165 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Lu`
- je hebt Luxe paarden en werkpaarden (=niet iedereen heeft dezelfde positie, de een moet harder of zwaarder werken dan de ander)
- je hebt Luxe paarden en werkpaarden. (=je hebt rijke en arme mensen)
- je kunt van een kale kikker geen veren pLukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
- je natje en je droogje Lusten (=graag eten en drinken)
- je ogen voor iets sLuiten (=doen alsof iets er niet is)
- je oor te Luisteren leggen (=informeren)
- je sLuis openzetten (=een grote mond zetten)
- kastelen in de Lucht bouwen (=zich illusies maken)
- liever brood in de zak, dan een pLuim op de hoed (=van eer kan men niet leven)
- liever Lui dan moe (=liever niet werken, het liever aan anderen overlaten)
- Luchtkastelen bouwen (=zich illusies maken)
- Luisteren als een vink (=erg gehoorzaam zijn)
- Luisteren naar groeien van het gras (=erg lui zijn)
- Lust je nog peultjes (=wat zeg je me daarvan!)
- magere Luizen bijten scherp (=met de armsten heb je de meeste last)
- meer geLuk dan wijsheid. (=dat was geluk hebben.)
- men heeft het geLuk zo vast als een handvol vliegen. (=geluk komt onverwachts en kan zo weer gaan)
- met een kLuitje in het riet sturen (=iemand met veel woorden niet veel wijzer maken)
- naar het lek Luisteren (=niets doen)
- niet pLuis zijn (=iets is er niet in orde)
- niet volgens Lucas. (=niet controleren of iets wel klopt)
- of je worst Lust! (=antwoord als iemand `Wat?!` zegt)
- om een Luchtje gaan (=dood gaan)
- onder een geLukkig gesternte geboren zijn (=altijd voorspoed hebben en gelukkig zijn)
- ongeLuk komt zelden alleen (=een tegenslag wordt vaak gevolgd door nog meer problemen)
- ongeLukkig in het spel geLukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
- op een kLuitje (=dicht bij elkaar)
- op fLuweel zitten (=het erg goed en gemakkelijk hebben)
- op je boerenfLuitjes (=slordig)
- op je Luimen/Luipen (=op de loer)
- pLuimen in de wind waaien (=iets doen zonder na te denken)
- pLuk de dag (Carpe diem) (=geniet van vandaag)
- pLuk maar veren van een kikvors (=van een arme kan je niet veel geld eisen)
- scherven brengen geLuk. (=dit zeg je om iemand zich minder schuldig te laten voelen)
- te Lui om uit zijn ogen te zien (=erg lui)
- twaalf ambachten, dertien ongeLukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
- uit de kLuiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
- uit de Lucht gegrepen (=uit het niets gegrepen, zonder enige grond)
- uit de Lucht grijpen (=iets zonder enige grond vertellen)
- uit de Lucht komen vallen (=doen alsof men van niets weet / erg plotseling en onverwacht)
- uit de Luizen zijn (=uit een netelige situatie gered zijn)
- van een kale kip kun je niet pLukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
- van Luie Kees (=bijzonder traag)
- van twaalf ambachten en dertien ongeLukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
- vLugge eters zijn vLugge werkers. (=wie snel kan eten, kan ook snel werken.)
- vogels van diverse pLuimage (=mensen met allerlei diverse achtergronden)
- vorderen als een Luis op een teerton (=erg moeizaam opschieten)
- vuil water bLust ook vuur. (=in moeilijke situaties moet je creatief en niet te kieskeurig zijn)
- waar de klok Luidt, daar is een kapel. (=geruchten hebben vaak een kern van waarheid)
- wat de een niet Lust, daar eet een ander zich dik aan. (=smaken verschillen.)
210 betekenissen bevatten `Lu`
- geheel oor zijn (=heel goed opletten - goed Luisteren)
- kijken alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=heel ongeLukkig kijken)
- er zonder kleerscheuren afkomen (=helemaal niets mankeren na een ongeLuk)
- de gekken krijgen de beste kaarten (=het geLuk is met de dommen)
- beter hard geblazen dan de mond gebrand (=het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordigheid of Luiheid iets fout gaat)
- het leven is net een krentenbol, met af en toe een hard stukje (=het leven is niet een en al geLuk maar kent soms ook tegenslag)
- je niet laten kennen (=het niet te vLug opgeven)
- schipbreuk lijden (=het niet tot zijn doel geraken / misLukken)
- de duivel schijt altijd op de grootste hoop (=het ongeLuk treft meestal degenen die al in moeilijkheden verkeren.)
- het klopt als een zwerende vinger (=het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen. (Equivalent aan: het sLuit als een bus.))
- wat de boer niet kent, dat vreet hij niet (=hij wenst uitsLuitend gerechten te nuttigen die hij reeds kent)
- het gaat hem/haar voor de wind (=hij/zij heeft geLuk)
- met de beste wil van de wereld (=hoe graag ik het ook wil, het zal niet Lukken)
- iemand iets in de schoenen schuiven (=iemand aanwijzen als de schuldige of als de verantwoordelijke voor een misLukking)
- iemand het licht in de ogen niet gunnen (=iemand absoLuut niet kunnen verdragen)
- de hete aardappel doorspelen (=iemand anders de vervelende kLus laten opknappen)
- een paard, dat voor de tweede keer de sprong niet neemt, neemt hem ook voor de derde keer niet. (=iemand die al twee keer geen beslissing durft te nemen, komt nooit tot een besLuit)
- een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per ongeLuk in het water is gevallen)
- een zondagskind (=iemand die steeds geLuk heeft)
- iemand iets in het oor bijten (=iemand iets op bitsige wijze infLuisteren)
- iemand een koud bad geven (=iemand kalmeren , ilLusies ontnemen)
- iemand geen vingerbreed in de weg leggen (=iemand niets in de weg leggen , absoLuut niet hinderen)
- iemand een vlieg afvangen (=iemand te vLug af zijn)
- iemand het net over het hoofd halen (=iemand tegen wil en dank tot iets doen besLuiten)
- aan iemands voeten liggen (=iemand vereren, een absoLute fan van iemand zijn)
- zien eten doet eten. (=iemand zien eten bevordert de eigen eetLust.)
- een voetveeg zijn (=iemand zijn die voor minderwaardige kLusjes gebruikt wordt)
- iets voor geen goud willen doen (=iets absoLuut niet willen doen)
- vingers en duimen aflikken (=iets erg graag Lusten)
- vinger en duim naar iets likken (=iets erg graag Lusten)
- tuk op iets zijn (=iets erg graag Lusten of dol op zijn)
- er de boot mee ingaan (=iets hebben ondernomen, dat tot een totale misLukking heeft geleid)
- iets prediken/verkondigen (=iets Luid, voor iedereen, verkondigen)
- iets door de vingers zien (=iets oogLuikend toestaan)
- op hoop van zegen (=in de hoop dat het Lukt)
- tussen de wal en het schip geraken (=in de knel komen, iets raakt per ongeLuk verloren of zoek)
- onder de blauwe/blote hemel (=in open Lucht)
- geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te Luisteren)
- in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onLust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
- in het ootje (=infLuisteren)
- aan een dood paard trekken. (=je inspannen voor iets, dat tot misLukken gedoemd is)
- op een blind paard wedden. (=je inzetten voor iets wat gedoemd is te misLukken)
- de lijn trekken (=Luieren, niet voort werken)
- het oor lenen (=Luisteren)
- te woord staan (=Luisteren naar en bereid zijn te spreken met)
- met een half oor (=maar half Luisterend)
- voor stoelen en banken praten (=maar weinigen die naar iemands verhaal Luisteren)
- de domste boeren hebben de dikste aardappelen (=met geLuk komt men vaak verder dan met verstand)
- mettertijd komt Hannes in het wammes (=met veel geduld Lukt het wel)
- spaak lopen (=misLukken)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen