Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek

4 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bekend`

  1. bekend staan als de bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
  2. naar de bekende weg vragen (=vragen naar hetgeen men al weet / Overbodig handelen)
  3. onbekend maakt onbemind (=iets wat nog onbekend is, kan ook niet geapprecieerd worden)
  4. te goeder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor goede dingen)

35 betekenissen bevatten `bekend`

  1. boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
  2. het is maar een weet (=als het eenmaal bekend is, is het niet moeilijk meer)
  3. Uitlekken (=als iets ongewenst publiekelijk bekend wordt )
  4. aan het klokzeel hangen (=bekend maken)
  5. aan het licht brengen (=bekend maken (bijz. van ongunstige dingen))
  6. iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat niet in orde is)
  7. te goeder naam en faam bekend staan (=bekend staan voor goede dingen)
  8. aan het licht komen (=bekend worden van ongunstige dingen)
  9. wijd en zijd zijn (=bij iedereen bekend zijn)
  10. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  11. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft meer invloed op je dan van een bekende)
  12. een tipje van de sluier oplichten (=een klein stukje van het onbekende onthullen)
  13. een stuk of tig (=een onbekend aantal)
  14. een ijzer in het vuur hebben (=een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld)
  15. ergens als kind in huis zijn (=ergens bekend of goed behandeld worden)
  16. een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
  17. achter de schermen blijven (=geen bekendheid ergens mee willen krijgen terwijl diegene het wel bedacht heeft)
  18. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  19. men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw)
  20. in een slechte reuk staan (=iemand die niet goed bekend staat)
  21. iets aan de klokreep hangen (=iets algemeen bekend maken)
  22. iets aan het licht brengen (=iets bekend maken wat verborgen is)
  23. onbekend maakt onbemind (=iets wat nog onbekend is, kan ook niet geapprecieerd worden)
  24. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  25. over iemand een boekje opendoen (=informatie over iemand geven, waarvan diegene niet wil dat het bekend wordt)
  26. de tijd zal het leren (=na verloop van tijd is er bekend hoe het gegaan is)
  27. een onbeschreven blad zijn (=nauwelijks bekend zijn)
  28. terra incognita (=onbekend terrein)
  29. met een zwarte kool aangetekend staan (=ongunstig bekend staan)
  30. al moesten de kraaien het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  31. al zouden de raven het uitbrengen (=ooit wordt de zaak bekend)
  32. de grote klok luiden (=op opvallende wijze bekend maken)
  33. hij heeft weinig ondernemingszin (=schrik hebben voor het onbekende)
  34. koffiedik kijken (=trachten het onbekende te kennen (de toekomst))
  35. wie de naam heeft, krijgt de daad (=wie bekend staat als misdadiger, krijgt de schuld)

Het dialectenwoordenboek kent 16 spreekwoorden met `bekend`

  1. Alblasserdams: zo tochtig as de bezum zijn (=de bekende hoofdpijnsmoes van vrouwen)
  2. Bilzers: gekaand zin as (=bekend staan als)
  3. herenthouts: hie se, daa se, wa smaate ze nei binne (=bekend volk)
  4. Zwartebroeks: aarges de naom van hên (=ergens om bekend staan)
  5. Westerkwartiers: met oop'n koart speul'n (=zijn bedoelingen bekend maken)
  6. Epers: Op 't kleine blad (=bekende fietstocht Epe)
  7. Hulsters (NL): è j'ut al hôrruh? (=Is dat al bekend bij je?)
  8. Westerkwartiers: oop'n deur'n ientrapp'n (=iets wat bekend is als nieuw verkondigen)
  9. Westerkwartiers: vroag'n noar 't kundege pad (=vragen naar de bekende weg)
  10. Fries: Hy is fan kwea aaien set,een fiene hushouwding (=Hij stamt uit een slecht bekend staande familie)
  11. Opglabbeeks: aan 't leegt koeme (=bekend maken)
  12. Sevenums: asse de naam hes te laat te kômen, kumse noeit miêr op tiêd (=als je bekend staat om een bepaalde eigenschap hou je dat)
  13. Westerkwartiers: hij stijt ien 'n goeie reuk (=hij staat gunstig bekend)
  14. Tilburgs: hoe zèè de gekoome meej de rêep is ut naa goet !! (=hoe ben je gekomen met de hoepel is het nu goed ( antwoord op een vraag naar de bekende weg) !!)
  15. Westerkwartiers: da's wied en zied bekend (=dat weet men in de wijde omtrek)
  16. Klemskerks: Stal(h)ille, grooët van wille, grooët van pracht mo' kleeëne va' macht: in Klemskerke en Vlissegem gebruikte ironische karakterisering van de inwoners van het aanpalende dorp Stalhille. De Stalhillenaars stonden bekend als hovaardig en hooghartig (=Stalhille, groot van wille, groot van pracht maar klein van macht)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen