zeiken

werkw.
Uitspraak:  zɛikə(n)]
Vervoegingen:  zeikte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezeikt/gezeken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) klagend praten over iets
Voorbeeld:  `Zit niet zo te zeiken, maar doe er wat aan!`
Synoniemen:  zeuren, zeveren

2) plassen
Synoniemen:  pissen, piesen
het zeikt  (het regent hard)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aarzelen dralen drentelen druilen etteren griepen hannesen klieren piesen pissen plassen talmen teuten treuzelen zaniken zeuren

Intensiveringen
Hoe kun je zeiken krachtiger uitdrukken?
zeiken als een beer;

2 definities op Encyclo
  1. plassen Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
  2. 1) Aarzelen 2) Dralen 3) Drentelen 4) Druilen 5) Etteren 6) Griepen 7) Hannesen 8) Klieren 9) Piesen 10) Pissen 11) Plassen 12) Talmen 13) Teuten 14) Treiteren 15) Treuze...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zeiken (plassen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `zeiken`.