Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

7 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pakken`

  1. averechts uitpakken (=helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken)
  2. bij de pakken neerzitten (=geen oplossing meer zoeken, niet meer verder doen)
  3. de biezen pakken (=vertrekken (de biezen zijn een dubbele mand van vlechtwerk, gebruikt als koffer))
  4. geen katje om zonder handschoenen aan te pakken (=geen gemakkelijk persoon)
  5. iemand bij de lurven pakken (=iemand stevig vastpakken)
  6. iemand die behoorlijk kan uitpakken (=iemand die ongeremd zijn toorn kan uiten)
  7. te vies om met een tang aan te pakken (=heel vies en smerig)

36 betekenissen bevatten `pakken`

  1. de handen uit de mouwen steken (=aan de slag gaan en aanpakken)
  2. de leer veroordelen maar de leraar sparen (=de wortel van het probleem niet aanpakken)
  3. de ossen achter de ploeg spannen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  4. Het paard achter de wagen spannen. (=De zaak verkeerd aanpakken)
  5. de paarden achter de wagen spannen (=de zaak verkeerd aanpakken)
  6. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  7. zo glad als boter (=erg glad - moeilijk te pakken te krijgen)
  8. van zessen klaar (=erg handig zijn en van aanpakken weten)
  9. bot vangen (=ernaast pakken, het niet krijgen)
  10. dweilen met de kraan open (=geen kans op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken)
  11. van wanten weten (=goed weten hoe men iets moet aanpakken)
  12. een goede beurt geven (=grondig reinigen, grondig aanpakken)
  13. averechts uitpakken (=helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken)
  14. het over een andere boeg gooien (=het anders aanpakken)
  15. uit een ander vaatje tappen (=het anders aanpakken)
  16. er met de grove bijl in hakken (=het brutaal aanpakken)
  17. het touw wat vieren (=het iets minder streng aanpakken)
  18. zijn verstand gebruiken (=het verstandig aanpakken)
  19. de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
  20. iemand op de hielen zitten (=iemand bijna te pakken hebben)
  21. iemand onder handen nemen (=iemand flink aanpakken / mishandelen)
  22. iemand bij de lurven pakken (=iemand stevig vastpakken)
  23. het paard achter de wagen spannen (=iets nutteloos doen of verkeerd aanpakken)
  24. met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan)
  25. het op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
  26. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  27. op het vinkentouw zitten (=ongeduldig afwachten om iets te pakken te krijgen)
  28. op een andere leest schoeien (=op een andere manier aanpakken)
  29. de steven wenden (=op een andere manier de dingen gaan aanpakken)
  30. het staat geschreven en gedrukt je moet krabben waar het jeukt (=problemen bij de bron aanpakken)
  31. iemand de pen op de neus zetten (=streng ondervragen of aanpakken)
  32. aan de haak slaan (=te pakken krijgen)
  33. bij de kladden krijgen (=te pakken krijgen)
  34. zich de kaas niet van het brood laten eten (=zich de voordelen niet zomaar laten afpakken)
  35. kip, ik heb je (=ziezo, dat is gelukt / ik heb je te pakken!)
  36. aan je palen trekken (=zonder mededeling inpakken en wegwezen)

Het dialectenwoordenboek kent 47 spreekwoorden met `pakken`

  1. Merenaars: ba zenne skabbernak pakken (=bij zijn kraag pakken)
  2. Munsterbilzen - Minsters: met zene koljee sjare (=met zijn nekvel pakken)
  3. Munsterbilzen - Minsters: mèt zen libbere pakke (=met zen vel pakken)
  4. Tilburgs: haj oe ? (=had hij je te pakken ?)
  5. Zeeuws: kpakke je bie je kladden oor (=pakken)
  6. Arendonks: z'èmmeh nem bèh z'n kladdeh (=men heeft hem te pakken)
  7. Munsterbilzen - Minsters: zoe vèttëg as spek (=niet om zonder handschoenen aan te pakken)
  8. Oudenbosch: ge mottum wa zout op z ne steert le-ge (=zie hem te pakken te krijgen)
  9. Munsterbilzen - Minsters: sjèt nog mèr ès vol, t moes ès te lèste zin (=die pakken we nog mee)
  10. Betuws: gezai nog nie meej un riek te voeiere (=geen katje om zonder handschoenen aan te pakken)
  11. Twents: hee hef 't vuur 't gat vuur (=hij heeft het te pakken (een griepje of zo))
  12. Tilburgs: we zun um us un ôor ònnaaje. (=we zullen hem eens te pakken nemen)
  13. Munsterbilzen - Minsters: daaj ès nie van gistere (=ze is geen kat om zonder handschoenen aan te pakken)
  14. Graauws: je biezen pakken (=er vandoor gaan)
  15. Erps: ne post pakken (=een erge val maken)
  16. Westerkwartiers: hij wiet niet uut welke hoek de wiend waait (=hij weet niet hoe hij het aan moet pakken)
  17. Sint-Niklaas: iets pakken da stopachtig is (=iets innemen tegen de diarreé)
  18. West-Vlaams: je dient nie voe zwijnejoengen te pakken (=ferme o benen)
  19. Herns (Herne, VL-B): ak goen ze es pakken van vanachter (=op u vrouwen zitten)
  20. Mols: meejwe kallee pakken (=met je nekvel pakken)
  21. Buggenhouts: iemand bei zeine schabbernak pakken (=iemand bij zijn nekvel pakken)
  22. Munsterbilzen - Minsters: iemed snoere (=iemand pakken of hebben liggen)
  23. Munsterbilzen - Minsters: m (=met zijn nek pakken)
  24. Ronsisch: Iemand aan ziene collei schieren (=Iemand te pakken krijgen)
  25. Bilzers: met zene gieles schare (=met je lijf pakken)
  26. Westerkwartiers: host is nog niet haalf (=bijna te pakken, niets gevangen)
  27. Zaltbommels: nou he'k oe tuk (=nu heb ik jouw te pakken)
  28. Mestreechs: iemes in zien kebensje griepe (=iemand in de kraag vatten/pakken)
  29. Boakels: iemes op de lut hebben (ook: iemes kulle) (=iemand te pakken hebben)
  30. West-Vlaams: bie ze pietje pakken (=beetnemen)
  31. Munsterbilzen - Minsters: mèt de êrm èn de loch ston (=bij de pakken neerzitten)
  32. Westerkwartiers: da's 'n hiet hangiezer (=dat is moeilijk aan te pakken)
  33. Munsterbilzen - Minsters: terdiëvel zit oppem (=de makral heeft hem te pakken)
  34. Waregems: ie ee em te skèrn, / te stekn (=hij heeft hem te pakken)
  35. Gronings: nait soezen, moar doun / nait soezen, deurbroezen (=niet bij de pakken neerzitten)
  36. Munsterbilzen - Minsters: das e zwaur geval (=het is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken)
  37. Bilzers: dê hét de bibberebitsjes op ze lijf (=man, heeft die de schrik te pakken)
  38. Kaatsheuvels: hij hej ne klets te pakken (=hij is verkouden)
  39. Sint-Niklaas: zèn èm bé zènne schreper, ei eent ô zè zeel (=ze hebben hem liggen (te pakken))
  40. Tilburgs: had hij je te pakken (=haj oe)
  41. Veurns: etwien bie ze pietje pakken (=Iemand foppen, beetnemen)
  42. Oudenbosch: hij is te \ (=een zeer smerig iemand)
  43. Lokers: Iemand bij zijnen schavvernak pakken (=Iemand bij de lurven vatten)
  44. Sint-Niklaas: die is mè geen tang vast te pakken (=vuile, vieze, onverzorgde mens)
  45. Liedekerks: zen biezen pakken , zen skip afkosjken (=zich uit de voeten maken)
  46. Rotterdams: Ik zal je bij je kladden pakken (=Ik zal je eens te grazen nemen)
  47. Budels: un wis mugde pakken weo ze is mer gen gert want die is mier wejert (=een twijg mag je nemen waar ze is maar geen stok want die heeft meer waarde)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen