970 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `zi`
- geen hand voor ogen zien (=zich in totale duisternis (of dichte mist) bevinden)
- geen heilige zo klein of hij wil zijn kaarsje hebben. (=mensen vertellen graag wat voor goeds ze hebben gedaan)
- geen hoogvlieger zijn (=weinig talent hebben)
- geen knip voor de neus waard zijn (=zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben)
- geen koe zo zwart of er zit wel een vlekje aan. (=niemand is perfect.)
- geen man over boord zijn (=iets is niet zo erg, het had veel erger gekund)
- geen mens is zijn eigen maker. (=beoordeel iemand niet om hun uiterlijk.)
- geen nagel hebben om zijn gat te krabben (=heel erg arm zijn)
- geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
- geen turf hoog zijn (=erg klein zijn, erg teleurgesteld zijn)
- geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
- geen water te diep zijn (=nergens bang voor zijn, alles durven)
- geen zier (=niets)
- geen zitvlees hebben (=ongedurig zijn - steeds weer opstaan en rondlopen)
- geen zo kleine sant of hij wil zijn kaars hebben (=ook de mindere machten moet men gunstig stemmen)
- geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
- gegeven brokken zijn gauw gegeten. (=weldadigheid gaat meestal niet ver.)
- geheel oog zijn (=heel goed opletten)
- geheel oor zijn (=heel goed opletten - goed luisteren)
- gehuisd en gehoofd zijn (=gegoede burger zijn)
- gekroesd haar, gekroesde zinnen (=vreemdelingen hebben andere zeden en gewoonten)
- gekruld haar, gekrulde zinnen (=vreemdelingen hebben andere zeden en gewoonten)
- gepokt en gemazeld zijn (=al veel ervaring hebben)
- geramd zitten (=in een gunstige positie verkeren)
- getroffen zijn door (=wat je bijzondere gevoelens geeft, geraakt zijn door)
- getrouwd zijn over de puthaak (=onwettig samenwonen)
- gezien mogen worden (=er goed uitzien)
- gezien worden als een rotte appel/kool bij een fruitvrouw/groenvrouw (=er niet erg welkom zijn)
- goed bij de tijd zijn (=snugger)
- goed gemutst zijn (=opgewekt zijn, in een goede, vrolijke bui zijn)
- goed in de slappe was zitten (=veel geld hebben)
- goed zijn woord kunnen doen (=een vlotte prater zijn)
- goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
- gouden appels op zilveren schalen (=iets is erg prachtig/goed/verstandig (verwoord))
- grijze haren zijn kerkhofsbloemen (=als je grijze haren krijgt, ben je niet zo ver van het kerkhof)
- groen zien van jaloezie (=heel jaloers zijn)
- hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)
- heel wat in zijn mandje hebben (=veel geleerd hebben, veel weten)
- heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))
- helemaal van slag zijn (=in de war zijn)
- het aan zijn water voelen (=het instinctief aanvoelen)
- het achterste van je tong (niet) laten zien (=zich (niet) meteen laten kennen; (n)iets verbergen)
- het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
- het daglicht niet kunnen verdragen/zien (=iets wordt stiekem of oneerlijk gedaan)
- het dunkt elke uil dat zijn jong een valke is. (=iedereen is trots op zijn kinderen)
- het ei wil wijzer zijn dan de kip (=kinderen willen wijzer zijn dan de ouders)
- het er niet bij laten zitten (=niet opgeven)
- het gaat aan zijn neus voorbij (=hij loopt iets mis)
- het gaat zo zijn gangetje (=het verloopt rustig, zonder ups en downs)
- het gelaat is de spiegel der ziel. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
1331 betekenissen bevatten `zi`
- op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
- je de ogen uit het hoofd schamen (=erg beschaamd zijn)
- in de wolken zijn (=erg blij en gelukkig zijn)
- in zijn nopjes zijn (=erg blij ergens mee zijn)
- een heilig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
- een brave Hendrik zijn (=erg braaf zijn of zich zo voordoen)
- zo brutaal als de beul zijn (=erg brutaal zijn)
- geen a voor een b kennen (=erg dom zijn)
- van voren niet weten dat je van achteren leeft (=erg dom zijn)
- tot geen drie kunnen tellen (=erg dom zijn)
- van voren niet weten of men van achteren leeft (=erg dom zijn / erg ziek zijn)
- van pomp noch pompstang weten (=erg dom zijn, weinig weten)
- zo bezig als een bij (=erg druk bezig zijn)
- gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
- luisteren als een vink (=erg gehoorzaam zijn)
- de pee in hebben (=erg gehumeurd zijn)
- huizenhoog springen (=erg gelukkig zijn)
- op rozen zitten (=erg gelukkig zijn en goed hebben)
- een oortje in vieren zouden bijten (=erg gierig zijn)
- op dreef zijn (=erg goed actief zijn)
- beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
- van zessen klaar (=erg handig zijn en van aanpakken weten)
- geen turf hoog zijn (=erg klein zijn, erg teleurgesteld zijn)
- zo kwaad als een spin zijn (=erg kwaad zijn)
- iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iemand / Een erge hekel hebben aan iemand)
- om van te kotsen (=erg lelijk, absoluut onplezierig)
- luisteren naar groeien van het gras (=erg lui zijn)
- varkensvlees onder de armen hebben (=erg lui zijn)
- je botten kunnen tellen (=erg mager zijn)
- vel over been zijn (=erg mager zijn)
- je geradbraakt voelen (=erg moe zijn en diverse pijnen hebben)
- iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
- een harde nek hebben (=erg onbuigzaam zijn)
- met twee linkerhanden geboren zijn (=erg onhandig zijn)
- rust noch duur hebben (=erg onrustig zijn)
- in vuur en vlam staan (=erg opgewonden zijn / hevig branden)
- van voor de zondvloed zijn (=erg oud zijn)
- met Noach in de ark geweest zijn (=erg oud(erwets) en uit de mode zijn)
- door de ziel gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
- uit de kluiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
- in zijn sas zijn (=erg tevreden met iets zijn of plezier met iets hebben)
- als een slak op een teerton (=erg traag zijn)
- er prat op gaan (=erg trots over iets zijn en er over opscheppen)
- het hart hoog dragen (=erg trots zijn)
- ogen op steeltjes hebben (=erg verbaasd zijn)
- grote ogen opzetten (=erg verbaasd zijn)
- de wijsheid in pacht hebben (=erg verstandig zijn of althans doen alsof)
- het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
- aan de leiband lopen (=erg volgzaam zijn)
- bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen