Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

19 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `duivel`

  1. advocaat van de duivel spelen (=een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken)
  2. alle duivels uit de hel vloeken (=heftig vloeken)
  3. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  4. bij de duivel te biecht gaan (=bij de vijand om raad gaan)
  5. Bij de duivel te biecht gaan (=Geheimen onthullen aan de vijand)
  6. dat mag de duivel weten (=dat weet ik niet)
  7. De duivel op het kussen binden (=Met iedereen raad weten)
  8. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  9. Een kaars voor de duivel branden (=Bij iedereen slijmen)
  10. Heeft de duivel 't paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
  11. Heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=Ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  12. In de nood eet de duivel vliegen. (=Als je in nood verkeert, stel je je tevreden met dingen die je anders zou weigeren.)
  13. ledigheid is des duivels oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
  14. loop naar de duivel/maan/pomp (=ga weg!)
  15. te dom zijn om voor de duvel/duivel te dansen (=heel erg dom zijn)
  16. twee geloven op een kussen daar slaapt de duivel tussen (=als twee personen van een verschillend geloof trouwen, gaat het zelden goed)
  17. voor geld kun je de duivel doen dansen (=met geld kun je alles gedaan krijgen)
  18. Wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=Het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
  19. zuivel op zuivel is voer voor de duivel (=in de Middeleeuwen gebruikt om mensen van hekserij te beschuldigen, wanneer zij zuivel op zuivel op hun brood deden)

Het dialectenwoordenboek kent 11 spreekwoorden met `duivel`

  1. Walshoutems: Loep no de faradjie (=Loop naar de duivel)
  2. Ronsisch: nen duuvooszaak en ees noet vui (=een duivelszak is nooit vol)
  3. Merenaars: kust ne kieër mij gat (=loop naar de duivel)
  4. Munsterbilzen - Minsters: de makral zit trop (=de duivel is ermee gemoeid)
  5. Klemskerks: vooëdat den duuvel ze paneeël schudt: voor dag en dauw (=voordat de duivel zijn paneel schudt)
  6. Klemskerks: God zeegent j'en bewoar' je van duuvels en slicht volk: wens voor een behouden tocht, gezegd wanneer iemand afscheid neemt en zich op weg begeeft. Een variant van deze uitdrukking is: God zeegent j'en bewoar' je van duuvels en Roeseloarnoars (toespeling op de leurders van de Roeselaarse nieuwmarkt, die nogal ongunstig aangeschreven stonden) (=God zegene en beware je van duivels en slecht volk)
  7. Beerses: vuloeuren en bloksteierten (=de duivel aandoen)
  8. brabants: He is vôr d'n duvel nie bang (=Hij is voor de duivel niet bang)
  9. Munsterbilzen - Minsters: de kons mich gestoeële wieëne (=loop naar de duivel !)
  10. Klemskerks: voödat den duuvel ze paneeël schudt: voor dag en dauw, (=voordat de duivel zijn paneel schudt)
  11. Lokers: aalk tsijne, ten ee de koue niets (=ieder het zijne, dan is er niets voor het kwade (de duivel))

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen