Spreekwoorden met `lt`

Zoek


124 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `lt`

  1. er zijn altijd meer zwijgers dan sprekers (=lang niet iedereen komt altijd voor zijn mening uit)
  2. het beste paard struikelt ook wel eens. (=iedereen maakt wel eens een fout)
  3. het bijltje erbij neerleggen (=ermee stoppen)
  4. het bijltje zoeken (=een excuus of uitweg verzinnen)
  5. het bloed stolt hem in de aderen (=hij verstijft van schrik)
  6. het ene woord haalt het andere uit (=als de ene persoon een grote mond opzet, krijgt die dat van de ander terug)
  7. het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
  8. het hieltje van de ham kluiven (=zijn laatste geld opmaken)
  9. het is altijd koekoek éénzang (=altijd hetzelfde verhaal vertellen of zelfde voorbeeld geven)
  10. het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
  11. het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
  12. het is daar altijd elf ogen. (=er is daar altijd onenigheid.)
  13. het is een dubbeltje op zijn kant (=het is nipt, erg onzeker)
  14. het is niet altijd kermis. (=je kunt niet altijd feestvieren.)
  15. het is of de drommel er mee speelt. (=zo veel tegenslagen dat het absurd wordt)
  16. het kan niet altijd kaviaar zijn (=niet elke dag is een topdag)
  17. het leven gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  18. het lot valt altijd op Jonas. (=het zijn altijd dezelfde personen die onheil meemaken.)
  19. het oog ziet altijd van zich af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel)
  20. het scheelt hem in zijn bovenverdieping (=hij is niet goed wijs)
  21. het scheelt hem onder de muts. (=hij is niet helemaal goed wijs)
  22. het smelt als boter in de mond (=(van eten) het is erg mals)
  23. het water loopt altijd naar de zee (=zij die al het meest hebben, krijgen ook het meeste)
  24. het zilte nat (=de zee)
  25. hoe een dubbeltje rollen kan (=hoe iets een onverwacht verloop kan kennen)
  26. ieder dubbeltje drie keer omdraaien (=zo gehecht zijn aan geld dat men aarzelt bij iedere uitgave)
  27. iets met een korreltje zout nemen (=iets niet helemaal voor waarheid aannemen)
  28. Jantje lacht en Jantje huilt (=kind dat vaak huilt maar direct ook weer lacht)
  29. je een bult lachen (=hard lachen)
  30. je woorden op een goudschaaltje wegen (=uiterst weloverwogen spreken)
  31. je zult stokvis eten. (=je krijgt slaag.)
  32. je zult ze maar de kost moeten geven (=het zijn er veel (mensen))
  33. klein is de rouwe, valt de oude koe dood. (=hoe ouder iemand sterft hoe minder het verdriet)
  34. kort en goed valt licht en zoet. (=pak dingen snel op en doe het goed)
  35. kreupel wil altijd voordansen (=de zwaksten willen het hoge woord hebben)
  36. krom jezelf als je door de wereld wilt komen (=je moet er wat voor over hebben om iets te bereiken)
  37. lopen als een muis in een meelton (=onrustig heen en weer lopen)
  38. lust je nog peultjes (=wat zeg je me daarvan!)
  39. maak je bed zoals je wilt slapen (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
  40. met bed en bult (=met alles wat men bijeen kan pakken op reis gaan)
  41. moet je nog peultjes (=wat zeg je daarvan!)
  42. mosterd na de maaltijd (=een oplossing die te laat komt)
  43. mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen worden) (Latijn)
  44. niet geschoten is altijd mis (=als je het niet probeert, komt er ook niks van)
  45. ogen op steeltjes hebben (=erg verbaasd zijn)
  46. onder een staand zeiltje is het goed roeien (=met een klein vast inkomen, verdient men al gauw genoeg voor de kost)
  47. op een goudschaaltje leggen/wegen (=heel voorzichtig afwegen)
  48. op ieder potje past wel een dekseltje (=voor iedereen bestaat er een geschikte levenspartner)
  49. op is de koek, en weg zijn de dubbeltjes (=het maximaal haalbare is bereikt, meer zit er niet in)
  50. over smaak valt niet te twisten (=over verschil in smaak moet men geen ruzie maken)

197 betekenissen bevatten `lt`

  1. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  2. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  3. iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden)
  4. dat scheelt een slok op een borrel (=dat scheelt heel wat)
  5. aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico`s)
  6. het oog ziet altijd van zich af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel)
  7. aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
  8. de krenten uit de pap halen (=de meest aantrekkelijke gedeelten voor zichzelf bestemmen, bijvoorbeeld de meest interessante taken uit een omvangrijk werk)
  9. er is meer dan een koe die blaar/bles heet (=de mening van anderen telt ook)
  10. er is meer gelijk dan eigen gelijk (=de mening van anderen telt ook)
  11. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  12. alles komt uit al moesten de kraaien het uitbrengen (=de waarheid komt altijd uit)
  13. het katje van de baan (=degene die baas speelt)
  14. de waarheid in pacht hebben (=denken de enige te zijn die de waarheid kent of vertelt)
  15. het heen en weer krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  16. schijn bedriegt (=dingen zijn niet altijd zoals ze zich voordoen)
  17. het is altijd vet op een andermans schotel (=een ander heeft het schijnbaar altijd beter)
  18. een kringetje drinken. (=een borreltje drinken.)
  19. een slaapmutsje nemen (=een borreltje nemen voor het slapen gaan)
  20. goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst wordt altijd opgemerkt)
  21. boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
  22. een handwerk heeft een gouden bodem (=een goed vakman verdient altijd zijn brood)
  23. een kring om de zon brengt water in de ton. (=een halo rond de zon voorspelt meestal regen)
  24. eerlijk duurt het langst (=een leugen komt op den duur altijd uit, maar de waarheid blijft altijd waar)
  25. brave hendrik (=een persoon die op overdreven wijze de regeltjes volgt)
  26. iets in je vaandel schrijven. (=een principe waar je je per se aan vast wilt houden)
  27. vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil. (=een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
  28. elkaar de bal toespelen (=elkaar voordeeltjes bezorgen)
  29. er een slaatje uit slaan (=er een voordeeltje uit halen)
  30. ieder huisje heeft een deurtje. (=er is altijd een manier om iets te bereiken)
  31. zolang er leven is, is er hoop (=er is altijd hoop, dus geef nooit op!)
  32. een varken heeft wel een krul in zijn staart. (=er is altijd iets om trots op te zijn)
  33. het gras is altijd groener bij de buren (=er is altijd iets te vinden om jaloers op te zijn)
  34. er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lichtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
  35. een baas boven baas zijn (=er is altijd wel iemand die het beter kan of het beter denkt te kunnen)
  36. het is een kwade wind die niemand voordeel brengt (=er is altijd wel iemand die van de omstandigheden weet te profiteren)
  37. geen dag zonder zorgen (=er is altijd wel iets om je zorgen over te maken.)
  38. het is daar altijd elf ogen. (=er is daar altijd onenigheid.)
  39. er komt een dominee voorbij (=er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap)
  40. van een kale kip kun je niet plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
  41. je kunt van een kale kikker geen veren plukken (=er valt niets te halen bij iemand die niets heeft)
  42. elke gek heeft zijn gebrek (=er valt op iedereen wel iets aan te merken)
  43. alle wegen leiden naar Rome (=er zijn veel manieren om je doel te bereiken / de uitkomst is altijd hetzelfde)
  44. een heilig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
  45. de wijsheid in pacht hebben (=erg verstandig zijn of althans doen alsof)
  46. op één been kan je niet lopen. (=gezegd als je één drankje gehad hebt en meer wilt)
  47. een tong als een scheermes (=gezegd van iemand die venijnig uithaalt met woorden)
  48. de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
  49. twee handen op één buik zijn (=het altijd met elkaar eens zijn)
  50. twee hoofden onder een kaproen zijn (=het altijd met elkaar eens zijn)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen