70 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `hon`
- `t Is gelijk of men van/door de kat of de kater/hond gebeten wordt (=het maakt niet uit hoe of waardoor je benadeeld bent geweest)
- `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden)
- al etende krijgt men trek / honger. (=al etende krijgt men steeds meer trek (ook figuurlijk).)
- als bijen naar de honing komen (=met velen komen en sterk gemotiveerd zijn)
- als de kat van honk is dansen de muizen op tafel (=als er geen toezicht is, doen de ondergeschikten hun zin)
- als honden konden bidden zou het kluiven regenen (=als is een niet ter zake doende opmerking)
- als oude honden blaffen, is het tijd om uit te zien (=als ervaren mensen waarschuwen moet je luisteren)
- als twee honden vechten om een been loopt de derde ermee heen (=als twee mensen ruzie maken, profiteert een derde ervan.)
- bekend staan als de bonte hond met de blauwe staart (=berucht)
- bij kleine hapjes leert men een hond eten. (=geleidelijk aan kun je zelfs aan onmogelijke dingen wennen.)
- bij kleine lapjes leert men de hond leer eten. (=geleidelijk aan wen je zelfs aan de onmogelijkste dingen.)
- blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
- commandeer je hond en blaf zelf (=dat bevel weiger ik uit te voeren)
- daar lusten de honden geen brood van. (=het is volstrekt onacceptabel)
- de boel in het honderd sturen (=in de war maken/verstoren)
- de gebeten hond zijn (=ten onrechte worden beschuldigd)
- de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
- de hond in de pot vinden (=te laat zijn voor het eten (alles is op))
- dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
- een haastige hond werpt blinde jongen. (=te snel of impulsief handelen heeft slechte gevolgen)
- een hond is stout op zijn eigen dam. (=op bekend terrein durf je meer)
- een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
- een land van melk en honing zijn (=een land waar het goed en voorspoedig leven is)
- een stok vinden om de hond te slaan (=om maar iemand te kunnen bekritiseren een nadelig punt vinden)
- er was geen hond/kat/kip (=er was niemand)
- er zijn meer hondjes die Fikkie heten (=er zijn meer mensen/etc. met dezelfde naam)
- geduld is een schone zaak (=wie rustig afwacht wordt beloond)
- geen schoner gewaad als een zedig gelaat. (=je kan aan iemands` gezicht zien of hij een goed karakter heeft)
- geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
- het bekomt hem als de hond de knuppel na het stelen van de worst (=het valt hem zwaar tegen)
- het is er zo veilig als vlees in een hondenkot (=het is er volkomen onveilig)
- het krullen van de staart is het fatsoen van de hond. (=iedereen heeft wel een positieve eigenschap)
- het loopt in`t honderd (=het gaat helemaal mis)
- hoe later op de avond, hoe schoner volk. (=vriendelijke of juist schertsende verwelkoming van late bezoekers)
- hoe later op de avond/dag hoe schoner volk (=schertsend gezegd bij het laat binnenkomen van vrienden of familie)
- hondenweer (=zeer slecht weer)
- honger als een paard hebben (=veel trek in eten hebben.)
- honger is de beste kok/saus (=wanneer men honger heeft, smaakt alles goed)
- honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, smaakt alles)
- hongerige luizen bijten scherp (=met de arme mensen heeft men de meeste last)
- honi soit qui mal y pense (=schande over hem die er kwaad over denkt) (Latijn)
- honoris causa (=eershalve) (Latijn)
- huilen als een hofhond (=erbarmelijk tekeer gaan)
- iemand honing om de mond smeren (=tegen iemand aardige dingen zeggen/vleien om iets gedaan te krijgen)
- in het honderd sturen/lopen (=de boel met opzet mis laten lopen, in de war laten lopen)
- je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
- komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
- lachende monden, bijtende honden. (=mensen die vriendelijk of aardig lijken, kunnen in werkelijkheid kwade bedoelingen hebben)
- maak geen slapende honden wakker (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken)
- men vangt meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
13 betekenissen bevatten `hon`
- een spiering is vis als er anders niet is (=als je honger hebt, ben je niet kieskeurig / bij gebrek aan beter)
- honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, smaakt alles)
- zo hongerig als een kerkrat/kerkmuis (=heel hongerig zijn)
- hij zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms zegt)
- de beren zien dansen (=honger hebben)
- op een houtje bijten (=honger hebben)
- een mot in de maag hebben (=honger lijden)
- lang vasten is geen brood sparen. (=honger lijden is niet hetzelfde als geld besparen)
- mijn maag jeukt (=ik heb honger)
- het in de gort jagen (=in het honderd sturen)
- je kan het dak op (=jouw wens wordt niet gehonoreerd)
- zwart van de honger (=uiterst hongerig)
- honger is de beste kok/saus (=wanneer men honger heeft, smaakt alles goed)
12 dialectgezegden bevatten `hon`
- as me ham hòn kosseme snippere. (=ja als..........) (Tilburgs)
- bang hon bieëlë het helste (=je hoeft niet bang te zijn voor iemand die en grote mond zet) (Munsterbilzen - Minsters)
- de mèskes hòn un haorinder kleejke aon (=de meisjes hadden precies dezelfde jurk aan) (Tilburgs)
- de miste höshaawes hòn ut nie brêet (=de meeste gezinnen moesten zuinig zijn) (Tilburgs)
- graute hon bijte mekaander nie (=grote heren sparen mekaar) (Munsterbilzen - Minsters)
- hee hei e gezicht ver jong hon liejere oep te bassen (=iemand met een lelijk aangezicht) (Betsers)
- ik bin su bliêd as un hôn met zeven lullen (=superblij en trots) (Harlingers)
- vrolaaj zin sjermant, hon zin getrauw (=is die vrouw van jou ook wel getrouw?) (Munsterbilzen - Minsters)
- wae métte graute hon wilt métzeeke, moet zen paut haug genoeg konne oplichte (=als je niet veel geld hebt, moet je niet de grote piet gaan uithangen) (Munsterbilzen - Minsters)
- ze hòn niks op òf aon (=ze waren naakt) (Tilburgs)
- ze hòn um lillek te pakke (=ze hadden hem danig te pakken) (Tilburgs)
- ze hòn um te hoeste (=ze hadden hem niet nodig) (Tilburgs)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen