Spreekwoorden met `el`

Zoek


1052 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `el`

  1. een voet in de stijgbeugel hebben (=uitzicht hebben op bevordering)
  2. een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat gegeten. (=wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
  3. een vogel in de auto rijden (=elk geval kan overal mee leven)
  4. een vogel kent men aan zijn veren (=het uitwendige zegt ook iets over de aard, het karakter)
  5. een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan worden)
  6. een vogel zingt zowel van armoe als van weelde. (=je kan positief zijn onder alle omstandigheden)
  7. een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken (=mensen veranderen zelden echt)
  8. een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  9. een vreemdeling in Kanaän zijn (=weinig weten over het besproken onderwerp)
  10. een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
  11. een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  12. een zware wissel trekken (=erg veel eisen)
  13. eerste viool willen spelen (=de meest prominente taak willen vervullen, bijvoorbeeld als leider of woordvoerder van de groep)
  14. eieren voor je geld kiezen (=met minder genoegen nemen dan men eerder wilde)
  15. elk hart heeft zijn smart. (=iedereen heeft zijn eigen zorgen om iets)
  16. elk heeft genoeg in eigen tuin te wieden. (=bekritiseer geen anderen als je zelf niet perfect bent)
  17. elk huisje heeft z`n kruisje (=ieder gezin heeft eigen zorgen en problemen)
  18. elk is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
  19. elk meent zijn uil een valk te zijn (=ieder denkt het beste over de eigen prestaties)
  20. elk schot is geen eendvogel (=niet iedere poging of alles wat je doet is succesvol)
  21. elk vogeltje zingt zoals het gebekt is (=ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard en opvattingen bepaald worden)
  22. elk waarom heeft zijn daarom (=elke gebeurtenis heeft een oorzaak)
  23. elk ziet door zijn eigen bril (=ieder ziet het op zijn eigen manier)
  24. elk zijn meug, zei de boer en hij at paardenkeutels in plaats van vijgen. (=boeren zijn koppige mensen die hun eigen zin doen)
  25. elkaar bij de neus nemen (=elkaar voor de gek houden)
  26. elkaar de bal toespelen (=elkaar voordeeltjes bezorgen)
  27. elkaar een hand kunnen geven (=zich in een vergelijkbare situatie bevinden)
  28. elkaar in de haren vliegen (=ruzie maken)
  29. elkaar vliegen afvangen (=op onbeduidende details elkaar beconcurreren dan wel duidelijk willen laten uitkomen dat men zelf gelijk heeft en de ander niet)
  30. elke bos stro waait voor de wind (=onder makkelijke omstandigheden kan iedereen welvaren of iets uitvoeren)
  31. elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar (=als je iedere dag een beetje doet komt het karwei uiteindelijk klaar)
  32. elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=men moet zich niet zorgen maken over de toekomst)
  33. elke gek heeft zijn gebrek (=er valt op iedereen wel iets aan te merken)
  34. elke ketter heeft zijn letter (=ieder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden)
  35. elke medaille heeft een keerzijde (=iets van twee kanten bekijken, aan iedere zaak zitten twee kanten, vaak een positieve en minder positieve kant)
  36. ellebogenwerk (=succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken)
  37. er blijft veel aan maat en strijkstok hangen (=lang niet alles komt op zijn plaats terecht)
  38. er de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
  39. er de handen voor op elkaar krijgen (=er steun (applaus) voor krijgen)
  40. er een hele kluif aan hebben (=er een heel probleem aan hebben)
  41. er een lelijke pijp aan roken (=er veel schade van ondervinden)
  42. er een melkkoetje aan hebben (=er veel voordeel uit kunnen halen)
  43. er gaan veel makke schapen in een hok (=met inschikkelijke mensen is meer mogelijk)
  44. er gaat een belletje rinkelen (=ik begin het te begrijpen)
  45. er geen spaan van geloven (=niets ervan geloven)
  46. er geen spaan van heel laten (=iets compleet vernielen)
  47. er geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  48. er geen tittel of jota van afweten (=er helemaal geen kennis van hebben)
  49. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
  50. er is meer gelijk dan eigen gelijk (=de mening van anderen telt ook)

2012 betekenissen bevatten `el`

  1. in de papieren lopen (=duur uitkomen, veel geld kosten)
  2. de gekken krijgen de kaart (=dwaze en onverstandige mensen krijgen hun gelijk of ze dat hebben of niet)
  3. een boterham met tevredenheid (=een (droge) boterham (zonder beleg))
  4. moeten kiezen of delen (=een (vervelende) keus moeten maken)
  5. een koperen bruiloft (=een 12½-jarig huwelijk)
  6. leven als een god in Frankrijk (=een aangenaam en zorgeloos leven hebben)
  7. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  8. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  9. jut en jul (=een apart of raar stelletje)
  10. zand schuurt de maag (=een beetje zand eten is niet erg (meer algemeen: stel je niet aan!))
  11. een (modder)figuur slaan (=een belachelijke of domme indruk maken)
  12. het beste paard van stal vergeten. (=een belangrijk persoon over het hoofd zien)
  13. een eed met boter bezegeld. (=een belofte zonder echte intentie om de belofte na te komen)
  14. de knoop doorhakken (=een beslissing forceren. (Afgeleid van het verhaal van de Gordiaanse knoop))
  15. een aangeklede aap (=een bespottelijk iemand)
  16. iets in één adem uitlezen (=een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt)
  17. boeren en varkens worden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellicht geen reden toe)
  18. een natte deken (=een borrel)
  19. een pannetje lusten (=een borrel lusten)
  20. een kringetje drinken. (=een borreltje drinken.)
  21. een slaapmutsje nemen (=een borreltje nemen voor het slapen gaan)
  22. een Uriasbrief (=een brief waarin een verschrikkelijk bericht staat)
  23. een doos van Pandora zijn (=een bron van problemen, ellende, ziekte en misère zijn)
  24. een Frans compliment. (=een compliment wat niet zo oprecht of positief is als het aanvankelijk leek)
  25. het laken door het oog van de schaar halen. (=een deel voor jezelf houden.)
  26. een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
  27. een te grote broek aantrekken (=een doel stellen waarvoor je niet de benodigde middelen hebt)
  28. brandende kwestie (=een dringende, actuele zaak)
  29. dat is opgelegd pandoer (=een duidelijke van te voren afgesproken zaak)
  30. de ene pijl de andere nazenden (=een dwaze of nutteloze daad herhalen)
  31. goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
  32. een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
  33. een straatje zonder eind (=een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt)
  34. een keel als schuurpapier hebben (=een erg droge keel (keelpijn) hebben)
  35. de mier aan iets/iemand hebben (=een erge hekel hebben)
  36. tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
  37. twee zotten onder één kaproen (=een gek is zelden alleen)
  38. je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  39. een dijk van een baan (=een geweldige baan)
  40. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  41. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  42. een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  43. goede naam is beter dan goede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld)
  44. het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
  45. een bok schieten (=een grote fout begaan of zich lelijk vergissen)
  46. stukken maken (=een grote indruk maken , veel kapot maken)
  47. grote parade en klein garnizoen (=een grote vertoning maar niet veel zaaks)
  48. eet vis, als er vis is. (=een gunstige gelegenheid moet men niet ongebruikt laten voorbijgaan.)
  49. een kring om de zon brengt water in de ton. (=een halo rond de zon voorspelt meestal regen)
  50. branden als een (tiere)lier (=een heel erg hevige brand)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen