Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kleren`

  1. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  2. dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zich niet voor interesseren)
  3. de kleren maken de man (=iemands kleding bepaalt het aanzien dat hij krijgt)
  4. de noppen van de kleren houden (=onkosten met zich meebrengen)
  5. een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  6. iets langs je (koude) kleren af laten glijden (=ergens niets van aan trekken)
  7. kinderen zijn een zegen des heren maar zij houden de noppen van de kleren (=kinderen opvoeden kost veel geld)

3 betekenissen bevatten `kleren`

  1. iemand uit de loog borstelen (=hem nieuwe kleren geven)
  2. iemand bij de kladden grijpen (=iemand bij zijn kleren grijpen)
  3. in adamskostuum (=naakt, zonder kleren)

Het dialectenwoordenboek kent 15 spreekwoorden met `kleren`

  1. Genneps: Den zóndag ânhèbbe (=De beste kleren aanhebben)
  2. Westfries: je benne raar in de dos (=vreemd in de kleren)
  3. Liedekerks: IJ's op zijn zondous (=Hij heeft zijn mooiste kleren aan.)
  4. Munsterbilzen - Minsters: de konster mekans sop van koeëke (=je kleren zijn nogal vuil !)
  5. Groesbeeks: gej het un vies kleed on (=wat heb je mooie kleren)
  6. Oudenbosch: das ne schaoilukke mee z n goed (=zijn kleren verslijten heel vlug)
  7. Oudenbosch: ge gin broek mir aon oew koont (=wat ben je slordig met je kleren)
  8. Oudenbosch: daor lee nog ne baarig goed om te worre opgeruimd (=al die kleren moeten nog in de kast)
  9. Tilburgs: meej de Paose zè-me ammòl in-t nuut (=met Pasen hebben we allemaal nieuwe kleren aan)
  10. Diems: de soeter drif ow oaver de ves (=je heb geknoeit met sap op jouw kleren)
  11. Bilzers: van boëve blinke, mer vanonder stinke (=mooie kleren maken de man niet)
  12. Munsterbilzen - Minsters: doette drapperieë mèr tau wan ich viel mich gezjeniërd èn mene blaute (=doe de gordijnen maar dicht, ik voel me onprettig zonder kleren aan)
  13. Antwerps: De kliere maoke de vengt (=De kleren maken de man)
  14. Westfries: verskòondersgoed, opknappersgoed (=schone kleren voor na het werk)
  15. Lebbeeks: nief: We zéll'n a volledeg in 't nief steken (=We zullen je volledig nieuwe kleren kopen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen