9 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `spreken`
- de kan aanspreken (=drinken)
- de prins spreken (=dronken zijn)
- er is een tijd van spreken en er is een tijd van zwijgen. (=soms is het beter om niets te zeggen)
- er niet van kunnen meespreken (=er niets over weten)
- iemand onder vier ogen spreken (=praten met iemand zonder dat anderen erbij zijn)
- iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
- kinderen en dronkaards spreken de waarheid (=ze zeggen wat ze vinden, ze zijn ongeremd)
- voor de vuist weg (spreken) (=zonder voorbereiden iets moeten vertellen)
- voor dovemans oren spreken (=spreken tegen personen die niet willen horen)
41 betekenissen bevatten `spreken`
- van wal steken (=beginnen met spreken, beginnen met een verhaal)
- dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- een harde noot kraken (=dingen bespreken die moeilijk liggen, een moeilijk karwei doen)
- een hoge toon aanslaan (=doen alsof je het voor het zeggen hebt / luid en dwingend spreken)
- een Babylonische spraakverwarring (=door elkaar spreken zonder naar elkaar te luisteren en elkaar niet verstaan)
- man en paard noemen. (=duidelijke taal spreken)
- schone appels zijn ook wel zuur. (=een mooie vrouw is niet vanzelfsprekend een goede echtgenote)
- je woorden kauwen (=eerst nadenken en dan pas spreken)
- er geen woorden aan vuilmaken (=er niets eens over spreken)
- geluk en glas breekt even ras. (=geluk is niet vanzelfsprekend)
- een goed mondstuk hebben (=goed kunnen spreken)
- iemand aanschieten (=iemand aanspreken)
- iemand spreken door het oor van een turfmand (=iemand heimelijk spreken, zodat niemand anders het hoort)
- iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
- iets in de groep gooien (=iets in een groep bespreken)
- iets met de mantel der liefde bedekken (=iets niet met anderen bespreken maar stilzwijgen en accepteren)
- een waarheid als een koe (=iets totaal vanzelfsprekends)
- met twee monden praten (=jezelf tegenspreken in verschillende situaties, niet eerlijk zijn)
- te woord staan (=luisteren naar en bereid zijn te spreken met)
- je licht niet onder de korenmaat zetten (=meespreken, je mening geven en laten merken dat je er iets van weet)
- over de doden niets dan goeds (=men ziet kwaadspreken over overledenen als iets heel onbeleefd, er mag niet gespot worden met de dood)
- het op een akkoordje gooien (=met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken)
- er een vouwtje bij leggen (=niet meer over spreken)
- je woorden inslikken (=niet uitspreken)
- iets te verhakstukken hebben (=nog iets met iemand te bespreken hebben, nog iets te doen hebben)
- een liedje van verlangen zingen (=op allerlei manieren een wens uitspreken)
- op je stokpaardje zitten (=over je lievelingsthema spreken)
- de vuile was buiten hangen (=over onaangename zaken spreken met buitenstaanders)
- het woord voeren (=spreken (als afgevaardigde door anderen))
- als een blinde over de kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
- een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- een tere snaar aanroeren (=spreken over iets waar men beter niet over had gesproken)
- voor dovemans oren spreken (=spreken tegen personen die niet willen horen)
- bij moeders pappot blijven (=thuis blijven - enkel spreken over iets waar men iets over weet)
- je woorden op een goudschaaltje wegen (=uiterst weloverwogen spreken)
- de handen dicht mogen knijpen (=van geluk mogen spreken)
- de mond roeren (=van zich laten horen, spreken)
- iemand de woorden uit de mond halen (=voor een ander spreken)
- iets ter tafel brengen (=voorstellen om iets te bespreken)
- het hebben over blauwe aardappelen en blauwe sokken (=zonder het aanvankelijk beseft te hebben over verschillende zaken spreken)
50 dialectgezegden bevatten `spreken`
- 'n stoute muil opemmen (=arrogant spreken) (Meers)
- ' t is hier net ' n jeud' nkerk (=ze spreken allemaal doorelkaar) (Westerkwartiers)
- ' t zit doar skeeëf (=ze spreken elkaar niet meer) (Waregems)
- A sprekt Antwaarps van gotterligge (=Hij probeert maar kan geen Antwerps spreken) (Antwerps)
- Aantwaarps klappe (=Antwerps spreken) (Antwerps)
- achterover praaten (=hollands spreken) (Zeeuws)
- braek mich nie de maul oëpe (=verplicht me niet om te spreken) (Munsterbilzen - Minsters)
- d'r is gien spreker die 'n zwieger verbetert (=soms is spreken totaal overbodig) (Westerkwartiers)
- da weten men klueten uk en tsen gin avekoueten (=wartaal spreken) (Erps)
- dan maagst de hand' n stief dichtkniep' n (=dan mag je van geluk spreken) (Westerkwartiers)
- dat-tje nog kost spreken (=indien hij nog in leven was) (Wichels)
- de hëbs mèr ene mond mè waol twei aure (=je moet meer luisteren dan spreken) (Munsterbilzen - Minsters)
- de maus zën twei hendsjës poene (=je mag van geluk spreken) (Munsterbilzen - Minsters)
- De mense klappe der schand van (=Schande spreken over iets) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- de wieës alléén mér ieëverrieëje doeër een strontkaar (=het zijn alleen de slechte mensen die kwaad over je spreken) (Munsterbilzen - Minsters)
- dieje mag in z'n pollekes reusse (=die mag van geluk spreken) (Loois)
- din't hast in munne box (=beter om elkaar te spreken in de rust) (brabants)
- e kaeske mauge branne (=van geluk mogen spreken) (Munsterbilzen - Minsters)
- een belebberde toeng hemme (=spreken in dronken toestand) (Winksels)
- één de mond snoer'n (=iemand het spreken verbieden) (Westerkwartiers)
- een staëde muil op-ên (=arrogant spreken) (Kaprijks)
- een vuil blek ên (=kwaad spreken) (Kaprijks)
- ei zit mè zèn uren (=hij is boos en niet aan te spreken) (Sint-Niklaas)
- eine kwakkert inne kael höbbe (=schor spreken) (Heitsers)
- es ui tonge noar de smesse toch (=wanneer een kind niet wil of durft spreken) (Ursels)
- et moete goej spraekers zin daaj zwijgers konne verbaetere (=spreken is zilver, zwijgen is goud) (Munsterbilzen - Minsters)
- etwie deur de stroent trekkn (=kwaad van iemand spreken) (kortemarks)
- foezelen (=niet geheel de waarheid spreken) (Huizers)
- frans met hoeër op kalle (=koeterwaals spreken) (Munsterbilzen - Minsters)
- ge hebt moar te spreken en uwe mond goat open. dat wordt geegd op altijd dezelfde aangename toon. (=je hebt veel goesting om bepaald voedsel vb mosselen met frieten. je komt thuis en je mama is dat juist aan het koken dan zegt ze) (Antwerps)
- Ge meugda (twieë) pollekes kusse (=Je mag van geluk spreken) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
- ge meugt jn twièè antjes toîpeleggn (=je mag van geluk spreken) (Kortemarks)
- gezwieges (=om niet van te spreken) (Tegels)
- gezwieges van (=om maar niet te spreken over) (Heitsers)
- iej könt ' m hoaste nich an de veern kommen (=je kunt hem bijna niet te spreken krijgen) (Twents)
- ingëls kalle mèt nen heten iërappël èn zëne mond (=slecht engels spreken) (Munsterbilzen - Minsters)
- je mag zen antjes kussen (=hij mag van geluk spreken) (Brugs)
- je mag zn twièè andn toîpeleggn (=hij mag van geluk spreken) (Kortemarks)
- je mag zn twièè andn toîpeleggn (=hij mag van geluk spreken) (Lichtervelds)
- Joh, ik mossie juist effies sprekkuh (=Ik moest je juist even spreken) (westlands)
- klaikoeten (=plat dialect spreken) (Werviks)
- klappen es zulver (=spreken is zilver) (Heusdens)
- klappn lik etwieë zoender vel up zne buuk (=spreken zonder ervaring) (Lichtervelds)
- kloare wien schenk'n (=de waarheid spreken) (Westerkwartiers)
- kons tich ook opte `ladder` kalle (=kan jij goed AN spreken) (Munsterbilzen - Minsters)
- Kouten van land en zand en prochieaffairens (=Over van alles spreken) (Izegems)
- krange in de kop (=niet goed te spreken zijn) (Drents)
- lipsaas: 't Es lipsaas (=Ze spreken niet met elkaar) (Lebbeeks)
- mag zen pollekes kusse (=mag van geluk spreken) (Diesters)
- mé e sieselootsen spreken (=lispelen) (Massems)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen