!)
  48. Westerkwartiers: d'r is 'n tied van komm'n en d'r is 'n tied van goan (=aan alles is een begin en een eind)
  49. Drents: Vrunden zit mekar niet in de buuse (=Geld lenen maakt een eind aan vriendschap)
  50. Westerkwartiers: 't venien zit em ien 'e steert (=aan het einde komt nog tegenslag)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen