zeiken

werkw.
Uitspraak:  zɛikə(n)]
Vervoegingen:  zeikte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezeikt/gezeken (volt.deelw.)

1) klagend praten over iets
Voorbeeld:  `Zit niet zo te zeiken, maar doe er wat aan!`
Synoniemen:  zeuren, zeveren

2) plassen
Synoniemen:  pissen, piesen
het zeikt  (het regent hard)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aarzelen dralen drentelen druilen etteren griepen hannesen klieren piesen pissen plassen talmen teuten treuzelen zaniken zeuren

Taaladvies
  1. Schrijf je afzeiken met ei of ij? Zie afzeiken / afzijken
  2. Schrijf je gezeik met ei of ij? Zie gezeik / gezijk
  3. Schrijf je zeiken met ei of ij? Zie zeiken / zijken


Intensiveringen
Hoe kun je zeiken krachtiger uitdrukken?
zeiken als een beer;

2 definities op Encyclo
  • 1) Aarzelen 2) Dralen 3) Drentelen 4) Druilen 5) Etteren 6) Griepen 7) Hannesen 8) Klieren 9) Piesen 10) Pissen 11) Plassen 12) Talmen 13) Teuten 14) Treiteren 15) Treuze...
  • plassen Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    zeiken (plassen)