Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `sterk`

  1. de natuur is sterker dan de leer. (=datgene at aangeleerd is wordt gauw vergeten)
  2. de sterke arm der wet (=met gepast geweld optredende overheidsorganisatie, bijvoorbeeld politie of justitie)
  3. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  4. een ketting is niet sterker dan de zwakste schakel (=het geheel is maar zo sterk als het zwakste onderdeel)
  5. het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen (=wie in weelde leeft moet oppassen om niet op het slechte pad te raken)
  6. men moet de snaren niet te sterk spannen (=je moet niet al te streng zijn, niet al te veel eisen)
  7. wie niet sterk is moet slim zijn. (=wie geen macht of invloed heeft moet zijn slimheid gebruiken om je doel te behalen)
  8. zo sterk als een paard (=oersterk)

17 betekenissen bevatten `sterk`

  1. De kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  2. mindere goden (=de wat minder sterke of slimme)
  3. in de grond boren (=een idee op vervelende wijze sterk afkeuren)
  4. een geloof dat bergen kan verzetten (=een sterk geloof)
  5. een ketting is niet sterker dan de zwakste schakel (=het geheel is maar zo sterk als het zwakste onderdeel)
  6. de sterkte van de ketting wordt bepaald door de zwakste schakel (=het geheel is niet sterker dan het zwakste onderdeel)
  7. semper crescendo (=in sterkte toenemend)
  8. zo sterk als een paard (=oersterk)
  9. het mes op de keel zetten (=onder sterke druk zetten)
  10. een reus op lemen voeten (=schijnbaar sterk maar in feite zwak)
  11. huizen op iemand kunnen bouwen (=sterk op iemand kunnen vertrouwen)
  12. uit iemands aangezicht gesneden zijn (=sterk op iemand lijken)
  13. aan de pimpel zijn (=sterkedrank drinken)
  14. stoom afblazen (=vertellen wat je sterk bezighoudt en opwindt)
  15. zij kwamen als bijen naar de honing (=ze kwamen met velen en sterk gemotiveerd)
  16. handen als kolenschoppen (=zeer grote, sterke handen)
  17. ruwe bolster blanke pit (=ziet er sterk uit, maar heeft een goed hart)

Het dialectenwoordenboek kent 43 spreekwoorden met `sterk`

  1. Kinrooi: 't sterkste trio is: leefdje, belove en doon! (=Het sterkste trio is: liefde, beloven en doen!)
  2. Aalsters: das zworen toebak (=dat is sterk)
  3. Kampers: buug trappen (=sterkte van ijs proberen)
  4. Zottegems: de luut en den beir (=de zwakke en de sterke)
  5. Hulsters (NL): das straf (=dat is sterk)
  6. Diesters: das straffen toebak (=dat is sterk)
  7. Brugs: jé vele maht (=hij is sterk)
  8. Epers: Hee hef pik in de mouwe (=Hij is erg sterk)
  9. Hams: azué een a dués datta gewurren es (=sterk verouderd zijn)
  10. Mestreechs: Dee is zoe sterrek es de Cascadeurs vaan Mestreech (=Dat is een sterke man)
  11. Veurns: è kloek'n bèèr (=een sterk man)
  12. Westerkwartiers: hij vaalt van 'e groat (=hij is sterk vermagerd)
  13. Mestreechs: unne umgedreide jas zien (=sterk van mening veranderen)
  14. Maas en waals: mu dunkt (=dat lijkt me sterk)
  15. Lokers: dès stravven toebak (=dat is een sterk verhaal)
  16. Sint-Niklaas: de boter is rengs (rangs) (=de boter is sterk)
  17. Brakels: maagte gelijk e pert (=heel sterk zijn)
  18. Veurns: vele bekieks èn (=sterk de aandacht trekken)
  19. Zeeuws: die joean ei vee duumkruud (=sterk in de handen)
  20. Westfries: Poestug manje (=sterke kleine man)
  21. Hams: It nog wa, da ge au was nie verliest (=Eet nog wat, zodat je groot en sterk wordt)
  22. Sint-Niklaas: die kaffie is echten brak (=die koffie is veel te sterk)
  23. Lebbeeks: faur: Da's zijne faur (=Daar is hij sterk in / Dat doet hij graag)
  24. Steins: Dat is ei sterk stök in ein ouw brook (=Dat is een ongeloofwaardig verhaal)
  25. Lauws: een sterke zulle (=een winstgevende zaak)
  26. Sint-Niklaas: iemand mè puitemacht (=iemand die niet zo sterk is)
  27. Mols: Amai m'n oër (=Dat is wel héél sterk)
  28. Munsterbilzen - Minsters: vanne sjiet nen donderslaog maoke (=sterk overdrijven)
  29. Twents: pik in de mouw hebn (=sterk zijn)
  30. Kerkdriels: die daar is sterk (of rijk) (=d'n dieje kan wel wa lije)
  31. Bilzers: ne sjaoszak és iemes dae mei verdient assen vroo kan opmaoke (=achter ieder succesvol man staat een sterke vrouw)
  32. Westerkwartiers: wel niet staark is moet slim weez'n (=wie niet sterk is moet slim zijn)
  33. Bilzers: ze kriëg e gezich zoe raud as n krik (=ze begon sterk te blozen)
  34. Munsterbilzen - Minsters: zieg mér daste gene dikke nak kraajgs (=het zijn alléén sterke benen die de weelde kunnen dragen)
  35. Munsterbilzen - Minsters: tstink nimei, mër treik nog sterk (='t ergste is voorbij)
  36. Westfries: Roik en sterk! (=Overmoedig door drankgebruik)
  37. Lichtervelds: eetend in zne kop, jeet nie in ze gat (=hij heeft een sterk karakter)
  38. Ninoofs: 't vier oojt a slasjen leupen (=zich sterk inzetten voor iets)
  39. Steins: Nog ei neutje pakke (=Nog een glaasje sterke drank nemen)
  40. Kaatsheuvels: witte wè ge doet, haauwdoe èige goêd, en ge vervat ut nog mer ies (=Weet je wat je doet, hou je sterk, en overdenk met nog maar eens)
  41. Munsterbilzen - Minsters: dae moet nog viël botterhemkes aete (=hij is bijlange nog niet sterk genoeg)
  42. Waregems: te(s) ne buuëm van ne veint, moar wa kort ovvezogd (=hij is wel sterk, maar niet zo groot)
  43. Evergems: De macht van 't folk doet den osse kibbm (= bevallen) (=Samen zijn we sterk)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen