Spreekwoorden met `RIn`

Zoek


81 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `RIn`

  1. achteRIn de fuik zit de paling (=je moet geduld hebben)
  2. al draagt een aap een gouden RIng, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
  3. als haRIngen in een ton zitten (=zich erg dicht op elkaar bevinden)
  4. bij scheRIng en inslag gebeuren (=erg vaak gebeuren)
  5. daar steekt meer in dan een enkele panhaRIng (=daar zit meer achter)
  6. daar wRIngt de schoen (=weten waar het probleem zit)
  7. dat gaat eRIn als klokspijs (=dat gaat er gemakkelijk in)
  8. dat is scheRIng en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  9. de dans ontspRIngen (=niet in het onheil betrokken worden)
  10. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wRIngt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
  11. de haRIng braadt hier niet (=het gaat niet zoals het zou moeten)
  12. de haRIng braden om de hom of kuit (=iets opofferen om een kleinigheid)
  13. de haRIng hangt aan zijn eigen kieuwen (=men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
  14. de haRIng over de kop varen (=het doel voorbijschieten)
  15. de haRIngvijver (=de Noordzee)
  16. de pRIns op het witte paard (=de man van je dromen)
  17. de pRIns spreken (=dronken zijn)
  18. de RIng van gyges hebben (=zich onzichtbaar kunnen maken)
  19. de sokken eRIn zetten (=hard weglopen)
  20. de spieRIng doet de kabeljauw afslaan (=veel slechte waar op de markt doet de prijzen van de goede waar dalen)
  21. de teRIng naar de neRIng zetten (=leven met de middelen die men heeft)
  22. de uitzondeRIng bevestigt de regel (=overal zijn er uitzonderingen)
  23. de vrucht der ervaRIng rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  24. die geboren is om te hangen, zal niet verdRInken. (=je kunt je lot niet ontlopen.)
  25. die haRIng braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken)
  26. die wijn dRInkt kweekt luizen. (=veel alcohol drinken maakt je arm)
  27. door merg en been gaan/dRIngen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  28. een Babylonische spraakverwarRIng (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
  29. een bliek (spieRIng) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
  30. een dag voor de pRIns. (=een verloren dag.)
  31. een gat in de lucht spRIngen (=ongeremd enthousiast zijn)
  32. een kRIng om de zon brengt water in de ton. (=een halo rond de zon voorspelt meestal regen)
  33. een kRIngetje dRInken. (=een borreltje drinken.)
  34. een spieRIng is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
  35. een spieRIng uitwerpen om een kabeljauw te vangen (=iets kleins aan een ander geven met de gedachte zelf iets groots terug te krijgen)
  36. een stuk in je kraag dRInken (=dronken worden)
  37. elk is een dief in zijn neRIng (=ieder zoekt zijn voordeel)
  38. er gaat een belletje RInkelen (=ik begin het te begrijpen)
  39. er haRIng of kuit van willen hebben (=precies willen weten hoe het in elkaar steekt)
  40. er verdRInken er meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen dood door het drinken van alcohol)
  41. eruit zien om door een RIngetje te halen (=er keurig uitzien)
  42. ervaRIng is de beste leermeester (=van datgene dat je zelf hebt meegemaakt leer je het meeste)
  43. eten en dRInken houdt lijf en ziel bijeen. (=eten en drinken blijven levensbehoeften.)
  44. eten en dRInken is geen beroep / ambacht. (=werken is noodzakelijk om te kunnen leven.)
  45. garnaal/spieRIng is ook vis als er anders niet is. (=wees tevreden met wat je kunt krijgen)
  46. geen haRIng zo mager of men braadt er vet uit. (=zelfs uit iets kleins of ogenschijnlijk onbelangrijks valt wel iets waardevols te halen.)
  47. halfjes en motregen dRIngen door. (=ook van kleine beetjes wordt je dronken)
  48. haRIng bij de vleet (=in overvloed. (Een `vleet` is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.))
  49. haRIng in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
  50. haRIng of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)

99 betekenissen bevatten `RIn`

  1. een groentje zijn (=(ook: Groen als gras zijn. ) Ergens nog geen ervaRIng mee hebben)
  2. aan de fep zijn (=(overmatig) dRInken)
  3. verandering van weide doet de koeien goed. (=afwisseling en verandeRIng positieve effecten kunnen hebben)
  4. gepokt en gemazeld zijn (=al veel ervaRIng hebben)
  5. het leven is meer dan eten en drinken. (=alleen eten en dRInken vult geen leven.)
  6. alles door het halsgat jagen (=alles opmaken aan eten en dRInken)
  7. als het hek van de dam is lopen de varkens in het koren (=als er geen toezicht is spRIngen kinderen of ondergeschikten uit de band)
  8. er is geen ijs of het kost mensenvleis (=als er ijs op de sloten en vijvers ligt, verdRInken er altijd mensen)
  9. als de kan vol is, loopt zij over. (=als je te veel dRInkt komt het er weer uit)
  10. van je buik een afgod maken (=belang hechten aan lekker eten en dRInken)
  11. boter bij de vis (=betaling bij de leveRIng)
  12. door merg en been gaan/dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordRIngend zijn)
  13. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaRIng))
  14. het sluit als een bus (=de beredeneRIng klopt)
  15. er de wind onder hebben (=de schrik eRIn hebben zitten bij ondergeschikten)
  16. in de lift zitten (=de situatie waaRIn het zit wordt beter)
  17. op til zijn (=dingen zijn op dit moment gaande (met name verandeRIngen))
  18. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redeneRIng een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  19. tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd worden heRInneRIngen zwakker en de erge dingen minder erg)
  20. tijd slijt (=door het verloop van tijd worden heRInneRIngen zwakker en de erge dingen minder erg)
  21. als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan (=drank verdRIngt gezond verstand)
  22. de kan aanspreken (=dRInken)
  23. redenering van Jan Kalebas (=dwaze onlogische redeneRIng)
  24. op de lappen (=een beetje opgeknapt - op stap om te dRInken)
  25. iets aan het handje hebben (=een beetje verkeRIng hebben)
  26. een kringetje drinken. (=een borreltje dRInken.)
  27. een Uriasbrief (=een brief waaRIn een verschrikkelijk bericht staat)
  28. brandende kwestie (=een dRIngende, actuele zaak)
  29. een klein lek doet een groot schip zinken (=een geRInge onachtzaamheid kan tot grote schade leiden)
  30. een loden pijp hebben (=een hete vloeistof snel kunnen opdRInken)
  31. iets in je vaandel schrijven. (=een pRIncipe waar je je per se aan vast wilt houden)
  32. op dood spoor zitten (=een situatie waaRIn er geen vooruitgang of hoop is)
  33. een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdRIngen)
  34. er verdrinken er meer in het glas dan in de zee (=er gaan veel mensen dood door het dRInken van alcohol)
  35. er zijn hoed voor afnemen (=er voor in bewondeRIng staan)
  36. zuipen als een ketter (=erg veel (alcoholische drank) dRInken)
  37. iets in de vingers hebben (=ergens ervaRIng en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden)
  38. eten en drinken houdt lijf en ziel bijeen. (=eten en dRInken blijven levensbehoeften.)
  39. altijd de oude knecht blijven (=geen vordeRIngen maken (ook geen achteruitgang))
  40. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdRInkt)
  41. een goede dam leggen. (=goed eten (voor het dRInken van alcohol))
  42. je zegel aan iets hechten (=goedkeuRIng of toestemming ergens aan geven)
  43. je natje en je droogje lusten (=graag eten en dRInken)
  44. iemand op handen dragen (=grote bewondeRIng hebben voor iemand)
  45. haring in het land, dokter aan de kant (=haRIng eten is zeer gezond; haRIng is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
  46. het gaat van sassenbloed (=het gaat met grote opoffeRIngen gepaard)
  47. het glaasje op zijn kant zetten (=het glas uitdRInken)
  48. het vaatje op zijn kant zetten (=het vat leegmaken (uitdRInken))
  49. de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffeRIng ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
  50. de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaRIngen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)

Eén dialectgezegde bevat `RIn`

  1. de RIn voalt lik schitte ut de lucht (=Het regent pijpestelen) (West-Vlaams)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen