Spreekwoorden met `Etje`

Zoek

46 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Etje`

  1. aan alle kapellEtjes aanleggen (=alle cafés onderweg bezoeken)
  2. alle beEtjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
  3. alles mallEtje naar mallEtje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen)
  4. aprillEtje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed (=in het begin (de hoed) van april kan het nog wel eens sneeuwen)
  5. bij het wallEtje langs (=op het nippertje, zuinig)
  6. de bloemEtjes buiten zetten (=uitbundig vieren)
  7. een bitter beEtje (=een klein beetje)
  8. een kringEtje drinken. (=een borreltje drinken.)
  9. een lullEtje rozenwater (=een weinig dynamisch persoon)
  10. een onzevader bidden in alle kapellEtjes (=in alle cafés langsgaan)
  11. een pannEtje lusten (=een borrel lusten)
  12. een PiEtje precies (=iemand die de dingen altijd heel precies wil doen)
  13. een proefballonnEtje oplaten (=door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
  14. een wit voEtje halen (=een goede indruk maken bij de leider(s))
  15. een zweEtje op iets halen (=zich ergens fel voor inspannen)
  16. er een ballEtje over opgooien (=er voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  17. er een melkkoEtje aan hebben (=er veel voordeel uit kunnen halen)
  18. er gaat een bellEtje rinkelen (=ik begin het te begrijpen)
  19. er geen tekeningEtje bij moeten maken (=het is overduidelijk)
  20. eruit zien om door een ringEtje te halen (=er keurig uitzien)
  21. eten is een goed begin: het ene beEtje brengt het ander in. (=letterlijke betekenis.)
  22. hem van jEtje/katoen geven (=er vaart achter zetten)
  23. het dunnEtjes overdoen (=het nog een keertje op dezelfde manier herdoen)
  24. het gaat zo zijn gangEtje (=het verloopt rustig, zonder ups en downs)
  25. het is knudde met een riEtje (=het is triestig / het lijkt nergens op)
  26. het loopt op rollEtjes (=alles gaat als vanzelf)
  27. het ringEtje van de deur kussen (=onderdanig / beleefd zijn voorbij geloofwaardigheid)
  28. het zonnEtje in huis (=iemand die zorgt voor een goede, opgeruimde sfeer)
  29. iemand in het zonnEtje zetten (=iemand op positieve wijze aandacht geven, iemand eer bewijzen)
  30. iets mannEtje voor mannEtje doen (=iets strikt volgens plan uitvoeren)
  31. je koEtjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
  32. je mannEtje kunnen staan (=zich goed kunnen verdedigen)
  33. je rollEtje laten aflopen (=volop genieten)
  34. laten we elkaar geen miEtje noemen (=laten we precies zeggen hoe we denken over de ander)
  35. mallEtje naar mallEtje (=op precies dezelfde wijze herhaald)
  36. om door een ringEtje te halen (=keurig netjes)
  37. op het glazen bruggEtje geweest zijn (=in doodsgevaar zijn geweest, op het nippertje ontsnappen)
  38. over koEtjes en kalfjes praten (=over allerlei onbelangrijke dingen praten)
  39. pEtje af (=respect betonen voor hoe iemand iets voor elkaar gekregen heeft)
  40. PiEtje de dood maait altijd. (=doodgaan is onvermijdelijk)
  41. poppEtje gezien kastje dicht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)
  42. stommEtje spelen (=niets willen zeggen)
  43. van twee wallEtjes eten (=van verschillende kanten voordeel behalen (negatief))
  44. voor iemand of iets zijn pEtje afnemen (=ergens respect voor hebben)
  45. ze is zo plat als een botje (schollEtje) (=ze heeft bijna geen borsten)
  46. zo mak als een lammEtje (=heel gedwee zijn)

36 betekenissen bevatten `Etje`

  1. alle baat helpt zei de schipper, en hij blies in het zeil (=alle beEtjes helpen)
  2. een oortje gespaard is een oortje gewonnen. (=alle beEtjes helpen als je spaart.)
  3. zonder geluk vaart niemand wel (=alleen met hard werken komt men er niet, ook een beEtje geluk is nodig om ergens te komen)
  4. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beEtje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  5. als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een beEtje helpt, wil diegene altijd je hulp)
  6. die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannEtje schijnt niet te lukken)
  7. dat kan ik wel in mijn holle kies stoppen (=dat is wel een heel klein beEtje)
  8. jut en jul (=een apart of raar stellEtje)
  9. op de lappen (=een beEtje opgeknapt - op stap om te drinken)
  10. iets aan het handje hebben (=een beEtje verkering hebben)
  11. zand schuurt de maag (=een beEtje zand eten is niet erg (meer algemeen: stel je niet aan!))
  12. een bitter beetje (=een klein beEtje)
  13. altijd brood eten verdriet ook. (=een mens wil ook eens een verzEtje.)
  14. met de nachtschuit vertrekken (=er erg stillEtjes vandoor gaan)
  15. `m piepen (=er stillEtjes vandoor gaan)
  16. beter laat dan nooit (=het is beter dat iets een beEtje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  17. de Benjamin zijn (=het lievelingEtje zijn)
  18. er loopt bij hem een streep door (=hij is een beEtje gek)
  19. het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beEtje buiten de familie staat qua gedrag)
  20. er je eigen plasje overheen doen (=iets een beEtje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  21. om door een ringetje te halen (=keurig nEtjes)
  22. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beEtje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  23. kleine houwen vellen grote eiken. (=met veel kleine beEtjes kun je veel bereiken)
  24. binnen de lijntjes kleuren (=nEtjes handelen, niets doen wat niet mag)
  25. niet goed bij zijn positieven zijn (=niet op zijn gemak zijn, een beEtje ziek zijn)
  26. halfjes en motregen dringen door. (=ook van kleine beEtjes wordt je dronken)
  27. op kousenvoeten (=stillEtjes, ongemerkt)
  28. in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein beEtje verstand om baas te zijn)
  29. klein gewin brengt rijkdom in. (=van kleine beEtjes komt ook welvaart)
  30. strenge heren regeren niet lang (=wanneer een baas niet een beEtje soepel is wordt het voor hem erg moeilijk)
  31. het eerste gewin is kattengespin (=wie het eerste spellEtje wint, verliest soms alle volgende spellEtjes)
  32. iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingEtjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
  33. ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingEtjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
  34. een krul meer in zijn staart hebben dan een gewoon mens (=zich een beEtje aanstellen)
  35. zoals het raait en draait (=zoals het zijn gangEtje gaat)
  36. zoals het reilt en zeilt (=zoals het zijn gangEtje gaat)

Eén dialectgezegde bevat `Etje`

  1. Etje vuul (=bah, vuil) (Veurns)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen